In het vizier

4 april 2014

Kinderen als mantelzorgers

Een tijdje geleden was een aandachtspunt in het nieuws dat ongeveer veertigduizend kinderen in Vlaanderen mantel-zorger zijn voor een zieke ouder. Een bijzondere categorie zijn kinderen van een ouder die psychisch ziek is, en die vormen dus geen uitzondering.

Een op vijf mensen krijgt in zijn leven een psychische ziekte. De problemen kunnen tijdelijk zijn, maar je kunt er ook een leven lang aan lijden. Van alle mensen die meer dan een jaar ziek zijn, is een derde psychisch ziek. Psychische problemen raken zeer diep je leven en dat van je omgeving. Sommige aandoeningen zijn te genezen. Met andere moet je leren leven. Het is gemakkelijker te praten over een lichamelijke dan over een psychische aandoening. Daardoor is er veel verborgen leed en onbegrip.

Leven in een onveilige situatie

Partners, kinderen, broers en zussen van een gezinslid dat psychisch ziek is, hebben het niet gemakkelijk. Als vader depressief is of moeder in de war, weet je als kind nooit wat je te wachten staat wanneer je na een schooldag – of op andere dagen – weer thuiskomt. En is de school zich ervan bewust wat er met mama aan de hand is? Deze kinderen hebben geen onbekommerde jeugd. Bovendien kan de situatie diepe sporen nalaten in hun latere leven. Het is niet zozeer de ziekte op zich of het lijden van hun mama of papa dat hen tekent, maar wel de ontwrichting van de normale gezinsrelaties. Ze missen geborgenheid en ze moeten al als kind een ouderrol op zich nemen. Vaak kunnen deze kinderen maar op weinig begrip rekenen voor hun eigen moeilijkheden. Hun omgeving realiseert zich ook niet dat ze als kind van een psychisch zieke ouder soms – uit zelfbehoud – verplicht zijn afstand te nemen van de ouder die ziek is, een houding die dan als harteloos overkomt.
Kinderen in een gezin waar iemand psychisch ziek is, leven dikwijls in een onveilige situatie. Er is een stemming die elk moment kan omslaan; je moet steeds rekening houden met de gemoedstoestand van de ouder; je moet voortdurend alert zijn voor  signalen; je kunt  niet praten over wat je bezighoudt; je hebt geen thuis waar je graag vriendjes uitnodigt...
Vaak houden deze kinderen gevoelens over wat ze beleven angstvallig voor zichzelf, ook de kinderlijke en volwassen problemen die ze ervaren in hun groei naar volwassenheid. Zo voorkomen ze dat hun ouders het nog moeilijker krijgen. Zo proberen ze alles niet nog erger te maken en het gezin bij elkaar en draaiende te houden. Ze doen wat ze kunnen, zorgen voor hun ouders, zijn trouw en loyaal.
Veel kinderen in een gezin met een psychisch zieke voelen zich ontzettend eenzaam. Alles draait om de zieke en de ziekte. Zelf komen ze op de tweede, de derde of de laatste plaats. Ze worden te weinig opgevangen, te weinig gehoord, te weinig gezien. Ze cijferen zichzelf weg in dienst van anderen. En dan is het soms moeilijk om het nodige basisvertrouwen op te bouwen voor de toekomst. Want probeer maar eens je eigen weg te vinden als je met een hoop vragen en verwarring zit waarop je geen antwoord krijgt. En hoe moet je je losmaken in de puberteit en op eigen benen staan als je nooit werd vastgehouden?

Ondersteuning om veerkrachtig te zijn

De Gezinsbond pleit voor een goede ondersteuning van deze gezinnen. Denken hulpverleners eraan dat ook kinderen met een psychisch zieke ouder recht hebben op degelijke uitleg over wat er aan de hand is, of moeten ze ook dat zelf maar gaan uitzoeken? Heeft de school begrip voor het feit dat ze extra ondersteuning nodig hebben in de klas? Kunnen ze rekenen op uitstel of een aangepaste dosering van schoolwerk, of zijn die uitzonderingen er enkel voor deelnemers aan sportcompetities?
Goede opvang voor jonge mantelzorgers kan ervoor zorgen dat ze een grote flexibiliteit en een grote veerkracht opbouwen. Zo wordt het zorgverhaal voor hen niet alleen maar kommer en kwel.

Manu Keirse – Gezinspolitiek Secretaris

7 maart 2014

VrijwilligersVriendelijk

Laten we een nieuw woord lanceren! Eentje waar we als Gezinsbond met volle goesting achterstaan. Want in een samenleving waarin alles economischer, rationeler en doeltreffender moet zijn, plaatsen wij graag een HART boven een HARDE samenleving. En laat het nu net dat vrijwilligerswerk zijn dat voor ons mee de essentie uitmaakt van een HARTelijke samenleving.

VrijwilligersVriendelijke Gezinsbond

Ze zijn met 13.500, de vrijwilligers van de Gezinsbond. Ze zijn dagelijks in de weer om voor jullie – als lid van onze organisatie – een kinderoppas te voorzien, een winkel aan te sluiten voor spaarkorting, watergewenning voor je kleuters te organiseren, jullie als ouder mee te helpen zoeken naar een kindveilige omgang met het internet, jullie in groep gebruik te laten maken van het Krokuskriebels-museumaanbod, een gezond ontbijt te organiseren, je babyspulletjes aan te kopen, of net terug te verkopen op een tweedehandsbeurs enzovoorts. Samen dragen onze vrijwilligers zorg voor gezinnen in hun omgeving, samen ’maken zij gezinnen blij’!

VrijwilligersVriendelijk Vlaanderen

Op ons beleidscongres vorige maand in de Capitole in Gent gaven we onze politici voedsel om mee te nemen in hun campagne naar een parlementszetel. In speeddates vertelden onze vrijwilligers aan de partijkopstukken wat hen van het hart moest.
En als Gezinsbond namen we, samen met andere vrijwilligersverenigingen binnen het samenwerkingsverband van de Verenigde Verenigingen, duidelijke standpunten in. Met resultaat! Zo werd de door Europa opgelegde btw-grens voor kleinere vzw’s opgetrokken en werd de administratieve last – die de wet op de overheidsopdrachten dreigde te veroorzaken – binnen de perken gehouden. Vrijwilligers willen zich inzetten, hun betrokkenheid met anderen tonen en omzetten in helpende handen, maar niet bezig zijn met een papierwinkel en administratieve rompslomp.

