In het vizier

15 augustus 2014

Vlaams regeerakkoord bedreigend voor grote gezinnen?

Dat ook Vlaanderen moet bezuinigen om een begroting in evenwicht voor te leggen, wisten we al een tijdje. We konden dus wel wat nieuwe onpopulaire maatregelen verwachten. Dat het Vlaamse regeerakkoord van 23 juli vooral grote gezinnen treft, vinden we echter ontoelaatbaar.

De geplande hervorming van de kinderbijslag dreigt grote gezinnen zuur op te breken. Bovendien worden deze gezinnen nog eens extra getroffen omdat de gratis elektriciteit en water per gezinslid worden afgeschaft. En we maken ons ook grote zorgen over de uitgelekte plannen om de laagste tarieven in de kinderopvang te verhogen en om sterk te besparen in het verenigingsleven.
De erkenning van kinderbijslag als een recht van het kind, ongeacht het beroepsstatuut van zijn ouder(s), vinden we een goede zaak. Ook de uitbreiding van de sociale toeslagen naar werkende gezinnen met een laag inkomen is positief. De Gezinsbond staat verder achter de beslissing om elk kind een gelijke basiskinderbijslag toe te kennen ongeacht zijn rang. Wij pleiten er al lang voor om ons ingewikkelde kinderbijslagsysteem sterk te vereenvoudigen. Maar, en dat willen we benadrukken, dat mag niet ten koste gaan van gezinnen met drie of meer kinderen. In het regeerakkoord vinden we het bedrag voor de uniforme basiskinderbijslag nog niet terug. Als dat 150 euro wordt, zoals momenteel circuleert, betekent dat een verbetering voor de gezinnen met één kind en voor vele gezinnen met twee kinderen, maar een serieuze streep door de rekening van grote gezinnen.

Leeftijdsbijslag niet afschaffen!

Volgens het regeerakkoord wil de Vlaamse regering ook de leeftijdsbijslagen  afschaffen. Een totaal onbegrijpelijke beslissing omdat iedereen toch weet dat een kind meer kost naarmate het ouder wordt. Als de Vlaamse regering bij de uitwerking van het regeerakkoord kiest voor een kinderbijslag van 150 euro voor elk kind zonder leeftijdstoeslagen, dan zullen gezinnen met drie en meer kinderen fors verliezen. Zo dreigt een gezin met drie achttienplussers maandelijks 206 euro te verliezen. Maar ook bij gezinnen met twee kinderen dreigen er klappen te vallen als zij minstens één kind hebben dat ouder is dan twaalf jaar. Dat beschouwen wij als contractbreuk waarmee gezinnen gestraft worden voor de keuzes die zij in het verleden hebben gemaakt. Of zal de Vlaamse regering de hervorming enkel invoeren voor de nieuwe gezinnen en kunnen de huidige grote gezinnen rekenen op verworven rechten totdat hun kinderen geen recht meer hebben op kinderbijslag? Daar geeft het regeerakkoord geen antwoord op.

Compensatietoeslag

Omdat de federale regeringen kinder-bijslagen altijd stiefmoederlijk behandeld hebben, pleiten we er al lang voor om deze bevoegdheid over te hevelen naar de gemeenschappen. Bovendien beloofden de Vlaamse politici ons regelmatig dat zij de kinderbijslagen wél wilden verbeteren, als zij daartoe de bevoegdheid hadden. Op basis van het huidige regeerakkoord vrezen we echter het tegendeel. Of spreken we voor onze beurt en zullen de drie regeringspartijen, CD&V, N-VA en Open VLD toch kiezen voor een rechtvaardige hervorming van de kinderbijslag? Wij vragen alvast een compensatietoeslag voor de huidige én toekomstige grote gezinnen. We roepen de regeringspartijen op om dat te voorzien in de hervorming van de kinderbijslag. De ruim 150.000 Vlaamse en Brusselse gezinnen met drie of meer kinderen én hun half miljoen kinderen mogen in elk geval op de Gezinsbond rekenen om hun belangen te blijven verdedigen.

Frans Schotte – Algemeen voorzitter
Manu Keirse Gezinspolitiek secretaris

11 juli 2014

Gouden sporen

Daar ligt 11 juli in het vizier. Nog 173 dagen tot het einde van het jaar. Maar vooral: feesttijd voor de Vlamingen. De gulden sporen, teruggevonden op de Groeningekouter na de legendarische slag in Kortrijk, zijn een symbool geworden. Ze hebben zich een plaatsje veroverd in ons cultureel erfgoed. Dat stukje geschiedenis blijft een sterk beeld dat energie geeft. Ook in 2014 zijn er immers nog heel wat sporen te verdienen.  

Dit jaar gaat het om een vrij bijzondere editie. Het is de eerste elfde juli sinds Vlaanderen er een aantal nieuwe bevoegdheden heeft bijgekregen. De volgende Vlaamse regering heeft als opdracht om daadwerkelijk en bij voorkeur spoorslags een (nieuwe) invulling te geven aan die bevoegdheden.
De Gezinsbond is een pluralistische, Vlaamse organisatie, en natuurlijk bij uitstek begaan met de gezinsvriendelijke invulling van de nieuwe beleidsdomeinen. Daaronder bevinden zich, naast vele andere beleidsthema’s waar wij actief mee bezig zijn, deze drie thema’s: rijopleiding, kinderbijslag en woonbonus.
Wat de rijopleiding betreft werken we met een themawerkgroep. De leden van deze werkgroep zijn nog volop bezig met hun werk. Wat we wel al kunnen zeggen, is dat de Gezinsbond ijvert voor een vernieuwde rijopleiding. Daarbij gaat de aandacht zowel naar een versterking van de vaardigheden voor jonge bestuurders als een degelijke rol voor de vrije rijbegeleiding.
De kinderbijslag verdedigen we met hand en tand en vooral met goed geargumenteerde dossiers. Dat konden onze leden al vaststellen in de aanloop naar de verkiezingen. Na de verkiezingen is dit thema meer dan ooit brandend actueel. Een billijk systeem heeft een serieuze invloed op de koopkracht van onze gezinnen en op de perspectieven die onze kinderen geboden worden. Redenen te over om ook op dit gebied onze visie gerealiseerd te krijgen bij de toekomstige beleidsmakers, en de verdiende sporen niet prijs te geven.
Het derde beleidsdomein dat voortaan door Vlaanderen wordt georganiseerd worden, is de woonbonus. De Gezinsbond maakt werk van een sociaal geïnspireerde ondersteuning van eigendomsverwerving. Zeker ook in het licht van de vergrijzende bevolking, aangezien een eigen woning de oude dag een stuk minder zorgelijk maakt.
Als de Gezinsbond op deze drie beleidsdomeinen resultaten boekt, hebben we echt redenen om te vieren, en op meer dan alleen 11 juli. Ontelbaar veel gezinnen zullen dan genieten van de resultaten die deze nieuwe Vlaamse bevoegdheden oplevert.

De Gezinsbond is niet alleen druk in de weer als pleitbezorger van de gezinnen voor zoveel thema’s die gezinnen aanbelangen. We zijn ook gespecialiseerd in feesten. Als je ziet wat er allemaal lokaal georganiseerd wordt, dan is het bij ons heel vaak feest. Zo kleuren bewonersgroeperingen, buurtcomités en plaatselijke verenigingen die elfde juli feestelijk in. Het verenigt ons, het verbindt ons, dat verleden én die feestmomenten. Dat is het ook wat de Gezinsbond het hele jaar door waarmaakt. En het zijn onze vrijwilligers die er gouden sporen mee verdienen.
Proficiat, lieve mensen, voor deze feestdag. Geniet ervan.

Frans Schotte – Algemeen voorzitter

27 juni 2014

Op de sofa bij de Vlaamse regeringsonderhandelaars

De verkiezingen liggen al een tijdje achter ons. De voetbalverslag-geving heeft ondertussen de politieke verslaggeving in de kranten naar de achtergrond  gedrongen. Maar het politieke geroezemoes is nog niet voorbij. Achter de schermen wordt nu druk onderhandeld over de vorming van nieuwe regeringen. Wie gaat met wie in zee? En wat komt er dan in het regeerakkoord? Welk beleid willen ze voeren en hoe gaan ze dat financieren?

Aan Vlaamse kant is het ondertussen duidelijk welke partijen de dans leiden: N-VA en CD&V willen samen een nieuwe Vlaamse regering vormen. Geert Bourgeois en Kris Peeters leiden de onderhandelingen. Beide excellenties organiseerden een informatieronde met het middenveld. Niet alleen de klassieke sociale partners mochten langskomen, ook de Gezinsbond kreeg een uitnodiging. We zijn tevreden met deze erkenning van de unieke inbreng van de gezinsorganisatie in het maatschappelijke debat. Want er staat veel op het spel voor gezinnen.

Kinderbijslag, kinderarmoede…

Tijdens het gesprek vroegen we de aandacht van Peeters en Bourgeois voor het versterken van de draagkracht van élk gezin; zowel kleine als grote gezinnen, met (jonge) kinderen of waar de kinderen het huis uit zijn, met twee ouders of één ouder. We willen een Vlaamse regering die werkt aan een warme, gezins- en kindvriendelijke samenleving met een sterke sociale samenhang en oog voor duurzaamheid. We schoven daarom een aantal prioriteiten naar voren. Daarbij uiteraard in de eerste plaats onze eisen voor de hervorming van de kinderbijslag, die voor geen enkel gezin een achteruitgang mag zijn. De Gezinsbond zal zich niet neerleggen bij een hervorming die grotere gezinnen benadeelt!
Ook de bestrijding van kinderarmoede ligt ons na aan het hart. Een KIA-toeslag in de kinderbijslag is daarom een must. Elk gezin in armoede moet een toeslag krijgen op de basiskinderbijslag. Meer en meer gezinnen hebben moeite om de schoolfactuur te betalen. We vinden het daarom belangrijk dat werk gemaakt wordt van de invoering van de maximumfactuur in het secundair onderwijs, te beginnen in de brede eerste graad. We vragen eveneens om de studietoelagen beter te laten aansluiten bij de studiekosten door ze te differentiëren volgens studierichting. Een koksopleiding kost nu eenmaal meer dan een opleiding kantoor.

