Kort op de bal

7 oktober 2011

Een ongewild slecht gezondheidsrapport / Kindnorm

Een ongewild slecht gezondheidsrapport

”Jongeren die in de buurt van industrie wonen, krijgen meer schadelijke stoffen binnen dan anderen en ze hebben vaker DNA-schade, een belangrijke oorzaak van kanker.” Met deze wetenschap zitten bijna tweehonderd jongeren die in de omgeving van het industrieterrein Genk-Zuid opgroeien, de rest van hun leven opgescheept.
In opdracht van de Vlaamse overheid heeft het Steunpunt Milieu en Gezondheid bij deze Genkse jongeren een zogenaamd biomonitoringsonderzoek uitgevoerd. Wie bereid was mee te werken, moest onder andere bloed-, urine- en haarstalen afgeven. De conclusie van de onderzoekers luidt dat de tweehonderd jongeren een significante verhoging van zware metalen en stoffen uit verbrandingsprocessen vertonen in vergelijking met leeftijdsgenoten elders in Vlaanderen. Daardoor hebben zij vaker een snellere puberteit, een lichte verstoring van het concentratievermogen en een beschadigd DNA.
Genk is echter niet het enige industriegebied in Vlaanderen. Deze wetenschappelijke bevindingen hebben dus ook andere gezinnen en jongeren – zeker als ze in de buurt van industriezones wonen – gealarmeerd. Het toont nog maar eens aan dat er wel degelijk een verband bestaat tussen milieu en gezondheid. Daarom is er behoefte aan normen om mensen te vrijwaren voor de gevolgen van milieuvervuiling, die zij als buurtbewoner gewoon niet kunnen ontwijken.

Kindnorm

De Gezinsbond hecht veel belang aan het door het steunpunt gepubliceerde onderzoek en dringt erop aan om milieu en gezondheidsproblemen hoger op de politieke agenda te zetten. Kinderen worden te veel blootgesteld aan schadelijke stoffen, waarvan blijkt dat ze een belangrijk effect hebben op de gezondheid. Informatie, bewustmaking en vorming van gezinnen zijn noodzakelijk, maar er moet ook inzake milieu een kindgericht beleid gevoerd worden. Als Vlaams minister van Leefmilieu Joke Schauvliege belooft dat de industrie strengere regels opgelegd krijgt, is het noodzakelijk om daarbij het kind als norm te nemen. Kinderen zijn lichamelijk nog volop in ontwikkeling en nemen in verhouding tot volwassenen meer schadelijke stoffen op. De minimale vereisten moeten geënt zijn op wat kinderen lichamelijk aan schadelijke stoffen aankunnen. Dat moet de bovengrens zijn. Alleen dan kunnen we voorkomen dat nog meer kinderen opgezadeld worden met een slecht gezondheidsrapport.

Studiedienst