VrijwilligersVriendelijk Europa

Steeds meer bepaalt Europa de richting die de landen die er deel van uitmaken moeten uitgaan. Het vrijwilligerswerk in Vlaanderen is vrij uniek wanneer we rondom ons kijken. Daarom dat we vanuit datzelfde samenwerkingsverband, dat de Verenigde Verenigingen vormt, het belang van het vrijwilligerswerk ook aan onze Europese vertegenwoordigers wilden meegeven. Dat gebeurde vorige week nog in een ’Think & Drink’ met vijf verkozen Europese parlementariërs. Een discussie rond een apart statuut voor de civil society en het zoeken naar een overlegplatform met de Vlaamse en andere Europarlementariërs om onze vrijwilligersstem systematisch te laten horen na de installatie van het nieuwe parlement, kunnen ver van ons bed lijken. Maar ze zijn een uiting van hoe we er zorg voor dragen dat vrijwilligers kunnen (blijven) doen waarvoor ze gekozen hebben: zich inzetten voor anderen en hun betrokkenheid op wat men belangrijk vindt omzetten in dagelijkse actie.

VrijwilligersVriendelijke afdeling

In deze Week van de Vrijwilliger maken we een deel van onze vrijwilligerswerking zichtbaar (pag. 10-11). Vele handen maken licht werk. En dit jaar maken we extra werk van het creëren van een vrijwilligersvriendelijke omgeving. Interesse om ook deel uit te maken van de enthousiaste groep vrijwilligers in je omgeving? Of gewoon benieuwd hoe we dit aanpakken? Surf dan naar www.maakgezinnenblij.be. Misschien ben je, net als die 13.500 andere vrijwilligers, enthousiast om je zelf ook mee in te zetten voor de Gezinsbond, en zo als vrijwilligersvriendelijke vereniging samen te zorgen voor een gezinsvriendelijke omgeving in jouw buurt.

Luk De Smet – Algemeen directeur

21 februari 2014

Goed wonen voor ouderen

Veel ouderen willen thuis blijven wonen, maar soms is dat niet wenselijk. De kinderen zijn het huis uit of je komt alleen te staan. Het huis is te groot of te duur geworden, of de isolatie is niet meer aangepast aan energiezuinige eisen. Je voelt je alleen en eenzaam. Door langdurige ziekte of invaliditeit beantwoordt je woning niet meer aan de specifieke voorwaarden die daarvoor gelden. Je wilt meer in de buurt van mensen of van zorgvoorzieningen wonen. Ernstige zorgbehoefte kan ervoor zorgen dat zelfstandig wonen niet meer zelfstandig mogelijk is.

Vroeger kon je nog bij je kinderen gaan inwonen, maar vandaag is dat vaak minder vanzelfsprekend. Niet dat kinderen niet meer voor hun ouders willen zorgen, maar de omstandigheden zijn gewijzigd omdat beide partners gaan werken. En als ouders vroeger bij hun kinderen gingen inwonen, was dat doorgaans voor enkele jaren. Maar in de vorige eeuw kregen we er gemiddeld dertig jaar levensverwachting bij, mensen worden veel ouder dan vroeger. Misschien wou je je kinderen niet tot last zijn.
Vanaf de leeftijd van tachtig jaar word je bijzonder kwetsbaar als het gaat over huisvesting. Net tachtigplussers wonen in de oudste en de minst aangepaste woningen. De grootste risicogroepen zijn ouderen die nooit gehuwd zijn of gescheiden zijn of leven met een lager inkomen; alleenstaanden omdat ze vaak in de ouderlijke woning zijn blijven wonen – het minst aangepast – en de andere kwetsbare groepen omdat het met een beperkt inkomen moeilijker wordt om een aangepaste woning te vinden.

Praten terwijl het nog leuk is

Een goede woonsituatie voor de huidige en de komende generaties ouderen is voor de Gezinsbond een belangrijk aandachtspunt. We pleiten ervoor om hierover te praten terwijl het nog leuk is. Tijdig nadenken over een toekomstige woonplanning, er met de kinderen of met je familie over praten als je nog in goede gezondheid verkeert, maakt het gesprek minder bedreigend. Goed wonen is samenspel, en dat vraagt om samen spreken. Probeer verschillende scenario’s goed te overwegen, en bekijk vooraf wat nog haalbaar is als je alleen zou komen te staan, als je fysieke of mentale toestand voor problemen zou zorgen. De communicatie met je kinderen en aandacht voor wederzijdse verwachtingen of mogelijke gevolgen voor vererving, komen het best aan bod. Hierover tijdig praten met kinderen en kleinkinderen is werken aan intergenerationele solidariteit. Moet dat niet de basis zijn van ons toekomstig woonbeleid?
De Gezinsbond vraagt ook aan de overheid om mee te denken over een kwaliteitsvol aanbod in het woonbeleid voor ouderen: investeringen om het woonpatrimonium aangepast te houden; de uitbouw stimuleren van levenslang bestendige woningen, kangoeroewoningen, collectieve woonvormen waarin solidariteit tussen ouderen en jongeren wordt aangemoedigd; vormen van groepswonen waarin mensen door elkaar te helpen zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen, en eventueel assistentiewoningen met aangepaste ondersteuning op vraag. Door tijdig na te denken in alle geledingen van de samenleving kan de toename van de gemiddelde levensverwachting meer als een weldaad worden gezien, wat ze ook is, dan als een probleem. Laat ons kijken naar een samenleving die ‘verzilvert’ in plaats van ‘vergrijst’.
En als zelfstandig wonen echt niet meer kan, iets wat steeds naar hogere leeftijd verschuift, ijveren we voor aangepaste en betaalbare woonzorgvoorzieningen. Dat is voor sommigen een toevlucht, voor anderen een schrikbeeld. De kwaliteit van het wonen en van de bejegening zal dat in belangrijke mate bepalen.

Manu Keirse – Gezinspolitiek secretaris

7 februari 2014

Hartelijk!