Andere prioriteiten

De Gezinsbond ijvert niet alleen voor de belangen van gezinnen met (jonge) kinderen. We komen ook op voor ouderen. We benadrukken onder meer het belang van betaalbare zorg voor elk gezin door de invoering van een maximumfactuur in de thuiszorg en de residentiële zorg. Ook de aandacht voor kwaliteitsvol en betaalbaar wonen voor alle generaties hebben we op tafel gelegd.
Verder stonden op ons prioriteitenlijstje nog volgende thema’s: betaalbare en toegankelijke kinderopvang van nul tot veertien jaar, een ’basisgoederen’-vangnet, inschrijvingsrecht in het onderwijs, leerzorg, uitval en kwalificatieplicht in het onderwijs, sociale woonleningen, gezinsvriendelijke activering van werklozen, luchtkwaliteit en opvoedingsondersteuning.
We hadden nog een veel langere lijst willen voorleggen. De noden van gezinnen zijn immers groot en divers. Onze uitgebreide gezinspolitieke voorstellen hebben we overhandigd op papier, want onze spreektijd was beperkt. De medewerkers van de onderhandelaars zullen er ongetwijfeld voorstellen in vinden voor een gezinsvriendelijk regeerakkoord. We duimen voor een regering die voor gezinnen echt het verschil maakt.

Frans Schotte – Algemeen voorzitter

13 juni 2014

Ongelijkheden in gezondheid wegwerken

Mensen met een goede socio-economische positie in de samenleving hebben meer kansen in het leven en meer mogelijkheden om zich te ontplooien. Ze hebben ook een betere gezondheid. De twee zijn aan elkaar gelinkt: hoe beter mensen gedijen, sociaal en economisch, hoe beter hun gezondheid. Hoe lager iemands sociale positie, hoe slechter doorgaans zijn of haar gezondheid.

Dat is de conclusie van een studie die in Groot-Brittannië werd verricht: The Marmot Review, Fair Society, Healthy Lives. Deze uitdrukkelijke link tussen de sociale omstandigheden waarin mensen leven en hun gezondheidstoestand is niet zomaar een vrijblijvende beschouwing maar een oproep voor meer wezenlijke bekommernissen over gezondheid, gezondheidszorg en gezonde levensgewoonten.
De Gezinsbond vindt dat er inspanningen moeten worden gedaan om alle mensen degelijke kansen te bieden in het leven. Mensen zouden daardoor beter af zijn over de hele lijn, zoals de omstandigheden waarin ze worden geboren, opgroeien, leven, werken en ouder worden. Ze zouden een verbetering van hun welzijn ervaren, een betere geestelijke gezondheid genieten en minder met beperkingen moeten leven. Hun kinderen zouden beter gedijen, en ze zouden kunnen deelnemen in ondersteunende netwerken.
Elke partij die straks regeringsverantwoordelijkheid opneemt, moet armoedebestrijding bovenaan het prioriteitenlijstje plaatsen. Elk kind moet de beste start krijgen in zijn leven. Dat is van wezenlijk belang om ongelijkheden op het vlak van gezondheid tijdens iemands leven te verminderen. De fundamenten voor elk aspect van de menselijke ontwikkeling – lichamelijk, intellectueel en emotioneel – liggen in de vroege kinderjaren. Wat zich afspeelt in de eerste levensjaren (van in de baarmoeder) heeft levenslange effecten op verschillende aspecten van gezondheid en welbevinden, van zwaarlijvigheid, hartlijden en geestelijke gezondheid tot onderwijsresultaten en economische status. Als we iets willen doen aan de gezondheidskloof, moeten we ons vooral richten op gelijke en vroegtijdige toegang van jonge kinderen tot positieve ervaringen. Latere interventies, ook al zijn ze belangrijk, hebben minder effect wanneer goede vroegtijdige fundamenten ontbreken.

De beste start
De beste start in het leven betekent dat we onze inzet over diverse domeinen moeten spreiden: een kwaliteitsvolle zwangerschapsbegeleiding, goede kinderopvang, flexibele combinatie tussen werk en gezin in de periode van zorg voor jonge kinderen, goede ondersteuning in scholen geënt op de noden van het kind, voldoende bestaansmiddelen… Elk gezin moet over een inkomen kunnen beschikken dat de zogenaamde armoederisicodrempel overstijgt, want een tekort aan financiële middelen draagt mee bij tot een ongezonder leven. Een goede werksituatie bevordert ook de gezondheid. En dat mag niet alleen het geval zijn voor hogere inkomensgroepen. Kinderen in armoede en ongelijkheid laten leven in deze samenleving legt een hypotheek op de toekomst.

Manu Keirse – Gezinspolitiek secretaris

30 mei 2014

Verkozenen, vergeet de kiezer niet!

De politiek was de afgelopen weken alomtegenwoordig: folders in de bus, talkshows op de buis, debatten in de buurt, analyses en advertenties in de kranten, affiches op de straat, kopstukken op de stoep en op de markt, polls op het internet, honderden tweetjes en zelfs een ’thunderclap’ om de campagne af te ronden. De inzet was dan ook niet min: drie verkiezingen in één dag.

De politieke partijen en hun kandidaten gooiden alles in de strijd om te dingen naar uw stem. Uw stem, die op zondag 25 mei ook echt telde. Al die stemmen samen hebben de politieke kaart getekend voor de komende jaren. We hebben een verwachte winnaar, N-VA. Maar ook Groen ging vooruit en het verwachte verlies van de klassieke partijen, CD&V, SP.a en Open Vld, bleef uit. Politieke analisten verkondigen het al een tijdje: nu gaan er doortastende beslissingen vallen, nu komen er ook onpopulaire maatregelen. Er werd al veel gegoocheld met cijfers tijdens de campagne en wanneer het verkiezingsstof is gaan liggen zullen de onderhandelaars voor de Vlaamse, Brusselse en federale regeringen ongetwijfeld weer de rekenmachines bovenhalen.  

Samenleving met een hart

Maar, verkozenen van alle partijen, vergeet vooral de gezinnen niet die achter al die cijfers schuilgaan. N-VA pleit al langer voor een sociaal-economische herstelregering. Als gezinsbeweging kiezen wij voor een samenleving met een hart voor gezinnen boven een harde samenleving, voor verandering in het voordeel van gezinnen. Net zoals onze economie, hebben ook onze gezinnen zuurstof nodig. We vragen een beleid dat gezinnen versterkt om de uitdagingen van onze complexe maatschappij aan te kunnen. Gezinnen moeten reële keuzes kunnen maken om hun eigen toekomst vorm te geven. We vragen een beleid dat gezinnen beschermt tegen de risico’s die ze vandaag lopen en waar ze vaak weinig vat op hebben. We vragen een beleid dat de kracht van gezinnen erkent: gezinnen hebben geen betutteling nodig. We willen dat elk gezin meetelt en dat er niemand achterblijft.
Uiteraard kijken we met veel belangstelling uit naar de hervorming van de kinderbijslag (zie ook pag. 8-9, red.). We kennen de voorstellen van de partijen waarbij grote gezinnen in de kou blijven staan. Dat kunnen we niet toelaten. De Gezinsbond pleit voor een hervorming die alle gezinnen ten goede komt, met een compensatietoeslag voor grote gezinnen én een KIA-toeslag (Kind in Armoede) voor wie het niet breed heeft.
Gezinnen hebben ook op andere manieren ondersteuning nodig: we ijveren voor een veralgemeende derdebetalersregeling bij de huisarts, voor kwaliteitsvolle woon-zorgvoorzieningen voor ouderen, terugbetaling van psychologische hulpverlening, een kordate aanpak van de jongerenwerkloosheid, betere ouderbetrokkenheid in het onderwijs. We willen een beleid dat er voor zorgt dat gezinnen op een goede manier werk, gezin én zorg kunnen combineren. Nu meer en meer gemeentes hun GAS-regels aanpassen, durven we hopen op een snelle afvoer van de GAS-boetes voor veertienjarigen. En we kijken ook naar Europa. Voor een doortastend beleid op het vlak van luchtkwaliteit, bijvoorbeeld. Want het kan niet langer dat onze kinderen de meest ongezonde lucht van Europa moeten inademen.
We hebben de partijprogramma’s goed gelezen, en er gelukkig veel van onze voorstellen in teruggevonden. We zullen er op toezien dat de regeringsonderhandelaars voldoende aandacht hebben voor maatregelen die het leven van de gezinnen echt vooruit helpen.

Manu Keirse – Gezinspolitiek secretaris

16 mei 2014

…maar niet ten koste van grote gezinnen
Gelijke basiskinderbijslag voor elk kind

Door de zesde staatshervorming worden Vlaanderen en Brussel na de verkiezingen bevoegd voor de kinderbijslagen. Een unieke kans om het kinderbijslagstelsel te vereenvoudigen én te versterken.

De Gezinsbond wil een eenvoudig universeel eenheidsstelsel waarin elk kind dezelfde basisbijslag krijgt ongeacht het beroepsstatuut en het inkomen van zijn ouder(s) en los van zijn rang. Kortom: kinderbijslag als recht van het kind. De Gezinsbond kiest voor een substantiële universele kinderbijslag, aangevuld met een KIA-toeslag (Kind in Armoede) én een compensatie voor grote gezinnen. Alleen zo kunnen we gezinnen ondersteunen om de minimumkosten van kinderen te dragen. Dat vereist wel een bijkomende investering in de kinderbijslag.

Politiek draagvlak
In hun verkiezingsprogramma’s gaan de meeste politieke partijen akkoord met een gelijke basiskinderbijslag voor elk kind ongeacht zijn rang in het gezin. De Gezinsbond heeft dat gelijkheidsprincipe altijd bepleit, maar wil niet dat grote gezinnen daar het slachtoffer van worden. Ons voorstel met een basiskinderbijslag van 158 euro, aangevuld met substantieel hogere leeftijdsbijslagen, bevat daarom een compensatietoeslag van 50 euro per maand voor elk kind uit een gezin met vier of meer kinderen. Hervormen heeft enkel zin met bijkomende financiële inspanningen voor gezinnen met kinderen.
Is het ondersteunen van grote gezinnen vandaag nog te verantwoorden? Het antwoord is resoluut ’ja’. Grote gezinnen hebben meer dan ooit hun kinderbijslag hard nodig. De afgelopen decennia hebben de bedragen van de kinderbijslagen immers meer dan 40 procent aan koopkracht verloren. Gezinnen zullen nooit rijk worden van hun kinderbijslag. De huidige bijslag dekt voor een achttienplusser zelfs in de derde rang slechts de helft van zijn minimumkost. Gezinnen moeten zelf nog fors opleggen om hun kinderen te voeden, te kleden en te huisvesten. Hoe meer kinderen een gezin telt, hoe groter de maandelijkse opleg. Het maandelijkse bedrag is al snel opgesoupeerd als je een paar kinderschoenen en wat kleding koopt.
Grote gezinnen met vier of meer kinderen staan voor extra zware investeringen om hun kinderen op te voeden: een grotere woning met voldoende slaapkamers, een grotere auto omdat op de achterbank van een gewone gezinswagen maximaal drie kinderen mogen zitten… Gezinnen investeren deze overheidsondersteuning in de opvoedingskosten hoofdzakelijk in goederen en diensten en ondersteunen daardoor onze economie. Een belangrijk deel van het kinderbijslagbudget keert zo terug naar de overheid via btw en accijnzen.