We schrijven al februari 2014. Een paar maanden voor de verkiezingen en zowat tien dagen na ons vijfjaarlijkse beleidscongres.
Een 900-tal mensen stonden voor ons congres ’Gezinbegrepen’ een flinke hap uit hun weekend af. Om creatief te denken met ons, over de noden die bij de gezinnen leven, en over uiteenlopende relevante maatschappelijke vragen.
Dat we zo talrijk waren op ons congres en boeiend bezig waren, is veelzeggend. Het toont aan dat de Gezinsbond als middenveldorganisatie nog steeds met overtuiging en slagkracht een brugfunctie vervult tussen individuele burgers, de gezinnen enerzijds en de politiek, de overheid anderzijds.
Die brug is geen overbodige infrastructuur, want gezinnen moeten reële keuzes kunnen maken, om hun eigen toekomst vorm te geven.
We vragen eigenlijk dat de overheid gezinnen beschermt, niet betuttelt. Het gaat om een beschermend kader tegen de risico’s die ze vandaag lopen, en die risico’s zijn niet min. Tegelijkertijd verwachten we van de overheid dat ze de kracht van gezinnen erkent.
Vandaag vertegenwoordigen we als Gezinsbond 273.000 gezinnen in Vlaanderen.
De eigenheid en structuur van onze organisatie maken dat we ook in 2014  in staat zijn een steeds breder scala aan activiteiten en inspiratie te bieden. Zo kunnen gezinnen met hun noden en interesses terecht bij hun Gezinsbond. Daarom ook onze leden-werven-leden-actie in ’De Bond’, omdat onze eigen leden het best kunnen vertolken waarom ze lid zijn en blijven. En omdat een groeiende Gezinsbond ook voor hen goed is. Dat wordt vertaald in concrete voordelen, over de lokale werking tot en met belangenbehartiging.
Met het oog op de verkiezingen in mei is het immers geen vrijblijvende ambitie om de politieke wereld naar ons te laten luisteren. De belangen van gezinnen verdienen een plek bovenaan op de agenda bij de verkiezingen van 25 mei en bij de regeringsonderhandelingen die in hun kielzog zullen volgen.
 De Verenigde Verenigingen, een organisatie die het gros van de spelers in het middelveld – ook de Gezinsbond – groepeert, lanceerde in de aanloop naar de verkiezingen de slogan ’Hart boven hard’. Daarmee wordt aandacht gevraagd voor de stem van het middenveld, organisaties die stuk voor stuk streven naar een samenleving waar de mensen meer centraal staan.
Het werk en de aard van de Gezinsbond passen goed bij die slogan. Wij ijveren voortdurend voor een samenleving met een hart. En dat is ook bij onze beweging meer dan gratuit in zeemzoete termen voor een betere wereld te pleiten, zoals een aantal sceptici misschien wel denken over het niet commerciële middenveld.  
Een mooi voorbeeld is het kinderbijslagdossier. In die samenleving met een hart zal ook de regionalisering van de kinderbijslagen een plaats moeten veroveren.  Binnen een paar maanden wordt Vlaanderen immers bevoegd voor de kinderbijslag. Een uitgelezen kans om het stelsel te vereenvoudigen én te versterken. De Gezinsbond heeft de krachtlijnen van de nieuwe aanpak toegelicht naar aanleiding van het beleidscongres, en zal er ruim aandacht voor blijven vragen in de aanloop naar de verkiezingen.
We roepen u, onze leden, dan ook geestdriftig op om ten volle te genieten van de kansen en de kracht die uitgaan van het middenveld. Middenveld, het is geen term die alleen in het nieuws voorkomt, het is een woord om ons te omschrijven, wij, de gezinnen, het hart van de samenleving. We inspireren en we geven gestalte. Alleen zo kunnen verkiezingen iets van hoop in zich dragen, via de betrokkenheid van een mondig middenveld. Gelukkig. 

Frans Schotte – Algemeen voorzitter

10 januari 2014

Gelukkig, een nieuw jaar

We vieren het min of meer uitbundig en het is sowieso iets om even bij stil te staan: we zijn een spiksplinternieuw jaar begonnen. Al lopen de verhaallijnen uit ons leven gewoon verder over die jaargrens heen, een nieuwe kalender geeft toch een nieuw elan. We starten ook met een nieuwe lei.

Een nieuw jaar, dat is eerst het oude achter ons laten. De media lieten ons getuige zijn van zo onwaarschijnlijk veel intrieste gebeurtenissen tijdens het afgelopen jaar. En er wachten er de wereld ongetwijfeld een hele reeks in 2014. Moet je dan bewust naïef (in de zin van: gelovend in het goede) of hardnekkig wereldvreemd zijn, om toch te spreken van een ‘Gelukkig Nieuwjaar’?
We zijn natuurlijk hier in het Westen bij de gelukkigen, dat valt niet te ontkennen. We leven op een plekje in de wereld dat gespaard blijft van aardbevingen, orkanen, grote hongersnoden, zonder reactionair juk van godsdienstige of andere aard. Wat niet betekent dat we geen maatschappelijke mistoestanden als armoede, uitsluiting en menselijk leed kennen. Toch zou het nogal onbehoorlijk zijn om het te ontkennen: we mogen in onze contreien van geluk spreken.
En laat Wikipedia nu net ‘geluk’ of ‘gelukkig zijn’ omschrijven als ‘tevreden zijn met huidige levensomstandigheden’. De online encyclopedie heeft het over verschillende positieve emoties die aanwezig kunnen zijn, zoals vreugde, een vredig gevoel, zich ontspannen voelen en vrolijkheid. Uit onderzoek blijkt dat geluk voor ongeveer de helft erfelijk bepaald is, de rest van de verschillen wordt veroorzaakt door invloeden uit de omgeving. Je kan geluk, vanuit de oorzaken waaruit het voorkomt, positief bekijken als de aanwezigheid van plezierige of wenselijke situaties.
Bij de negatieve stelling ga je ervan uit dat geluk bestaat uit de afwezigheid van pijn en lijden, wat het meteen een persoonlijker karakter geeft.
Een gelukkige samenleving, dat is ook waar de Gezinsbond voor ijvert; een samenleving waarin mensen (lees: gezinnen), tot hun recht komen. Zo kan lid zijn van een gezinsorganisatie als de onze zin geven aan je leven en mooie momenten opleveren. De Gezinsbond helpt in die optiek in het voorzien van randvoorwaarden om gelukkig(er) te zijn. Onze werking is immers enerzijds gebouwd op het verlenen van diensten (kinderoppasdienst, tweedehandsbeurzen, vormingssessies…) en anderzijds het werken aan een gezinsvriendelijke samenleving. Daar hoort ook onze inzet bij voor de rechten van alle gezinnen en het weerbaarder maken van gezinnen, bijvoorbeeld op het vlak van financiële geletterdheid( zie ook pag. 8 in deze ‘Bond’).
In een samenleving die gelukkig maakt, krijgen gezinnen voldoende rechten en ontplooiingskansen en worden voldoende toekomstperspectieven geboden. Denk daarbij aan een belangrijk maatschappelijk thema als de vergrijzing. Weten gezinnen dat er voor hen gewerkt wordt aan duurzame jobs of kinderopvang? Merken ze dat er verbeteringen optreden aan bijzondere zorgsituaties en problemen aangepakt worden? Ze kunnen gerust zijn dat er voor hun rechten geijverd wordt, en er terecht de nodige aandacht uitgaat naar een gezondere leefomgeving voor iedereen.
Want al deze zorgen geven stress. En stress is de grootste vijand van geluk. Het zijn bovendien problemen die we als individu of zelfs als gezin niet alleen kunnen oplossen.  
De Gezinsbond is niet alleenzaligmakend op dit terrein, en we zijn zeker niet de enige organistie die zich inzet voor een gelukkiger, beloftevollere maatschappij. Maar het is wel de rode draad doorheen onze missie, visie en strategie. De onderwerpen die we tijdens ons beleidscongres op zaterdag 25 januari in De Capitole in Gent zullen behandelen, getuigen hiervan. Als het van de Gezinsbond afhangt, wordt 2014 een veeleer gelukkig jaar voor u. Geniet ervan! 

Frans Schotte – Algemeen voorzitter

6 december 2013

Kinderbijslag is recht van het kind

De voorbije weken is bij verschillende politieke partijen in Vlaanderen de verkiezingskoorts opgedoken. Veel aandacht ging daarbij uit naar voorstellen over de kinderbijslag. Het begon met het congres van de CD&V. Deze partij stelt in haar programma duidelijk dat ze bij de overheveling van de bevoegdheid voor de kinderbijslag volgend jaar een gelijke bijslag voor elk kind wil. Meteen volgde een reactie van de andere politieke partijen.
De Gezinsbond, die al lang pleit voor een gelijke kinderbijslag voor elk kind, heeft zich duidelijk laten horen in het opbod tussen de politieke partijen. Wij zijn blij met een vereenvoudiging van het systeem, want momenteel bestaan er meer dan zevenhonderd verschillende bedragen naast elkaar. De overheveling van deze bevoegdheid vanaf 1 juli 2014 is een kans om het stelsel van de kinderbijslag transparanter te maken. De efficiëntiewinst door de vereenvoudiging moet aan de kinderen ten goede komen. We geven hierbij nog eens graag het standpunt van de Gezinsbond weer.

Elk kind is evenveel waard

Voor de Gezinsbond is de belangrijkste doelstelling van de kinderbijslag de minimale opvoedingskosten van kinderen (gedeeltelijk) vergoeden. Die minimumkost bedroeg op 1 mei van dit jaar voor een kind in de leeftijdsklasse van nul tot vijf jaar (op basis van de consumptie-index van april 2013) 313,67 euro. Daarom vragen wij een basisbedrag van 156 euro per maand per kind (waar dat nu voor het eerste kind 90 euro is, 167 euro voor het tweede en 250 euro voor het derde). Dat basisbedrag van 156 euro is de helft van de minimumkost van een kind. Omdat kinderen duurder worden naarmate ze ouder worden, moet deze basiskinderbijslag op de scharnierleeftijden van zes, twaalf en achttien jaar worden aangevuld met leeftijdstoeslagen van respectievelijk 45, 45 en 50 euro. Hierdoor wordt het bedrag per kind 201 euro vanaf zes jaar, 246 euro vanaf twaalf jaar en 296 euro vanaf achttien jaar. Voor de Gezinsbond is elk kind evenveel waard ongeacht de rang in het gezin of de sociale status van de ouders. Als je sociale gelijkheid en solidariteit in de samenleving nastreeft, moet je dat niet doen via de kinderen maar via de fiscaliteit. En hoe kun je nu vertellen dat een eerste kind minder investering waard zou zijn dan een volgend kind?
Met deze voorstellen gaan gezinnen met een of twee kinderen er duidelijk op vooruit. Grote gezinnen vanaf drie kinderen mogen er echter niet op achteruitgaan. Daarom stelt de Gezinsbond voor dat het basisbedrag van 156 euro voor gezinnen met drie kinderen wordt opgetrokken tot 170 euro per kind en voor gezinnen met vier kinderen tot 190 euro per kind.
De bedragen moeten bovendien welvaartsvast zijn van bij de start van het Vlaamse stelsel, anders gaan de gezinnen erop achteruit bij de stijging van de levensduurte. De verhoogde kinderbijslagen moeten ook worden behouden voor kinderen met een beperking en voor  wezen.

Het fundament van de samenleving

Wat zullen de politieke partijen doen met de voorstellen van de Gezinsbond? Kan een politieke partij die naar de kiezer stapt en pretendeert het volk te vertegenwoordigen het zich permitteren om niet te luisteren naar een beweging die 273.000 gezinnen vertegenwoordigt of – als je uitgaat van vier leden per gezin – ongeveer 1.100.000 burgers in Vlaanderen? Als je de fundamenten van een gebouw verwaarloost, zal het gebouw niet standhouden! Kinderen zijn het fundament van de samenleving van morgen. Welke politieke partij wil het fundament van de samenleving aantasten? Politici zijn ook ooit kinderen geweest en zijn vandaag wellicht ook ouders en grootouders.

Manu Keirse – Gezinspolitiek secretaris

8 november 2013

Dokter, wanneer heb je eens tien minuten tijd?

In het vorige nummer van ‘De Bond’ kon je lezen over de positie van de patiënt in de zorg. We zijn allemaal wel eens patiënt, of hebben zorgvragen over iemand die dicht bij ons staat. Maar je rechten kennen betekent nog niet dat je tot je recht komt. Een bezoek aan een arts is vaak een emotionele gebeurtenis en routineprocedures staan soms haaks op je beleving. Hoe vaak gebeurt het niet dat je je ineens realiseert dat je een belangrijke vraag bent vergeten te stellen als je weer buitenstaat? Daarom geven we graag enige tips mee waardoor arts en patiënt elkaar beter verstaan.

Bereid een bezoek aan de arts voor. Schrijf op wat je wil bespreken. Herlees wat je hebt opgeschreven. Beperk het aantal onderwerpen dat je in een consultatie ter sprake wilt brengen. Een goede voorbereiding helpt om de aandacht van de arts gaande te houden. Als je met prangende vragen zit, kun je het best het gesprek beginnen met de vraag: ‘Dokter, wanneer heb je eens tien minuten tijd om naar mijn vragen te luisteren?’ Wacht op zijn antwoord om je vragen te stellen. Als je ziet dat de arts gehaast is, als er een volle wachtzaal is, en als je het antwoord niet onmiddellijk nodig hebt, kijk je beter samen uit naar een moment dat beter geschikt is. Met je vraag maak je duidelijk dat je uitdrukkelijke aandacht nodig hebt. Een arts zal dan zeker tijd en aandacht opbrengen.

Aanvaard enige onzekerheid, hoe moeilijk dat soms ook mag zijn. Het kan zijn dat de arts op bepaalde vragen geen precies antwoord heeft. Vooral op vragen over de toekomst, hoe graag de arts ze ook zou beantwoorden, is soms geen antwoord te geven. Dat betekent niet noodzakelijk dat de dokter iets achterhoudt.

Tweerichtingsverkeer

Een goed antwoord op je vragen moet aansluiten bij je leven en je gevoel. Om dat te kunnen heeft een arts achtergrondinformatie van je nodig. Vertel waarvoor je bang of angstig bent. Een arts merkt dat niet steeds op in je gedrag. Houd er rekening mee dat ook een arts reageert volgens zijn aanvoelen. Misschien is de reactie ongeduldig of wimpelt de dokter je onrust af omdat hij of zij vindt dat er geen reden tot angst is, of misschien niet weet hoe te reageren. Artsen reageren ook niet steeds adequaat. Ze hebben immers niet met één, maar met tientallen patiënten te maken en moeten steeds opnieuw hun houding bepalen tegenover iedere patiënt. Dat beseffen helpt om er positiever mee om te gaan. Aarzel niet je vraag te herhalen als je geen adequaat antwoord krijgt, maar doe het positief. Positivisme roept positivisme op. Met negatief gedrag oogst je vaak een negatief antwoord. Een positieve houding maakt het voor de arts ook gemakkelijker om onzekerheid te laten zien.