Solidariteit
De grootte van een gezin mag dan een persoonlijke keuze zijn, maar dat is nog geen reden om onze solidariteit met grote gezinnen af te bouwen. We mogen deze gezinnen niet in de steek laten. Vlaanderen en Brussel samen tellen meer dan 150.000 gezinnen met drie of meer kinderen. Samen hebben deze gezinnen meer dan een half miljoen kinderen. Als de politieke partijen het ernstig menen met gezinnen en kinderen, verwachten we van alle dames en heren politici dat ze die gezinnen niet in de kou laten staan. Hun welzijn mag niet opgeofferd worden ten behoeve van een betere ondersteuning van kleinere gezinnen. Als extra investeringen niet mogelijk blijken te zijn, moeten ze minstens hun huidige rechten behouden.

Frans Schotte - Algemeen voorzitter
Manu Keirse – Gezinspolitiek secretaris

2 mei 2014

Allermoedersdag

Op zondag 11 mei vieren we ze, onze moeders.  Alle moeders, de biologische en de stiefmoeders, de adoptiemoeders, de pleegmoeders, de moeders met natuurlijke gaven, zij die er meer moeite voor moeten doen, de springlevende moeders, de moederkes zaliger, de kersverse moedertjes én de oma’s. Moeders uit gegoede gezinnen en armere moeders, minister-moeders of moeder-ministers, migrantenmoeders, gezonde energieke moeders en zieke moeders. Moeders van kroostrijke gezinnen en moeders van hele kleine families.  

Ze worden moeder genoemd, of mama, mam, mams, mammie, moeke, ma’ke, moer, moesje, mem, mamaatje, mutti en mamsie. In de overgrote meerderheid van alle talen ter wereld begint het woord voor ’moeder’ met de letter ’m’. Ik weet niet of dat toeval is, maar het is wel net een klank die iets sussends en zachts heeft. Bovendien kun je in het woord ook ’moed’ lezen, een eigenschap die we terecht met het moederschap in verband brengen. Het vergt immers een achtenswaardige dosis moed om zo’n hummeltje(s) groot te krijgen, om de gekoesterde kroost kansen te geven en zich laten ontplooien. Het wankele evenwicht tussen geborgenheid schenken en ruimte geven. En in deze tijd van tweeverdieners: de eisende combinatie van  moeder, echtgenoot en werknemer of zelfstandige zijn.

Hoop en kansen
Bijzonder respect verdienen moeders die zich in een kwetsbare situatie van hun liefdevolle taak moeten kwijten. We willen onze oogappels immers alle kansen geven, maar dat moet je als ouders ook kunnen waarmaken. In een omgeving waar materiële zorgen en beperkingen de toon zetten, is de zorg om de kinderen nog veel stressvoller. Wij hopen daarbij met de Gezinsbond te kunnen bijdragen tot een beetje meer hoop en concrete kansen.  En dan zijn er al die moeders die in oorlogsgebieden ondanks alles hoopvol moeten blijven en moedig verder doen, toch zo schrijnend.
In onze contreien is Moederdag sinds zowat 1925 een jaarlijks feest. We namen
het over van de Amerikanen die in 1905
een ’memorial mother’s day for mothers living and dead’ lanceerden. Want toen al besefte men wat een krachttoer het was om het hele jaar door de machinerie van een gezin draaiend te houden én tegelijkertijd het leeuwendeel van de zorgtaken te vervullen. Zo werd Moederdag in het leven geroepen, om moeders die ene dag vrij te stellen van alle huishoudelijke en zorgende taken (nu ja, de intentie was er), en hen eens een hele dag echt op een voetstuk te plaatsen, met bijhorende cadeautjes of attenties. Al die ontbijtjes aan bed, die op school gemaakte knutselwerkjes waar een kind jaar na jaar zijn dankbaarheid mee betuigt, zo mooi, en zo terecht.
In de jaren zeventig en tachtig kreeg Moederdag steeds meer kritiek van vrouwen die pleitten voor meer emancipatie. Zij bestreden het feest met leuzen als ’Wij laten ons niet met een taart in het riet sturen’ en betitelden Moederdag als een ’zoethoudertje voor het hele jaar’.
Al heeft deze dag, net als heel wat andere feestelijke gezinsmomenten, een commerciële invulling gekregen, toch is er zeker een authentiek, niet-gekunstelde kant aan de moederdagviering. Dankbaarheid en genegenheid uiten, of met weemoed terugdenken voor wie zijn of haar moeder verloor. Het gaat om de M, van Moeder, van onvoorwaardelijk graag zien.

Frans Schotte - Algemeen voorzitter

18 april 2014

Als mijn kind maar gezond is

In het begin van de paasvakantie vond in De Panne, in aanwezigheid van Vlaams gezinsminister Jo Vandeurzen, de officiële heropening plaats van Villa Rozerood. In dit volledig gerenoveerd respijthuis kunnen gezinnen met een zwaar ziek kind ook even vakantie nemen in een aangepaste omgeving.

Villa Rozerood werd voor het eerst geopend in 2011, maar in 2012 gedeeltelijk vernield door een brand. De werking werd ononderbroken voortgezet in een hotel dat in de winterperiode spontaan door de eigenaar ter beschikking werd gesteld en een restaurant dat gratis voor de maaltijden zorgde. Het huis werd volledig nieuw uitgerust dankzij de vergoeding van de verzekering, maar ook door vele spontane giften van mensen, bedrijven en organisaties.
Dit zijn voorbeelden die ik graag in het licht stel, in een samenleving die steeds meer als individualistisch wordt afgeschilderd. Betaalbare vakantie  voor gezinnen die door de ziekte van hun kind al veel extra kosten hebben, is trouwens enkel mogelijk als jaarlijks 200.000 euro extra wordt ingezameld.
Villa Rozerood is het eerste respijthuis voor ernstig zieke kinderen in ons land. Het is erkend door het RIZIV (de ziekteverzekering) en door Toerisme Vlaanderen.  Het is een zorghotel dat verzorging en ondersteuning biedt ver van de ziekenhuissfeer. Niet alleen het zieke kind krijgt er deskundige zorg en ondersteuning, maar ook de broers en de zussen. De ouders of de grootouders kunnen er even de zorg uit handen geven en genieten van vakantie in een gezellige en veilige ‘thuis’-omgeving. Ze kunnen er zeven dagen op zeven, dag en nacht rekenen op een professionele zorgkundige omkadering van ervaren verpleegkundigen onder leiding van een kinderarts. De directeur staat mee in voor de ondersteuning van de families. Geëngageerde vrijwilligers bieden mee antwoorden op de vele noden.
Leven geven
Ouders van ernstig zieke kinderen getuigen op de opening: ”Er zijn onvoldoende woorden om te beschrijven wat Villa Rozerood voor ons betekent. Vanaf het moment dat drieënhalf jaar geleden kanker in ons leven binnenviel, is niets meer gewoon, zeker het leven niet… Integendeel, en dat terwijl we net vanaf dat moment het gewone leven echt volop naar waarde leerden schatten. Villa Rozerood is voor ons uitgegroeid tot een echte reddingsboei aan zee. Hier kunnen wij even op adem komen. We willen ons kind voor de korte tijd dat hij nog te leven heeft zoveel mogelijk leven geven. Dat is het enige wat we kunnen doen voor hem. Het is een plaats waar hij niet ’de zieke’ is, waar wij als ouders tot rust komen, en waar ook zijn zus niet wordt vergeten.”
Als mijn kind maar gezond is, dat is de wens van veel ouders. Gezinnen met een kind met een ernstige ziekte staan vaak aan de zijkant van de samenleving. We doen dat niet doelbewust, maar we kunnen ons zo weinig inleven in het leven dat deze gezinnen leiden. Veel gezinnen zijn zorgende gezinnen. Zij dragen zorg voor een kind, een ouder of een ander familielid met beperkingen. De gezinnen waar het om gaat, zijn heel divers en hebben elk hun eigen verhaal. Het gaat om een gezin waarvan een van de kinderen het Downsyndroom heeft; een gezin waarvan de vader na een auto-ongeval in een rolstoel zit; een moeder met een psychiatrische ziekte...
Wat denkt u ervan?
Hoe kijken wij naar deze zorgende gezinnen? En naar de kinderen en volwassenen die leven met een handicap? Vinden we het vanzelfsprekend dat ze een volwaardige plaats in de samenleving bekleden, of denken we dat dat niet mogelijk is? De Gezinsbond heeft een korte bevraging opgesteld om te weten hoe dit thema leeft bij gezinnen. Want net als Villa Rozerood willen wij de samenleving aansporen om het vermogen te ontwikkelen om de emoties van anderen te voelen, en er ook iets mee te doen. Ook zorgende gezinnen horen erbij. Surf naar: https://www.surveymonkey.com/s/zorgendegezinnen.

Manu Keirse - Gezinspolitiek secretaris

7 maart 2014

VrijwilligersVriendelijk

Laten we een nieuw woord lanceren! Eentje waar we als Gezinsbond met volle goesting achterstaan. Want in een samenleving waarin alles economischer, rationeler en doeltreffender moet zijn, plaatsen wij graag een HART boven een HARDE samenleving. En laat het nu net dat vrijwilligerswerk zijn dat voor ons mee de essentie uitmaakt van een HARTelijke samenleving.