Een zinvol gesprek is tweerichtingsverkeer. Ga in op wat de arts zegt. Vraag klaarheid. Een arts denkt vaak te snel dat alles duidelijk is. Vat de informatie nog eens samen zodat eventuele misverstanden worden gecorrigeerd. Angst maakt dat je bepaalde informatie niet hoort. Neem iemand mee die rustiger kan luisteren. Als je te angstig bent om de informatie te laten doordringen, maak dan een nieuwe afspraak als je rustiger bent.

Bespreek ook wat je tegenvalt. ‘Dokter, ik wil je nog iets vertellen over de wijze waarop ik dat heb ervaren.’ Of als je lang hebt moeten wachten, hoewel je op afspraak was, stel dan vriendelijk de vraag: ‘Dokter, kan ik iets doen om de volgende keer niet drie uur te verliezen?’ Communiceer met respect en ga ervan uit dat je niet minder, maar evenwaardig bent. Toon ook waardering. Door feedback, zowel positieve als negatieve, werk je mee aan de verbetering van de zorg. Een goede zorg, daar zijn we allemaal bij gebaat.

Manu Keirse – Gezinspolitiek secretaris

 

25 oktober 2013

Jullie en de Gezinsbond

Jullie, dat zijn de mensen waarvoor we het doen, onze 275.000 gezinnen-leden. Ons ruime aanbod aan acties,
activiteiten, ledenvoordelen en publicaties sluit aan op jullie leven en beleven. Zo verwelkomden we op onze gezinsdag ’Beestig Feest’, vorige week zaterdag in dierenpark Planckendael, ruim achtduizend deelnemers, grotendeels mama’s, papa’s, oma’s en opa’s met jonge (klein)kinderen. Hartverwarmend en recht in de roos.

’Gezinbegrepen’

De verwachtingen en noden van gezinnen zijn het uitgangspunt en de rode draad in onze werking. Bij onze gezins-politieke acties vragen we ons telkens af hoe beleidsmaatregelen er moeten uitzien om gezinnen ook echt ten goede te komen. Van daaruit vertrekken onze standpunten en adviezen, of het nu gaat over kinderbijslag, belastingen, gezin en werk, verkeersveiligheid, kinderopvang, onderwijs of consumptie.
Het nieuwe Beleidsproject ’Gezin-begrepen’ is een belangrijke toetssteen en richtinggevend voor de gezinspolitieke werking. Om de vijf jaar maken we zo’n Beleidsproject op en momenteel draait de inhoudelijke invulling ervan op volle toeren. Je leest er vanaf nu ook meer over in ’De Bond’ (zie pag. 12).

In elke levensfase

Op het vlak van dienstverlening en activiteiten is het onze niet aflatende ambitie om gezinnen in elke levensfase een diensten- en activiteitenaanbod op maat te bieden. Dat betekent onder meer (groot)ouders ondersteunen in de opvoeding van hun (klein)kinderen, partners ondersteunen in hun relatie en ouders helpen besparen. (Groot)ouders vormen de kern van onze werking, waarbij we ons aanbod van diensten en activiteiten zowel qua inhoud als vorm op hen afstemmen. Met onze publicaties, van ’Brieven aan Jonge ouders’, ’BOTsing’, de ’Brief aan jonge grootouders’ tot ’De Bond’ en katernen als ’Koop Zo’ en ’Aktief’ ondersteunen we dat aanbod.

Ook de invoering van onze lidkaart waarmee je spaart, past in dat streefdoel om het gezinnen makkelijker en interessanter te maken. Lid zijn en korting sparen gebeurt voortaan met één kaart. Elk gezin krijgt twee exemplaren van de lidkaart waarmee je spaart toegestuurd. Het is een eigentijds, gebruiksvriendelijk systeem.

Bondgenoot voor alle gezinnen

Met onze afdelingen  staan we garant voor een bloeiend en gevarieerd verenigingsleven dat gezinnen samenbrengt, dat samenhang in de wijk, de buurt en de gemeente creëert. Die sociale samenhang is onontbeerlijk voor een open, democratische en solidaire samenleving; een samenleving die verenigt en niet verdeelt, die vertrekt vanuit gemeenschappelijke noden van gezinnen en niet vanuit verschillen tussen gezinnen.
Vanuit die sterke solidariteitsgedachte willen we er als Gezinsbond zijn ’voor iedereen’, een bondgenoot voor alle gezinnen.
Het vraagt extra  inspanningen om ook gezinnen erbij te betrekken die we nog onvoldoende bereiken, zoals gezinnen in armoede en gezinnen met een andere etnisch-culturele achtergrond. Maar met strategie en empathie boeken we langzaam maar zeker vooruitgang.

Met jullie – onze leden –, onze 13.500 vrijwilligers en een stevig beroepskader werken we naar dat ene doel toe: de leefwereld van gezinnen verrijken, verbeteren en versterken. Wil je een vollediger plaatje, grasduin dan eens door onze website en ontdek wat we jullie als gezin te bieden hebben.

Luk De Smet – Algemeen directeur

 

11 oktober 2013

Donkere wolken boven het gezin

Hij zit niet lekker in zijn vel. Zij zit erdoor. Ik zie het niet meer zitten. Er zijn zoveel uitdrukkingen om aan te geven dat iemand psychische problemen heeft. Eén persoon op vijf krijgt er in zijn leven mee te maken. De problemen kunnen tijdelijk van aard zijn, maar je kunt er ook levenslang aan lijden. Psychische problemen hebben een diepe impact op je eigen leven en dat van je gezin. Je praat makkelijker over een lichamelijke kwaal dan over een psychisch probleem. Daardoor is er veel verborgen leed en onbegrip.
Kinderen van een psychisch zieke ouder hebben het niet gemakkelijk. De ziekte kan de normale gezinsverhoudingen ontwrichten. Kinderen kunnen de reacties van hun mama of papa niet altijd goed plaatsen. Ze missen soms geborgenheid of zijn genoodzaakt de ouderrol op te nemen. Ze kunnen vaak niet op begrip rekenen voor hun eigen moeilijkheden. Wie staat er op school bij stil als papa depressief is? Kinderen in een gezin met een zieke ouder kunnen soms ontzettend eenzaam zijn. Alles draait om de ziekte. Zelf komen ze op de tweede, de derde of de laatste plaats. Als ze pech hebben, blijven ze in de kou staan en is er niemand die hen verwarmt. Ook dat moeten ze zelf doen. Ze worden te weinig opgevangen, te weinig gehoord, te weinig gezien. De patiënt verdient zorg en begrip, maar zijn gezin ook.

Wel jong, niet vrolijk
Maar ook jongeren van wie het leven nog maar pas is begonnen, hebben het psychisch soms zeer moeilijk. Sommigen overwegen zelfs uit het leven te stappen. Zelfdoding is na een verkeersongeval de belangrijkste doodsoorzaak bij jongeren. Vaak is de eerste reactie ongeloof. Naasten zijn soms de laatsten om het te zien aankomen. Liefde maakt blind. Welke ouder kan zich nu voorstellen dat zijn kind dit zou doen? Deze jongeren verbergen vaak ook hun ontreddering voor hun meest dierbaren. Veel onheil kan worden vermeden als we leren de signalen tijdig op te vangen en ze ernstig nemen.
Op 10 oktober, de Werelddag van de Geestelijke Gezondheid, vragen we daar extra aandacht voor. Als dit zoveel mensen raakt, is het nodig dat de samenleving erbij stil staat. Het is tijd om normaal te doen over psychische problemen. Het is belangrijk dat aanwijzingen op tijd door de omgeving worden opgepikt. Tieners die het moeilijk hebben, vinden het soms zwaar om er met hun ouders over te praten, zeker als ze helemaal in de put zitten. Vrienden en leerkrachten kunnen goed geplaatst zijn om alarmsignalen op te vangen. Soms maakt een goed gesprek met een leraar al het verschil, of het begin van het verschil. En soms is helpen contact te leggen met een hulpverlener aangewezen.
De Gezinsbond pleit met aandrang voor de erkenning van psychotherapeuten en klinisch psychologen. Vandaag noemen veel mensen die daar niet voor zijn opgeleid zich psychotherapeut. Bij een verkeerde hulpverlener terechtkomen kan ook betekenen dat je een foute inschatting en een verkeerde behandeling krijgt. We pleiten dan ook uitdrukkelijk voor een toegankelijke, betaalbare en kwaliteitsvolle behandeling van mensen met psychische problemen. Hier hoort terugbetaling door de ziekteverzekering bij, zoals voor andere medische behandelingen. Deskundige hulp mag immers geen financiële drempels kennen.
De Gezinsbond wil helpen om de schaamte over een psychische ziekte de wereld uit te helpen. We moeten een taal leren om met de buitenwereld over te praten over wat er in de binnenwereld hapert. Alleen als we met elkaar durven praten over kwetsbaarheid, is er hoop. De Gezinsbond legt het probleem niet op de schouders van het individu alleen. Het is een sociaal probleem en die vragen om een maatschappelijk antwoord.

Spreekt de thematiek van jongeren met psychische problemen je aan? Vanaf januari toert de Gezinsbond door Vlaanderen met het theaterstuk Charlotte. Je vindt er meer over in de volgende ‘Bond’.

Manu Keirse – Gezinspolitiek secretaris

 

27 september 2013

De herfst, het andere en het eigene

De herfst is er. Officieel, en de natuur volgt dit jaar de kalender schoorvoetend. Net zoals het verrijkend is om in een land met diversiteit te leven, zo is het aangenaam om in een gebied met seizoenen te leven. Al missen we de lange zomeravonden, de herfst heeft zo zijn charmes en een totaal nieuw seizoen zorgt voor een afwisseling in het decor.

Wat bepaald niet vrolijk stemt, is de actualiteit van de afgelopen weken, met een reeks gewelddadige feiten die telkens kiemen in onverdraagzaamheid.
Gezinnen zijn de hoeksteen van de samenleving, dat hoeft geen betoog. Verdraagzaamheid zou je als cement kunnen omschrijven. Want is verdraagzaamheid niet de basisvoorwaarde voor alle vormen van solidariteit? En zonder solidariteit stokt het sociale raderwerk.
De maatschappelijke omgeving vraagt onder andere begrip, een open geest én belangstelling voor wie/wat anders is. En geen angst. Het zijn vaak bange mensen die wie of wat anders is veroordelen of agressief benaderen.
De louter technische definitie van tolerantie is "de toegestane afwijking van de norm". Die norm is relatief, want wat is normaal?
We zouden de waarheid onrecht aandoen, mochten we mensen gewoon onderverdelen in ‘verdraagzamen’ en ‘onverdraagzamen’. Het verhaal is genuanceerder.
Rechtsprofessor Matthias Storme omschrijft het in een tekst over tolerantie als volgt:
 "…de deugd der tolerantie is nog meer dan andere deugden een complexe deugd, … omdat ze noodzakelijk een spanning in zich bergt: een spanning tussen het eigene en het andere. Waarbij het andere wel telt, maar niet gelijk is aan het eigene".
We moeten leren omgaan met dat andere, zo simpel is het. Leren kijken en het op de duur als een verrijking zien dat mensen verschillen wat hun ras, huidskleur, taal, geloofsovertuiging, nationaliteit of etnische afkomst betreft.
Het zou kunnen dat voor sommige mensen zo’n verdraagzame ingesteldheid wat veel gevraagd is, omdat hun referentiekader of hun opvoeding hen zo niet heeft leren denken, of leren kijken. En dat onderstreept meteen weer het grote belang van wat we onze (klein)kinderen leren in die hoeksteen en waar zij een leven lang op kunnen teren.
We moeten onverdraagzaam zijn tegen intolerantie. Een onverdraagzame houding vreet aan een samenleving. Het is geen goede voedingsbodem om onze kinderen in op te voeden. Vandaar het belang van bewustmakingscampagnes, acties, lessen op school en ook ‘straffen’ als onderdeel van de strijd tegen geweld, discriminaties en vooroordelen tegen personen of groepen van personen.
Er zijn gelukkig ook positieve gebeurtenissen in deze korter wordende dagen. Zo won de Gezinsbond dit jaar de tiende Hugo Van Mierlo Prijs. Het Fonds van Mierlo bekroont hiermee de inspanningen van de Gezinsbond voor zijn jarenlange aandacht voor de rol van de vader bij de opvoeding en de zichtbaarheid hiervan in de communicatie.
Dit is het eigene aan onze Gezinsbond: we reiken positieve mortel aan. En zo maken we langzaam maar zeker het verschil en zorgen we voor een beetje tegengif voor al dat slecht nieuws.

Frans Schotte – Algemeen voorzitter

13 september 2013

De Gezinsbond is mee met zijn tijd

Een vernieuwde professionele ondersteuning van een rijke vrijwilligerswerking; lovende woorden van de visitatiecommissie die de werking van de Gezinsbond als sociaal-culturele vereniging onder de loep nam; gezinsgerichte ’eerste passen’ op de digitale snelweg met e-nieuwsbrieven; actualiteitsgetwitter als er over gezinspolitiek iets te vertellen valt, facebook accounts, een ’mijn gezinsbond’-pagina per aangesloten gezin…  Je merkt het: de Gezinsbond is mee met zijn tijd. Maar steeds met respect voor wie niet van de digitale snelweg houdt, en de rustige landelijke wegen verkiest.