VrijwilligersVriendelijke Gezinsbond

Ze zijn met 13.500, de vrijwilligers van de Gezinsbond. Ze zijn dagelijks in de weer om voor jullie – als lid van onze organisatie – een kinderoppas te voorzien, een winkel aan te sluiten voor spaarkorting, watergewenning voor je kleuters te organiseren, jullie als ouder mee te helpen zoeken naar een kindveilige omgang met het internet, jullie in groep gebruik te laten maken van het Krokuskriebels-museumaanbod, een gezond ontbijt te organiseren, je babyspulletjes aan te kopen, of net terug te verkopen op een tweedehandsbeurs enzovoorts. Samen dragen onze vrijwilligers zorg voor gezinnen in hun omgeving, samen ’maken zij gezinnen blij’!

VrijwilligersVriendelijk Vlaanderen

Op ons beleidscongres vorige maand in de Capitole in Gent gaven we onze politici voedsel om mee te nemen in hun campagne naar een parlementszetel. In speeddates vertelden onze vrijwilligers aan de partijkopstukken wat hen van het hart moest.
En als Gezinsbond namen we, samen met andere vrijwilligersverenigingen binnen het samenwerkingsverband van de Verenigde Verenigingen, duidelijke standpunten in. Met resultaat! Zo werd de door Europa opgelegde btw-grens voor kleinere vzw’s opgetrokken en werd de administratieve last – die de wet op de overheidsopdrachten dreigde te veroorzaken – binnen de perken gehouden. Vrijwilligers willen zich inzetten, hun betrokkenheid met anderen tonen en omzetten in helpende handen, maar niet bezig zijn met een papierwinkel en administratieve rompslomp.

VrijwilligersVriendelijk Europa

Steeds meer bepaalt Europa de richting die de landen die er deel van uitmaken moeten uitgaan. Het vrijwilligerswerk in Vlaanderen is vrij uniek wanneer we rondom ons kijken. Daarom dat we vanuit datzelfde samenwerkingsverband, dat de Verenigde Verenigingen vormt, het belang van het vrijwilligerswerk ook aan onze Europese vertegenwoordigers wilden meegeven. Dat gebeurde vorige week nog in een ’Think & Drink’ met vijf verkozen Europese parlementariërs. Een discussie rond een apart statuut voor de civil society en het zoeken naar een overlegplatform met de Vlaamse en andere Europarlementariërs om onze vrijwilligersstem systematisch te laten horen na de installatie van het nieuwe parlement, kunnen ver van ons bed lijken. Maar ze zijn een uiting van hoe we er zorg voor dragen dat vrijwilligers kunnen (blijven) doen waarvoor ze gekozen hebben: zich inzetten voor anderen en hun betrokkenheid op wat men belangrijk vindt omzetten in dagelijkse actie.

VrijwilligersVriendelijke afdeling

In deze Week van de Vrijwilliger maken we een deel van onze vrijwilligerswerking zichtbaar (pag. 10-11). Vele handen maken licht werk. En dit jaar maken we extra werk van het creëren van een vrijwilligersvriendelijke omgeving. Interesse om ook deel uit te maken van de enthousiaste groep vrijwilligers in je omgeving? Of gewoon benieuwd hoe we dit aanpakken? Surf dan naar www.maakgezinnenblij.be. Misschien ben je, net als die 13.500 andere vrijwilligers, enthousiast om je zelf ook mee in te zetten voor de Gezinsbond, en zo als vrijwilligersvriendelijke vereniging samen te zorgen voor een gezinsvriendelijke omgeving in jouw buurt.

Luk De Smet – Algemeen directeur

21 februari 2014

Goed wonen voor ouderen

Veel ouderen willen thuis blijven wonen, maar soms is dat niet wenselijk. De kinderen zijn het huis uit of je komt alleen te staan. Het huis is te groot of te duur geworden, of de isolatie is niet meer aangepast aan energiezuinige eisen. Je voelt je alleen en eenzaam. Door langdurige ziekte of invaliditeit beantwoordt je woning niet meer aan de specifieke voorwaarden die daarvoor gelden. Je wilt meer in de buurt van mensen of van zorgvoorzieningen wonen. Ernstige zorgbehoefte kan ervoor zorgen dat zelfstandig wonen niet meer zelfstandig mogelijk is.

Vroeger kon je nog bij je kinderen gaan inwonen, maar vandaag is dat vaak minder vanzelfsprekend. Niet dat kinderen niet meer voor hun ouders willen zorgen, maar de omstandigheden zijn gewijzigd omdat beide partners gaan werken. En als ouders vroeger bij hun kinderen gingen inwonen, was dat doorgaans voor enkele jaren. Maar in de vorige eeuw kregen we er gemiddeld dertig jaar levensverwachting bij, mensen worden veel ouder dan vroeger. Misschien wou je je kinderen niet tot last zijn.
Vanaf de leeftijd van tachtig jaar word je bijzonder kwetsbaar als het gaat over huisvesting. Net tachtigplussers wonen in de oudste en de minst aangepaste woningen. De grootste risicogroepen zijn ouderen die nooit gehuwd zijn of gescheiden zijn of leven met een lager inkomen; alleenstaanden omdat ze vaak in de ouderlijke woning zijn blijven wonen – het minst aangepast – en de andere kwetsbare groepen omdat het met een beperkt inkomen moeilijker wordt om een aangepaste woning te vinden.

Praten terwijl het nog leuk is

Een goede woonsituatie voor de huidige en de komende generaties ouderen is voor de Gezinsbond een belangrijk aandachtspunt. We pleiten ervoor om hierover te praten terwijl het nog leuk is. Tijdig nadenken over een toekomstige woonplanning, er met de kinderen of met je familie over praten als je nog in goede gezondheid verkeert, maakt het gesprek minder bedreigend. Goed wonen is samenspel, en dat vraagt om samen spreken. Probeer verschillende scenario’s goed te overwegen, en bekijk vooraf wat nog haalbaar is als je alleen zou komen te staan, als je fysieke of mentale toestand voor problemen zou zorgen. De communicatie met je kinderen en aandacht voor wederzijdse verwachtingen of mogelijke gevolgen voor vererving, komen het best aan bod. Hierover tijdig praten met kinderen en kleinkinderen is werken aan intergenerationele solidariteit. Moet dat niet de basis zijn van ons toekomstig woonbeleid?
De Gezinsbond vraagt ook aan de overheid om mee te denken over een kwaliteitsvol aanbod in het woonbeleid voor ouderen: investeringen om het woonpatrimonium aangepast te houden; de uitbouw stimuleren van levenslang bestendige woningen, kangoeroewoningen, collectieve woonvormen waarin solidariteit tussen ouderen en jongeren wordt aangemoedigd; vormen van groepswonen waarin mensen door elkaar te helpen zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen, en eventueel assistentiewoningen met aangepaste ondersteuning op vraag. Door tijdig na te denken in alle geledingen van de samenleving kan de toename van de gemiddelde levensverwachting meer als een weldaad worden gezien, wat ze ook is, dan als een probleem. Laat ons kijken naar een samenleving die ‘verzilvert’ in plaats van ‘vergrijst’.
En als zelfstandig wonen echt niet meer kan, iets wat steeds naar hogere leeftijd verschuift, ijveren we voor aangepaste en betaalbare woonzorgvoorzieningen. Dat is voor sommigen een toevlucht, voor anderen een schrikbeeld. De kwaliteit van het wonen en van de bejegening zal dat in belangrijke mate bepalen.

Manu Keirse – Gezinspolitiek secretaris

7 februari 2014

Hartelijk!

We schrijven al februari 2014. Een paar maanden voor de verkiezingen en zowat tien dagen na ons vijfjaarlijkse beleidscongres.
Een 900-tal mensen stonden voor ons congres ’Gezinbegrepen’ een flinke hap uit hun weekend af. Om creatief te denken met ons, over de noden die bij de gezinnen leven, en over uiteenlopende relevante maatschappelijke vragen.
Dat we zo talrijk waren op ons congres en boeiend bezig waren, is veelzeggend. Het toont aan dat de Gezinsbond als middenveldorganisatie nog steeds met overtuiging en slagkracht een brugfunctie vervult tussen individuele burgers, de gezinnen enerzijds en de politiek, de overheid anderzijds.
Die brug is geen overbodige infrastructuur, want gezinnen moeten reële keuzes kunnen maken, om hun eigen toekomst vorm te geven.
We vragen eigenlijk dat de overheid gezinnen beschermt, niet betuttelt. Het gaat om een beschermend kader tegen de risico’s die ze vandaag lopen, en die risico’s zijn niet min. Tegelijkertijd verwachten we van de overheid dat ze de kracht van gezinnen erkent.
Vandaag vertegenwoordigen we als Gezinsbond 273.000 gezinnen in Vlaanderen.
De eigenheid en structuur van onze organisatie maken dat we ook in 2014  in staat zijn een steeds breder scala aan activiteiten en inspiratie te bieden. Zo kunnen gezinnen met hun noden en interesses terecht bij hun Gezinsbond. Daarom ook onze leden-werven-leden-actie in ’De Bond’, omdat onze eigen leden het best kunnen vertolken waarom ze lid zijn en blijven. En omdat een groeiende Gezinsbond ook voor hen goed is. Dat wordt vertaald in concrete voordelen, over de lokale werking tot en met belangenbehartiging.
Met het oog op de verkiezingen in mei is het immers geen vrijblijvende ambitie om de politieke wereld naar ons te laten luisteren. De belangen van gezinnen verdienen een plek bovenaan op de agenda bij de verkiezingen van 25 mei en bij de regeringsonderhandelingen die in hun kielzog zullen volgen.
 De Verenigde Verenigingen, een organisatie die het gros van de spelers in het middelveld – ook de Gezinsbond – groepeert, lanceerde in de aanloop naar de verkiezingen de slogan ’Hart boven hard’. Daarmee wordt aandacht gevraagd voor de stem van het middenveld, organisaties die stuk voor stuk streven naar een samenleving waar de mensen meer centraal staan.
Het werk en de aard van de Gezinsbond passen goed bij die slogan. Wij ijveren voortdurend voor een samenleving met een hart. En dat is ook bij onze beweging meer dan gratuit in zeemzoete termen voor een betere wereld te pleiten, zoals een aantal sceptici misschien wel denken over het niet commerciële middenveld.  
Een mooi voorbeeld is het kinderbijslagdossier. In die samenleving met een hart zal ook de regionalisering van de kinderbijslagen een plaats moeten veroveren.  Binnen een paar maanden wordt Vlaanderen immers bevoegd voor de kinderbijslag. Een uitgelezen kans om het stelsel te vereenvoudigen én te versterken. De Gezinsbond heeft de krachtlijnen van de nieuwe aanpak toegelicht naar aanleiding van het beleidscongres, en zal er ruim aandacht voor blijven vragen in de aanloop naar de verkiezingen.
We roepen u, onze leden, dan ook geestdriftig op om ten volle te genieten van de kansen en de kracht die uitgaan van het middenveld. Middenveld, het is geen term die alleen in het nieuws voorkomt, het is een woord om ons te omschrijven, wij, de gezinnen, het hart van de samenleving. We inspireren en we geven gestalte. Alleen zo kunnen verkiezingen iets van hoop in zich dragen, via de betrokkenheid van een mondig middenveld. Gelukkig. 