In deze hele vernieuwingsoperatie neemt onze gezinsspaarkaart mee het voortouw. Je kan je spaargedrag online volgen, tenminste als je dat wil. Je krijgt immers bij elke spaarkaartverrichting nog altijd een papierstrookje dat uit de terminal rolt met alle nodige informatie. Over dat spaarkaartluik vind je hieronder trouwens alle praktische info.
Maar hou ook de komende weken ’De Bond’ goed in het oog, want over verdere vernieuwingen die gezinnen anno 2013 aanbelangen, zullen we nog regelmatig berichten. Intussen wens ik al onze gezinnen en vrijwilligers een goede start toe van dit nieuwe werkjaar voor de Gezinsbond.

Frans Schotte – Algemeen voorzitter

 


 

Het nieuwe sparen

Heb je de voorbije weken je gezinsspaarkaart gebruikt, dan heb je het wellicht al vastgesteld: vanaf nu wordt de korting op een andere manier geregistreerd.

Wat verandert er?
Je korting kun je digitaal raadplegen
De meeste spaarkaarthandelaars en -verkooppunten passen dit ’nieuwe sparen’ al toe: als je met je gezinsspaarkaart bij hen een aankoop doet, wordt je tegoed niet alleen zichtbaar gemaakt op het klassieke ticketje dat je meekrijgt. Je kan dat tegoed ook online nakijken. Net als al je volgende kortingen en afnames. Zo kan je dus nooit meer de waarde verliezen die je op je kaart bijeengespaard hebt.
Via een persoonlijke ’digitale portemonnee’ op www.gezinsbond.be kan je je gespaard tegoed en afnames raadplegen. Je registreert je hiervoor gewoon op www.gezinsbond.be bij ’mijn gezinsbond’. Op deze persoonlijke pagina vind je verder nog info over je eigen lidmaatschap en kan je die gegevens indien nodig aanpassen.

Afnames van 10 euro
Tot nog toe kon je enkel afnames doen zodra je 20 euro bijeengespaard had. Vanaf nu kan je bij handelaars die al werken volgens het nieuwe sparen al per schijf van 10 euro een afname doen. Zo kan je dus sneller dan vroeger de gespaarde korting opnieuw gebruiken.

De eerste keer bij de handelaar…
Als je een eerste keer je kaart aanbiedt bij een handelaar die al op het nieuwe systeem is overgeschakeld, wordt de nieuwe korting automatisch op je kaart geregistreerd. Het bedrag dat op de chip van je gezinsspaarkaart staat, wordt doorgeseind naar je ’digitale portemonnee’. Is de overdracht van het saldo op je gezinsspaarkaart naar je ’digitale portemonnee’ correct gebeurd, dan geeft het toestel van je handelaar een overdrachtticket waarop de waarde vermeld wordt. Vanaf nu staat je saldo online en kan je het consulteren via ’mijn gezinsbond’.
Je nieuwe aankopen en afnames worden nu verder geregistreerd in je ’digitale portemonnee’ en je krijgt nog steeds een ticketje met je korting van de handelaar.

Nog handig om weten
* De eerste keer dat je je gezinsspaarkaart gebruikt bij een handelaar die al overgeschakeld is, zal je iets langer moeten wachten op de korting. Daarna gaat het sneller.
* Komt er een foutboodschap ’kaart verwijderen’ op het scherm? Dan geeft je handelaar wellicht uit gewoonte nog korting op de oude wijze. Dat is meteen een geheugensteuntje voor de handelaar om over te schakelen op de nieuwe aanpak.
* Een handelaar die om technische redenen nog niet overgeschakeld is, zal je een tegoedbon geven die je later bij hem op je kaart kan laten zetten.
* Werkt het internet om een of andere reden niet tijdens je aankoop? Dan krijg je via het spaartoestel een bon met een code waarmee je je korting thuis zelf in je ’digitale portemonnee’ kan zetten. Of je biedt je later met bon en kaart aan bij de handelaar.  

Over dit ’nieuwe sparen’ ga je vanaf nu geregeld nieuws terugvinden in ’De Bond’. We voorzien immers nog heel wat wijzigingen de komende weken en maanden. Heb je nog vragen? Mogelijk vind je het antwoord op onze FAQ (=meest gestelde vragen) op www.gezinsbond.be.

 

30 augustus 2013

Een nieuw schooljaar

En daar is...

…dat spreekwoordelijke, vrij ongezellige varkentje waarmee aan alle verhalen, ook de deugddoende zoals een zomervakantie, een einde komt. Onwaarschijnlijk hoe snel die mooie zomer richting nieuw schooljaar evolueert. En eigenlijk goed ook, op naar wat meer extra  hersengymnastiek. Daarmee hebben we niet gezegd dat er in de vakantie niet geleerd wordt, want spelen is ook leren. Maar nu komen daar in eindtermen verpakte uitdagingen en resultaten bij. Zo zou je immers een nieuw schooljaar – even kort door de bocht – kunnen beschrijven.

Ja, weldra start het schooljaar weer. En zo’n nieuw schooljaar heeft wel iets, want er hangt altijd een zweem van nieuwjaarsstemming rond. Er zijn de goede voornemens en plannen waar scholieren en studenten in duiken, net als leerkrachten, directies en logistieke medewerkers en niet in het minst de ouders en grootouders. Ook buschauffeurs, verkopers in (snoep)winkeltjes in de schoolomgeving, zwembadpersoneel… Je kan het zo gek niet bedenken, al die mensen die het raderwerk doen draaien. Ze worden het allemaal gewaar: het nieuwe schooljaar staat in de startblokken, op maandag 2 september zwaaien de schoolpoorten weer open.
We wensen die honderdduizenden kinderen en jongeren een goed begin. Voor velen een blij weerzien. Voor de kleinsten een nieuwe episode in hun leven, want zij gaan voor het eerst naar school. En wie nu naar een andere school gaat of de stap zet naar het secundair onderwijs, duikt in het onbekende.
We wensen die goede start ook aan alle schoolteams, directies en leerkrachten. Met veel engagement en deskundigheid hebben zij zich voorbereid om kinderen en jongeren te verwelkomen voor een boeiend en leerrijk schooljaar.

Ook ouders kijken vol spanning uit naar die eerste schooldag en het nieuwe schooljaar. We trappen een open deur in als we zeggen dat zowel het gezin als de school de toekomst van elk kind bepalen. Ouders zijn dan ook belangrijke partners voor de school en kunnen als ’deskundigen in de opvoeding’ de school en het onderwijs in zijn geheel een meerwaarde bieden.