Frans Schotte – Algemeen voorzitter

10 januari 2014

Gelukkig, een nieuw jaar

We vieren het min of meer uitbundig en het is sowieso iets om even bij stil te staan: we zijn een spiksplinternieuw jaar begonnen. Al lopen de verhaallijnen uit ons leven gewoon verder over die jaargrens heen, een nieuwe kalender geeft toch een nieuw elan. We starten ook met een nieuwe lei.

Een nieuw jaar, dat is eerst het oude achter ons laten. De media lieten ons getuige zijn van zo onwaarschijnlijk veel intrieste gebeurtenissen tijdens het afgelopen jaar. En er wachten er de wereld ongetwijfeld een hele reeks in 2014. Moet je dan bewust naïef (in de zin van: gelovend in het goede) of hardnekkig wereldvreemd zijn, om toch te spreken van een ‘Gelukkig Nieuwjaar’?
We zijn natuurlijk hier in het Westen bij de gelukkigen, dat valt niet te ontkennen. We leven op een plekje in de wereld dat gespaard blijft van aardbevingen, orkanen, grote hongersnoden, zonder reactionair juk van godsdienstige of andere aard. Wat niet betekent dat we geen maatschappelijke mistoestanden als armoede, uitsluiting en menselijk leed kennen. Toch zou het nogal onbehoorlijk zijn om het te ontkennen: we mogen in onze contreien van geluk spreken.
En laat Wikipedia nu net ‘geluk’ of ‘gelukkig zijn’ omschrijven als ‘tevreden zijn met huidige levensomstandigheden’. De online encyclopedie heeft het over verschillende positieve emoties die aanwezig kunnen zijn, zoals vreugde, een vredig gevoel, zich ontspannen voelen en vrolijkheid. Uit onderzoek blijkt dat geluk voor ongeveer de helft erfelijk bepaald is, de rest van de verschillen wordt veroorzaakt door invloeden uit de omgeving. Je kan geluk, vanuit de oorzaken waaruit het voorkomt, positief bekijken als de aanwezigheid van plezierige of wenselijke situaties.
Bij de negatieve stelling ga je ervan uit dat geluk bestaat uit de afwezigheid van pijn en lijden, wat het meteen een persoonlijker karakter geeft.
Een gelukkige samenleving, dat is ook waar de Gezinsbond voor ijvert; een samenleving waarin mensen (lees: gezinnen), tot hun recht komen. Zo kan lid zijn van een gezinsorganisatie als de onze zin geven aan je leven en mooie momenten opleveren. De Gezinsbond helpt in die optiek in het voorzien van randvoorwaarden om gelukkig(er) te zijn. Onze werking is immers enerzijds gebouwd op het verlenen van diensten (kinderoppasdienst, tweedehandsbeurzen, vormingssessies…) en anderzijds het werken aan een gezinsvriendelijke samenleving. Daar hoort ook onze inzet bij voor de rechten van alle gezinnen en het weerbaarder maken van gezinnen, bijvoorbeeld op het vlak van financiële geletterdheid( zie ook pag. 8 in deze ‘Bond’).
In een samenleving die gelukkig maakt, krijgen gezinnen voldoende rechten en ontplooiingskansen en worden voldoende toekomstperspectieven geboden. Denk daarbij aan een belangrijk maatschappelijk thema als de vergrijzing. Weten gezinnen dat er voor hen gewerkt wordt aan duurzame jobs of kinderopvang? Merken ze dat er verbeteringen optreden aan bijzondere zorgsituaties en problemen aangepakt worden? Ze kunnen gerust zijn dat er voor hun rechten geijverd wordt, en er terecht de nodige aandacht uitgaat naar een gezondere leefomgeving voor iedereen.
Want al deze zorgen geven stress. En stress is de grootste vijand van geluk. Het zijn bovendien problemen die we als individu of zelfs als gezin niet alleen kunnen oplossen.  
De Gezinsbond is niet alleenzaligmakend op dit terrein, en we zijn zeker niet de enige organistie die zich inzet voor een gelukkiger, beloftevollere maatschappij. Maar het is wel de rode draad doorheen onze missie, visie en strategie. De onderwerpen die we tijdens ons beleidscongres op zaterdag 25 januari in De Capitole in Gent zullen behandelen, getuigen hiervan. Als het van de Gezinsbond afhangt, wordt 2014 een veeleer gelukkig jaar voor u. Geniet ervan! 

Frans Schotte – Algemeen voorzitter

6 december 2013

Kinderbijslag is recht van het kind

De voorbije weken is bij verschillende politieke partijen in Vlaanderen de verkiezingskoorts opgedoken. Veel aandacht ging daarbij uit naar voorstellen over de kinderbijslag. Het begon met het congres van de CD&V. Deze partij stelt in haar programma duidelijk dat ze bij de overheveling van de bevoegdheid voor de kinderbijslag volgend jaar een gelijke bijslag voor elk kind wil. Meteen volgde een reactie van de andere politieke partijen.
De Gezinsbond, die al lang pleit voor een gelijke kinderbijslag voor elk kind, heeft zich duidelijk laten horen in het opbod tussen de politieke partijen. Wij zijn blij met een vereenvoudiging van het systeem, want momenteel bestaan er meer dan zevenhonderd verschillende bedragen naast elkaar. De overheveling van deze bevoegdheid vanaf 1 juli 2014 is een kans om het stelsel van de kinderbijslag transparanter te maken. De efficiëntiewinst door de vereenvoudiging moet aan de kinderen ten goede komen. We geven hierbij nog eens graag het standpunt van de Gezinsbond weer.

Elk kind is evenveel waard

Voor de Gezinsbond is de belangrijkste doelstelling van de kinderbijslag de minimale opvoedingskosten van kinderen (gedeeltelijk) vergoeden. Die minimumkost bedroeg op 1 mei van dit jaar voor een kind in de leeftijdsklasse van nul tot vijf jaar (op basis van de consumptie-index van april 2013) 313,67 euro. Daarom vragen wij een basisbedrag van 156 euro per maand per kind (waar dat nu voor het eerste kind 90 euro is, 167 euro voor het tweede en 250 euro voor het derde). Dat basisbedrag van 156 euro is de helft van de minimumkost van een kind. Omdat kinderen duurder worden naarmate ze ouder worden, moet deze basiskinderbijslag op de scharnierleeftijden van zes, twaalf en achttien jaar worden aangevuld met leeftijdstoeslagen van respectievelijk 45, 45 en 50 euro. Hierdoor wordt het bedrag per kind 201 euro vanaf zes jaar, 246 euro vanaf twaalf jaar en 296 euro vanaf achttien jaar. Voor de Gezinsbond is elk kind evenveel waard ongeacht de rang in het gezin of de sociale status van de ouders. Als je sociale gelijkheid en solidariteit in de samenleving nastreeft, moet je dat niet doen via de kinderen maar via de fiscaliteit. En hoe kun je nu vertellen dat een eerste kind minder investering waard zou zijn dan een volgend kind?
Met deze voorstellen gaan gezinnen met een of twee kinderen er duidelijk op vooruit. Grote gezinnen vanaf drie kinderen mogen er echter niet op achteruitgaan. Daarom stelt de Gezinsbond voor dat het basisbedrag van 156 euro voor gezinnen met drie kinderen wordt opgetrokken tot 170 euro per kind en voor gezinnen met vier kinderen tot 190 euro per kind.
De bedragen moeten bovendien welvaartsvast zijn van bij de start van het Vlaamse stelsel, anders gaan de gezinnen erop achteruit bij de stijging van de levensduurte. De verhoogde kinderbijslagen moeten ook worden behouden voor kinderen met een beperking en voor  wezen.

Het fundament van de samenleving

Wat zullen de politieke partijen doen met de voorstellen van de Gezinsbond? Kan een politieke partij die naar de kiezer stapt en pretendeert het volk te vertegenwoordigen het zich permitteren om niet te luisteren naar een beweging die 273.000 gezinnen vertegenwoordigt of – als je uitgaat van vier leden per gezin – ongeveer 1.100.000 burgers in Vlaanderen? Als je de fundamenten van een gebouw verwaarloost, zal het gebouw niet standhouden! Kinderen zijn het fundament van de samenleving van morgen. Welke politieke partij wil het fundament van de samenleving aantasten? Politici zijn ook ooit kinderen geweest en zijn vandaag wellicht ook ouders en grootouders.

Manu Keirse – Gezinspolitiek secretaris

8 november 2013

Dokter, wanneer heb je eens tien minuten tijd?

In het vorige nummer van ‘De Bond’ kon je lezen over de positie van de patiënt in de zorg. We zijn allemaal wel eens patiënt, of hebben zorgvragen over iemand die dicht bij ons staat. Maar je rechten kennen betekent nog niet dat je tot je recht komt. Een bezoek aan een arts is vaak een emotionele gebeurtenis en routineprocedures staan soms haaks op je beleving. Hoe vaak gebeurt het niet dat je je ineens realiseert dat je een belangrijke vraag bent vergeten te stellen als je weer buitenstaat? Daarom geven we graag enige tips mee waardoor arts en patiënt elkaar beter verstaan.

Bereid een bezoek aan de arts voor. Schrijf op wat je wil bespreken. Herlees wat je hebt opgeschreven. Beperk het aantal onderwerpen dat je in een consultatie ter sprake wilt brengen. Een goede voorbereiding helpt om de aandacht van de arts gaande te houden. Als je met prangende vragen zit, kun je het best het gesprek beginnen met de vraag: ‘Dokter, wanneer heb je eens tien minuten tijd om naar mijn vragen te luisteren?’ Wacht op zijn antwoord om je vragen te stellen. Als je ziet dat de arts gehaast is, als er een volle wachtzaal is, en als je het antwoord niet onmiddellijk nodig hebt, kijk je beter samen uit naar een moment dat beter geschikt is. Met je vraag maak je duidelijk dat je uitdrukkelijke aandacht nodig hebt. Een arts zal dan zeker tijd en aandacht opbrengen.

Aanvaard enige onzekerheid, hoe moeilijk dat soms ook mag zijn. Het kan zijn dat de arts op bepaalde vragen geen precies antwoord heeft. Vooral op vragen over de toekomst, hoe graag de arts ze ook zou beantwoorden, is soms geen antwoord te geven. Dat betekent niet noodzakelijk dat de dokter iets achterhoudt.

Tweerichtingsverkeer

Een goed antwoord op je vragen moet aansluiten bij je leven en je gevoel. Om dat te kunnen heeft een arts achtergrondinformatie van je nodig. Vertel waarvoor je bang of angstig bent. Een arts merkt dat niet steeds op in je gedrag. Houd er rekening mee dat ook een arts reageert volgens zijn aanvoelen. Misschien is de reactie ongeduldig of wimpelt de dokter je onrust af omdat hij of zij vindt dat er geen reden tot angst is, of misschien niet weet hoe te reageren. Artsen reageren ook niet steeds adequaat. Ze hebben immers niet met één, maar met tientallen patiënten te maken en moeten steeds opnieuw hun houding bepalen tegenover iedere patiënt. Dat beseffen helpt om er positiever mee om te gaan. Aarzel niet je vraag te herhalen als je geen adequaat antwoord krijgt, maar doe het positief. Positivisme roept positivisme op. Met negatief gedrag oogst je vaak een negatief antwoord. Een positieve houding maakt het voor de arts ook gemakkelijker om onzekerheid te laten zien.

Een zinvol gesprek is tweerichtingsverkeer. Ga in op wat de arts zegt. Vraag klaarheid. Een arts denkt vaak te snel dat alles duidelijk is. Vat de informatie nog eens samen zodat eventuele misverstanden worden gecorrigeerd. Angst maakt dat je bepaalde informatie niet hoort. Neem iemand mee die rustiger kan luisteren. Als je te angstig bent om de informatie te laten doordringen, maak dan een nieuwe afspraak als je rustiger bent.

Bespreek ook wat je tegenvalt. ‘Dokter, ik wil je nog iets vertellen over de wijze waarop ik dat heb ervaren.’ Of als je lang hebt moeten wachten, hoewel je op afspraak was, stel dan vriendelijk de vraag: ‘Dokter, kan ik iets doen om de volgende keer niet drie uur te verliezen?’ Communiceer met respect en ga ervan uit dat je niet minder, maar evenwaardig bent. Toon ook waardering. Door feedback, zowel positieve als negatieve, werk je mee aan de verbetering van de zorg. Een goede zorg, daar zijn we allemaal bij gebaat.

Manu Keirse – Gezinspolitiek secretaris

 

25 oktober 2013

Jullie en de Gezinsbond

Jullie, dat zijn de mensen waarvoor we het doen, onze 275.000 gezinnen-leden. Ons ruime aanbod aan acties,
activiteiten, ledenvoordelen en publicaties sluit aan op jullie leven en beleven. Zo verwelkomden we op onze gezinsdag ’Beestig Feest’, vorige week zaterdag in dierenpark Planckendael, ruim achtduizend deelnemers, grotendeels mama’s, papa’s, oma’s en opa’s met jonge (klein)kinderen. Hartverwarmend en recht in de roos.

’Gezinbegrepen’

De verwachtingen en noden van gezinnen zijn het uitgangspunt en de rode draad in onze werking. Bij onze gezins-politieke acties vragen we ons telkens af hoe beleidsmaatregelen er moeten uitzien om gezinnen ook echt ten goede te komen. Van daaruit vertrekken onze standpunten en adviezen, of het nu gaat over kinderbijslag, belastingen, gezin en werk, verkeersveiligheid, kinderopvang, onderwijs of consumptie.
Het nieuwe Beleidsproject ’Gezin-begrepen’ is een belangrijke toetssteen en richtinggevend voor de gezinspolitieke werking. Om de vijf jaar maken we zo’n Beleidsproject op en momenteel draait de inhoudelijke invulling ervan op volle toeren. Je leest er vanaf nu ook meer over in ’De Bond’ (zie pag. 12).

In elke levensfase

Op het vlak van dienstverlening en activiteiten is het onze niet aflatende ambitie om gezinnen in elke levensfase een diensten- en activiteitenaanbod op maat te bieden. Dat betekent onder meer (groot)ouders ondersteunen in de opvoeding van hun (klein)kinderen, partners ondersteunen in hun relatie en ouders helpen besparen. (Groot)ouders vormen de kern van onze werking, waarbij we ons aanbod van diensten en activiteiten zowel qua inhoud als vorm op hen afstemmen. Met onze publicaties, van ’Brieven aan Jonge ouders’, ’BOTsing’, de ’Brief aan jonge grootouders’ tot ’De Bond’ en katernen als ’Koop Zo’ en ’Aktief’ ondersteunen we dat aanbod.

Ook de invoering van onze lidkaart waarmee je spaart, past in dat streefdoel om het gezinnen makkelijker en interessanter te maken. Lid zijn en korting sparen gebeurt voortaan met één kaart. Elk gezin krijgt twee exemplaren van de lidkaart waarmee je spaart toegestuurd. Het is een eigentijds, gebruiksvriendelijk systeem.

Bondgenoot voor alle gezinnen

Met onze afdelingen  staan we garant voor een bloeiend en gevarieerd verenigingsleven dat gezinnen samenbrengt, dat samenhang in de wijk, de buurt en de gemeente creëert. Die sociale samenhang is onontbeerlijk voor een open, democratische en solidaire samenleving; een samenleving die verenigt en niet verdeelt, die vertrekt vanuit gemeenschappelijke noden van gezinnen en niet vanuit verschillen tussen gezinnen.
Vanuit die sterke solidariteitsgedachte willen we er als Gezinsbond zijn ’voor iedereen’, een bondgenoot voor alle gezinnen.
Het vraagt extra  inspanningen om ook gezinnen erbij te betrekken die we nog onvoldoende bereiken, zoals gezinnen in armoede en gezinnen met een andere etnisch-culturele achtergrond. Maar met strategie en empathie boeken we langzaam maar zeker vooruitgang.

Met jullie – onze leden –, onze 13.500 vrijwilligers en een stevig beroepskader werken we naar dat ene doel toe: de leefwereld van gezinnen verrijken, verbeteren en versterken. Wil je een vollediger plaatje, grasduin dan eens door onze website en ontdek wat we jullie als gezin te bieden hebben.

Luk De Smet – Algemeen directeur

 

11 oktober 2013

Donkere wolken boven het gezin

Hij zit niet lekker in zijn vel. Zij zit erdoor. Ik zie het niet meer zitten. Er zijn zoveel uitdrukkingen om aan te geven dat iemand psychische problemen heeft. Eén persoon op vijf krijgt er in zijn leven mee te maken. De problemen kunnen tijdelijk van aard zijn, maar je kunt er ook levenslang aan lijden. Psychische problemen hebben een diepe impact op je eigen leven en dat van je gezin. Je praat makkelijker over een lichamelijke kwaal dan over een psychisch probleem. Daardoor is er veel verborgen leed en onbegrip.
Kinderen van een psychisch zieke ouder hebben het niet gemakkelijk. De ziekte kan de normale gezinsverhoudingen ontwrichten. Kinderen kunnen de reacties van hun mama of papa niet altijd goed plaatsen. Ze missen soms geborgenheid of zijn genoodzaakt de ouderrol op te nemen. Ze kunnen vaak niet op begrip rekenen voor hun eigen moeilijkheden. Wie staat er op school bij stil als papa depressief is? Kinderen in een gezin met een zieke ouder kunnen soms ontzettend eenzaam zijn. Alles draait om de ziekte. Zelf komen ze op de tweede, de derde of de laatste plaats. Als ze pech hebben, blijven ze in de kou staan en is er niemand die hen verwarmt. Ook dat moeten ze zelf doen. Ze worden te weinig opgevangen, te weinig gehoord, te weinig gezien. De patiënt verdient zorg en begrip, maar zijn gezin ook.

Wel jong, niet vrolijk
Maar ook jongeren van wie het leven nog maar pas is begonnen, hebben het psychisch soms zeer moeilijk. Sommigen overwegen zelfs uit het leven te stappen. Zelfdoding is na een verkeersongeval de belangrijkste doodsoorzaak bij jongeren. Vaak is de eerste reactie ongeloof. Naasten zijn soms de laatsten om het te zien aankomen. Liefde maakt blind. Welke ouder kan zich nu voorstellen dat zijn kind dit zou doen? Deze jongeren verbergen vaak ook hun ontreddering voor hun meest dierbaren. Veel onheil kan worden vermeden als we leren de signalen tijdig op te vangen en ze ernstig nemen.
Op 10 oktober, de Werelddag van de Geestelijke Gezondheid, vragen we daar extra aandacht voor. Als dit zoveel mensen raakt, is het nodig dat de samenleving erbij stil staat. Het is tijd om normaal te doen over psychische problemen. Het is belangrijk dat aanwijzingen op tijd door de omgeving worden opgepikt. Tieners die het moeilijk hebben, vinden het soms zwaar om er met hun ouders over te praten, zeker als ze helemaal in de put zitten. Vrienden en leerkrachten kunnen goed geplaatst zijn om alarmsignalen op te vangen. Soms maakt een goed gesprek met een leraar al het verschil, of het begin van het verschil. En soms is helpen contact te leggen met een hulpverlener aangewezen.
De Gezinsbond pleit met aandrang voor de erkenning van psychotherapeuten en klinisch psychologen. Vandaag noemen veel mensen die daar niet voor zijn opgeleid zich psychotherapeut. Bij een verkeerde hulpverlener terechtkomen kan ook betekenen dat je een foute inschatting en een verkeerde behandeling krijgt. We pleiten dan ook uitdrukkelijk voor een toegankelijke, betaalbare en kwaliteitsvolle behandeling van mensen met psychische problemen. Hier hoort terugbetaling door de ziekteverzekering bij, zoals voor andere medische behandelingen. Deskundige hulp mag immers geen financiële drempels kennen.
De Gezinsbond wil helpen om de schaamte over een psychische ziekte de wereld uit te helpen. We moeten een taal leren om met de buitenwereld over te praten over wat er in de binnenwereld hapert. Alleen als we met elkaar durven praten over kwetsbaarheid, is er hoop. De Gezinsbond legt het probleem niet op de schouders van het individu alleen. Het is een sociaal probleem en die vragen om een maatschappelijk antwoord.

Spreekt de thematiek van jongeren met psychische problemen je aan? Vanaf januari toert de Gezinsbond door Vlaanderen met het theaterstuk Charlotte. Je vindt er meer over in de volgende ‘Bond’.

Manu Keirse – Gezinspolitiek secretaris

 

27 september 2013

De herfst, het andere en het eigene

De herfst is er. Officieel, en de natuur volgt dit jaar de kalender schoorvoetend. Net zoals het verrijkend is om in een land met diversiteit te leven, zo is het aangenaam om in een gebied met seizoenen te leven. Al missen we de lange zomeravonden, de herfst heeft zo zijn charmes en een totaal nieuw seizoen zorgt voor een afwisseling in het decor.

Wat bepaald niet vrolijk stemt, is de actualiteit van de afgelopen weken, met een reeks gewelddadige feiten die telkens kiemen in onverdraagzaamheid.
Gezinnen zijn de hoeksteen van de samenleving, dat hoeft geen betoog. Verdraagzaamheid zou je als cement kunnen omschrijven. Want is verdraagzaamheid niet de basisvoorwaarde voor alle vormen van solidariteit? En zonder solidariteit stokt het sociale raderwerk.
De maatschappelijke omgeving vraagt onder andere begrip, een open geest én belangstelling voor wie/wat anders is. En geen angst. Het zijn vaak bange mensen die wie of wat anders is veroordelen of agressief benaderen.
De louter technische definitie van tolerantie is "de toegestane afwijking van de norm". Die norm is relatief, want wat is normaal?
We zouden de waarheid onrecht aandoen, mochten we mensen gewoon onderverdelen in ‘verdraagzamen’ en ‘onverdraagzamen’. Het verhaal is genuanceerder.
Rechtsprofessor Matthias Storme omschrijft het in een tekst over tolerantie als volgt:
 "…de deugd der tolerantie is nog meer dan andere deugden een complexe deugd, … omdat ze noodzakelijk een spanning in zich bergt: een spanning tussen het eigene en het andere. Waarbij het andere wel telt, maar niet gelijk is aan het eigene".
We moeten leren omgaan met dat andere, zo simpel is het. Leren kijken en het op de duur als een verrijking zien dat mensen verschillen wat hun ras, huidskleur, taal, geloofsovertuiging, nationaliteit of etnische afkomst betreft.
Het zou kunnen dat voor sommige mensen zo’n verdraagzame ingesteldheid wat veel gevraagd is, omdat hun referentiekader of hun opvoeding hen zo niet heeft leren denken, of leren kijken. En dat onderstreept meteen weer het grote belang van wat we onze (klein)kinderen leren in die hoeksteen en waar zij een leven lang op kunnen teren.
We moeten onverdraagzaam zijn tegen intolerantie. Een onverdraagzame houding vreet aan een samenleving. Het is geen goede voedingsbodem om onze kinderen in op te voeden. Vandaar het belang van bewustmakingscampagnes, acties, lessen op school en ook ‘straffen’ als onderdeel van de strijd tegen geweld, discriminaties en vooroordelen tegen personen of groepen van personen.
Er zijn gelukkig ook positieve gebeurtenissen in deze korter wordende dagen. Zo won de Gezinsbond dit jaar de tiende Hugo Van Mierlo Prijs. Het Fonds van Mierlo bekroont hiermee de inspanningen van de Gezinsbond voor zijn jarenlange aandacht voor de rol van de vader bij de opvoeding en de zichtbaarheid hiervan in de communicatie.
Dit is het eigene aan onze Gezinsbond: we reiken positieve mortel aan. En zo maken we langzaam maar zeker het verschil en zorgen we voor een beetje tegengif voor al dat slecht nieuws.

Frans Schotte – Algemeen voorzitter

13 september 2013

De Gezinsbond is mee met zijn tijd

Een vernieuwde professionele ondersteuning van een rijke vrijwilligerswerking; lovende woorden van de visitatiecommissie die de werking van de Gezinsbond als sociaal-culturele vereniging onder de loep nam; gezinsgerichte ’eerste passen’ op de digitale snelweg met e-nieuwsbrieven; actualiteitsgetwitter als er over gezinspolitiek iets te vertellen valt, facebook accounts, een ’mijn gezinsbond’-pagina per aangesloten gezin…  Je merkt het: de Gezinsbond is mee met zijn tijd. Maar steeds met respect voor wie niet van de digitale snelweg houdt, en de rustige landelijke wegen verkiest.

In deze hele vernieuwingsoperatie neemt onze gezinsspaarkaart mee het voortouw. Je kan je spaargedrag online volgen, tenminste als je dat wil. Je krijgt immers bij elke spaarkaartverrichting nog altijd een papierstrookje dat uit de terminal rolt met alle nodige informatie. Over dat spaarkaartluik vind je hieronder trouwens alle praktische info.
Maar hou ook de komende weken ’De Bond’ goed in het oog, want over verdere vernieuwingen die gezinnen anno 2013 aanbelangen, zullen we nog regelmatig berichten. Intussen wens ik al onze gezinnen en vrijwilligers een goede start toe van dit nieuwe werkjaar voor de Gezinsbond.

Frans Schotte – Algemeen voorzitter

 


 

Het nieuwe sparen

Heb je de voorbije weken je gezinsspaarkaart gebruikt, dan heb je het wellicht al vastgesteld: vanaf nu wordt de korting op een andere manier geregistreerd.

Wat verandert er?
Je korting kun je digitaal raadplegen
De meeste spaarkaarthandelaars en -verkooppunten passen dit ’nieuwe sparen’ al toe: als je met je gezinsspaarkaart bij hen een aankoop doet, wordt je tegoed niet alleen zichtbaar gemaakt op het klassieke ticketje dat je meekrijgt. Je kan dat tegoed ook online nakijken. Net als al je volgende kortingen en afnames. Zo kan je dus nooit meer de waarde verliezen die je op je kaart bijeengespaard hebt.
Via een persoonlijke ’digitale portemonnee’ op www.gezinsbond.be kan je je gespaard tegoed en afnames raadplegen. Je registreert je hiervoor gewoon op www.gezinsbond.be bij ’mijn gezinsbond’. Op deze persoonlijke pagina vind je verder nog info over je eigen lidmaatschap en kan je die gegevens indien nodig aanpassen.

Afnames van 10 euro
Tot nog toe kon je enkel afnames doen zodra je 20 euro bijeengespaard had. Vanaf nu kan je bij handelaars die al werken volgens het nieuwe sparen al per schijf van 10 euro een afname doen. Zo kan je dus sneller dan vroeger de gespaarde korting opnieuw gebruiken.

De eerste keer bij de handelaar…
Als je een eerste keer je kaart aanbiedt bij een handelaar die al op het nieuwe systeem is overgeschakeld, wordt de nieuwe korting automatisch op je kaart geregistreerd. Het bedrag dat op de chip van je gezinsspaarkaart staat, wordt doorgeseind naar je ’digitale portemonnee’. Is de overdracht van het saldo op je gezinsspaarkaart naar je ’digitale portemonnee’ correct gebeurd, dan geeft het toestel van je handelaar een overdrachtticket waarop de waarde vermeld wordt. Vanaf nu staat je saldo online en kan je het consulteren via ’mijn gezinsbond’.
Je nieuwe aankopen en afnames worden nu verder geregistreerd in je ’digitale portemonnee’ en je krijgt nog steeds een ticketje met je korting van de handelaar.

Nog handig om weten
* De eerste keer dat je je gezinsspaarkaart gebruikt bij een handelaar die al overgeschakeld is, zal je iets langer moeten wachten op de korting. Daarna gaat het sneller.
* Komt er een foutboodschap ’kaart verwijderen’ op het scherm? Dan geeft je handelaar wellicht uit gewoonte nog korting op de oude wijze. Dat is meteen een geheugensteuntje voor de handelaar om over te schakelen op de nieuwe aanpak.
* Een handelaar die om technische redenen nog niet overgeschakeld is, zal je een tegoedbon geven die je later bij hem op je kaart kan laten zetten.
* Werkt het internet om een of andere reden niet tijdens je aankoop? Dan krijg je via het spaartoestel een bon met een code waarmee je je korting thuis zelf in je ’digitale portemonnee’ kan zetten. Of je biedt je later met bon en kaart aan bij de handelaar.  

Over dit ’nieuwe sparen’ ga je vanaf nu geregeld nieuws terugvinden in ’De Bond’. We voorzien immers nog heel wat wijzigingen de komende weken en maanden. Heb je nog vragen? Mogelijk vind je het antwoord op onze FAQ (=meest gestelde vragen) op www.gezinsbond.be.

 

30 augustus 2013

Een nieuw schooljaar

En daar is...

…dat spreekwoordelijke, vrij ongezellige varkentje waarmee aan alle verhalen, ook de deugddoende zoals een zomervakantie, een einde komt. Onwaarschijnlijk hoe snel die mooie zomer richting nieuw schooljaar evolueert. En eigenlijk goed ook, op naar wat meer extra  hersengymnastiek. Daarmee hebben we niet gezegd dat er in de vakantie niet geleerd wordt, want spelen is ook leren. Maar nu komen daar in eindtermen verpakte uitdagingen en resultaten bij. Zo zou je immers een nieuw schooljaar – even kort door de bocht – kunnen beschrijven.

Ja, weldra start het schooljaar weer. En zo’n nieuw schooljaar heeft wel iets, want er hangt altijd een zweem van nieuwjaarsstemming rond. Er zijn de goede voornemens en plannen waar scholieren en studenten in duiken, net als leerkrachten, directies en logistieke medewerkers en niet in het minst de ouders en grootouders. Ook buschauffeurs, verkopers in (snoep)winkeltjes in de schoolomgeving, zwembadpersoneel… Je kan het zo gek niet bedenken, al die mensen die het raderwerk doen draaien. Ze worden het allemaal gewaar: het nieuwe schooljaar staat in de startblokken, op maandag 2 september zwaaien de schoolpoorten weer open.
We wensen die honderdduizenden kinderen en jongeren een goed begin. Voor velen een blij weerzien. Voor de kleinsten een nieuwe episode in hun leven, want zij gaan voor het eerst naar school. En wie nu naar een andere school gaat of de stap zet naar het secundair onderwijs, duikt in het onbekende.
We wensen die goede start ook aan alle schoolteams, directies en leerkrachten. Met veel engagement en deskundigheid hebben zij zich voorbereid om kinderen en jongeren te verwelkomen voor een boeiend en leerrijk schooljaar.

Ook ouders kijken vol spanning uit naar die eerste schooldag en het nieuwe schooljaar. We trappen een open deur in als we zeggen dat zowel het gezin als de school de toekomst van elk kind bepalen. Ouders zijn dan ook belangrijke partners voor de school en kunnen als ’deskundigen in de opvoeding’ de school en het onderwijs in zijn geheel een meerwaarde bieden.

Drempels wegwerken
Als Gezinsbond nodigen we ouders uit om (meer) contact te hebben met de school. Tegelijk waarderen we alle inspanningen van scholen om de betrokkenheid van ouders te vergroten. Een kwaliteitsvol onderwijs houdt in dat alle kinderen gelijke kansen krijgen.
Vlaanderen scoort internationaal goed als het gaat over onderwijsresultaten. Maar laat dit duidelijk zijn: de sociaal-economische achtergrond zorgt er mee voor dat niet alle kinderen met gelijke kansen hun loopbaan in het onderwijs beginnen. Deze invloed laat zich gelden van kleuter- en lagere school over secundair tot hoger onderwijs. Zowel de deelname en de oriëntering als hoe de schoolcarrière verloopt, worden enorm bepaald door iemands sociaal-economische of etnisch-culturele achtergrond, het geslacht en de gezinssituatie. De Gezinsbond zet volop in op maatregelen die drempels wegwerken. Dat doen we onder meer met voorstellen over studiekosten, specifieke zorgnoden of op het terrein van de digitalisering van het onderwijs.
Er is nog heel wat werk aan de winkel om iedereen gelijke startkansen te geven. Want alleen zo plukt elk kind in dezelfde mate de vruchten van ons kwaliteitsvol onderwijs.

Luk De Smet – Algemeen directeur

 

12 juli 2013

De norm van het normale

Niet te vlug een stempel drukken

Enkele maanden geleden verscheen een krantenartikel onder de titel ’Kind zijn is een psychische stoornis’. Wanneer ik jonge ouders om me heen verslag hoor doen van de oudercontacten op school, gaan mijn wenkbrauwen opnieuw fronsen. Was het jongste jongetje in de klas zo druk omdat hij nog wat onrijp is of vermoeden we ADHD en moet hij aan de pillen? Horen de driftaanvallen van je puber bij het opgroeien of zijn ze een voorteken van een bipolaire stoornis? Betekent die onoplettendheid op school dat iemand een dromertje is, of dat er een aandachtsstoornis moet zijn? Is je kind een creatief buitenbeentje of iemand die de ’normale’ gang van zaken verstoort? Er zijn weer zware woorden gevallen.
Als je op school een diagnose als autisme, ADHD, hoogsensitief of zelfs borderline moet hebben om toegelaten te worden tot meer individuele begeleiding – of om in aanmerking te komen voor GON-begeleiding – worden te veel kinderen in deze categorieën gepropt. Dan spreken we al snel van een epidemie. Het succes van onze vormingsreeks ’Mag ik triest zijn?’ wees ook al in die richting. Als een kind niet probleemloos leeft of geen onbezorgd leven leidt, wordt dat te vaak als een psychische aandoening uitgelegd.
We zijn niet alleen zo veeleisend voor kinderen, maar ook voor onszelf en voor ouderen. Ga maar na hoeveel psychofarmaca worden voorgeschreven. Als je bedroefd bent omdat je partner sterft, of omdat het alleen zijn je zwaar valt, omdat je fysiek zware beperkingen moet accepteren, krijg je het etiket ’depressief’ en dus ook antidepressiva.

De normaliteit verliest haar zachte kantje

De normaliteit moet worden gered uit de klauwen van wie ons wil wijsmaken dat we allemaal ziek zijn. De normaliteit verliest al haar houvast. Als je maar goed kijkt, is iedereen in zekere mate ziek. We moeten die evolutie een halt toeroepen en zo bijdragen tot de terugkeer naar het echte ’normaal’, waarvan de randen een beetje flou zijn. De Wereldgezondheidsorganisatie definieert gezondheid als een toestand van volledig lichamelijk, geestelijk en sociaal welzijn en niet alleen de afwezigheid van ziekte. Wie van ons voldoet aan zo’n onmogelijk hoge maatstaf? Is met deze definitie niet iedereen op zijn minst gedeeltelijk ziek? Deze definitie zweemt ook naar cultuurgevoelige waardeoordelen. Wie bepaalt immers wat ’volledig’ lichamelijk, geestelijk en sociaal welzijn is? Is iemand ziek omdat zijn lichaam pijn doet na zware arbeid, als hij verdrietig is na tegenslag of ruzie? En zijn mensen met minder geld ziek omdat ze niet het volledige sociale welbevinden bereiken dat voor ’gezondheid’ is vereist?
Terwijl de grootschalige medicalisering van de normaliteit steeds verder oprukt, raken we het contact kwijt met ons vermogen om onszelf te genezen. We vergeten dat de meeste problemen geen ziekte zijn. Als we doodnormale gevoelens bestempelen als een psychische stoornis, worden mensen die echt ziek zijn nog meer genegeerd. Echte psychische aandoeningen vragen een snelle diagnose en een actieve behandeling. De medicijnen die terecht gediagnosticeerde kinderen krijgen, kunnen in elk geval leerprestaties verbeteren, rusteloosheid voorkomen, impulsieve uitbarstingen terugdringen, hen helpen om zich beter op hun gemak te voelen, en zaken als afwijzing en stigmatisering te voorkomen.

Natuurlijke veerkracht

De onvermijdelijke problemen van het dagelijks leven kunnen mensen echter beter oplossen met behulp van hun natuurlijke veerkracht en hun meest nabije omgeving. Gewoonlijk zijn we samen veerkrachtig genoeg, we likken onze wonden, mobiliseren vrienden en zetten onze schouders er weer onder. Ons vermogen om met problemen om te gaan, is van groot belang voor ons aanpassingsvermogen. Qua nut is het vergelijkbaar met lichamelijke pijn. Het is een signaal dat er iets verkeerd gaat. De helende kracht van extra aandacht voor het kind in de klas dat het moeilijk heeft, de warmte waarmee de oudere wordt benaderd in verdriet, de ongedwongen tijd die je voor elkaar vrijmaakt, zijn medicamenten die weinig schadelijke nevenwerkingen hebben.

Manu Keirse – Gezinspolitiek secretaris

 

28 juni 2013

Je bent jong en je wilt wat doen

Boekentassen aan de zomerwilgen hangen, turnzakken mee naar huis, festivalagenda’s uitpluizen, eindeloos sociaal doen op Facebook, skypen tot alle tijdsbesef verdwenen is, tijd voor het lief… – een klein stukje van de hedendaagse definitie van: gedaan met dat schooljaar, de zomer dient zich aan, waar is dat feestje?

Toch altijd iets speciaals, zo’n zomervakantie. Zeker als je nog niet zoveel zomers telt…

Elke leeftijd heeft zijn zomergeneugten. We vergeten als ouder nooit hoe zoon- of dochterlief voor het eerst een ijsje te lijf ging, of met grote ogen naar de zee keek. En als die hummeltjes groter worden, dan komen er andere uitdagingen, en andere vakanties.

Er wordt zo vaak gesakkerd op jongeren. Kijk eens wat er allemaal gezegd en geschreven werd over hen in het kader van de gemeentelijke administratieve sancties of GAS-boetes.

”De jeugd van tegenwoordig houdt van luxe. Ze heeft slechte manieren, veracht alle gezag, heeft geen respect en praat als ze zou moeten werken.” Zo verwoordde de Griekse filosoof Socrates het in de jaren 400 vóór Christus. En al die eeuwen erna zijn er volwassenen geweest die vergeten dat ook zij ooit ’de jeugd van tegenwoordig’ waren.
Wie die protagonisten van tegenwoordig kent, wie er van dichtbij mee te maken krijgt, weet dat jongeren niet die ettertjes zijn die beschreven worden door GAS-aanhangers.  

De meerderheid van de jongeren zijn geen ’overlast genererende egotrippers’ die rare dingen doen, zonder respect voor hun omgeving. De meeste jongeren hebben weliswaar andere interesses, andere dislikes en andere lievelings-communicatiekanalen dan het oudere deel van de bevolking. Maar ze hebben mooie waarden en normen, vaak altruïstischer en minder materialistisch. En ze gaan sneller over tot actie, ze doen iets met hun enthousiasme en hun opvattingen.

Een  zomervoorbeeld bij uitstek van zulke positieve jongeren die zich inzetten voor zaken waar de wereld beter van wordt, zijn die duizenden leiders en leidsters van jeugdbewegingen en speelpleinen. Zij bivakken, organiseren speelweken, zetten zich in voor de Gezinssportfederatie, de jeugdsportdienst AFYA of de Vlaamse jeugddienst crefi…
Allemaal jonge mensen die belangeloos hun vrije tijd steken in spelen en sporten met kinderen, knap is dat. En ook wie kritisch staat tegenover een teveel aan sociale media, moet erkennen dat Google, Facebook enzovoort nu mee kanalen zijn bij het zoeken naar spelen, thema’s en onderling communiceren over de best mogelijke speelplanning. Kampen en naar de jeugdbeweging gaan, dat scherpt de creativiteit van kinderen aan, en het maakt hen weerbaarder.  

Als Gezinsbond hebben wij oog en bewondering voor dat jeugdige dynamisme. We wensen onze jonge vrijwilligers een lekker warme zomer toe, eentje om te onthouden, om te bewaren.

En natuurlijk evenveel plezier voor mensen met iets meer zomers op de teller.

Luk De Smet – Algemeen directeur