Drempels wegwerken
Als Gezinsbond nodigen we ouders uit om (meer) contact te hebben met de school. Tegelijk waarderen we alle inspanningen van scholen om de betrokkenheid van ouders te vergroten. Een kwaliteitsvol onderwijs houdt in dat alle kinderen gelijke kansen krijgen.
Vlaanderen scoort internationaal goed als het gaat over onderwijsresultaten. Maar laat dit duidelijk zijn: de sociaal-economische achtergrond zorgt er mee voor dat niet alle kinderen met gelijke kansen hun loopbaan in het onderwijs beginnen. Deze invloed laat zich gelden van kleuter- en lagere school over secundair tot hoger onderwijs. Zowel de deelname en de oriëntering als hoe de schoolcarrière verloopt, worden enorm bepaald door iemands sociaal-economische of etnisch-culturele achtergrond, het geslacht en de gezinssituatie. De Gezinsbond zet volop in op maatregelen die drempels wegwerken. Dat doen we onder meer met voorstellen over studiekosten, specifieke zorgnoden of op het terrein van de digitalisering van het onderwijs.
Er is nog heel wat werk aan de winkel om iedereen gelijke startkansen te geven. Want alleen zo plukt elk kind in dezelfde mate de vruchten van ons kwaliteitsvol onderwijs.

Luk De Smet – Algemeen directeur

 

12 juli 2013

De norm van het normale

Niet te vlug een stempel drukken

Enkele maanden geleden verscheen een krantenartikel onder de titel ’Kind zijn is een psychische stoornis’. Wanneer ik jonge ouders om me heen verslag hoor doen van de oudercontacten op school, gaan mijn wenkbrauwen opnieuw fronsen. Was het jongste jongetje in de klas zo druk omdat hij nog wat onrijp is of vermoeden we ADHD en moet hij aan de pillen? Horen de driftaanvallen van je puber bij het opgroeien of zijn ze een voorteken van een bipolaire stoornis? Betekent die onoplettendheid op school dat iemand een dromertje is, of dat er een aandachtsstoornis moet zijn? Is je kind een creatief buitenbeentje of iemand die de ’normale’ gang van zaken verstoort? Er zijn weer zware woorden gevallen.
Als je op school een diagnose als autisme, ADHD, hoogsensitief of zelfs borderline moet hebben om toegelaten te worden tot meer individuele begeleiding – of om in aanmerking te komen voor GON-begeleiding – worden te veel kinderen in deze categorieën gepropt. Dan spreken we al snel van een epidemie. Het succes van onze vormingsreeks ’Mag ik triest zijn?’ wees ook al in die richting. Als een kind niet probleemloos leeft of geen onbezorgd leven leidt, wordt dat te vaak als een psychische aandoening uitgelegd.
We zijn niet alleen zo veeleisend voor kinderen, maar ook voor onszelf en voor ouderen. Ga maar na hoeveel psychofarmaca worden voorgeschreven. Als je bedroefd bent omdat je partner sterft, of omdat het alleen zijn je zwaar valt, omdat je fysiek zware beperkingen moet accepteren, krijg je het etiket ’depressief’ en dus ook antidepressiva.

De normaliteit verliest haar zachte kantje

De normaliteit moet worden gered uit de klauwen van wie ons wil wijsmaken dat we allemaal ziek zijn. De normaliteit verliest al haar houvast. Als je maar goed kijkt, is iedereen in zekere mate ziek. We moeten die evolutie een halt toeroepen en zo bijdragen tot de terugkeer naar het echte ’normaal’, waarvan de randen een beetje flou zijn. De Wereldgezondheidsorganisatie definieert gezondheid als een toestand van volledig lichamelijk, geestelijk en sociaal welzijn en niet alleen de afwezigheid van ziekte. Wie van ons voldoet aan zo’n onmogelijk hoge maatstaf? Is met deze definitie niet iedereen op zijn minst gedeeltelijk ziek? Deze definitie zweemt ook naar cultuurgevoelige waardeoordelen. Wie bepaalt immers wat ’volledig’ lichamelijk, geestelijk en sociaal welzijn is? Is iemand ziek omdat zijn lichaam pijn doet na zware arbeid, als hij verdrietig is na tegenslag of ruzie? En zijn mensen met minder geld ziek omdat ze niet het volledige sociale welbevinden bereiken dat voor ’gezondheid’ is vereist?
Terwijl de grootschalige medicalisering van de normaliteit steeds verder oprukt, raken we het contact kwijt met ons vermogen om onszelf te genezen. We vergeten dat de meeste problemen geen ziekte zijn. Als we doodnormale gevoelens bestempelen als een psychische stoornis, worden mensen die echt ziek zijn nog meer genegeerd. Echte psychische aandoeningen vragen een snelle diagnose en een actieve behandeling. De medicijnen die terecht gediagnosticeerde kinderen krijgen, kunnen in elk geval leerprestaties verbeteren, rusteloosheid voorkomen, impulsieve uitbarstingen terugdringen, hen helpen om zich beter op hun gemak te voelen, en zaken als afwijzing en stigmatisering te voorkomen.

Natuurlijke veerkracht

De onvermijdelijke problemen van het dagelijks leven kunnen mensen echter beter oplossen met behulp van hun natuurlijke veerkracht en hun meest nabije omgeving. Gewoonlijk zijn we samen veerkrachtig genoeg, we likken onze wonden, mobiliseren vrienden en zetten onze schouders er weer onder. Ons vermogen om met problemen om te gaan, is van groot belang voor ons aanpassingsvermogen. Qua nut is het vergelijkbaar met lichamelijke pijn. Het is een signaal dat er iets verkeerd gaat. De helende kracht van extra aandacht voor het kind in de klas dat het moeilijk heeft, de warmte waarmee de oudere wordt benaderd in verdriet, de ongedwongen tijd die je voor elkaar vrijmaakt, zijn medicamenten die weinig schadelijke nevenwerkingen hebben.

Manu Keirse – Gezinspolitiek secretaris

 

28 juni 2013

Je bent jong en je wilt wat doen

Boekentassen aan de zomerwilgen hangen, turnzakken mee naar huis, festivalagenda’s uitpluizen, eindeloos sociaal doen op Facebook, skypen tot alle tijdsbesef verdwenen is, tijd voor het lief… – een klein stukje van de hedendaagse definitie van: gedaan met dat schooljaar, de zomer dient zich aan, waar is dat feestje?

Toch altijd iets speciaals, zo’n zomervakantie. Zeker als je nog niet zoveel zomers telt…

Elke leeftijd heeft zijn zomergeneugten. We vergeten als ouder nooit hoe zoon- of dochterlief voor het eerst een ijsje te lijf ging, of met grote ogen naar de zee keek. En als die hummeltjes groter worden, dan komen er andere uitdagingen, en andere vakanties.

Er wordt zo vaak gesakkerd op jongeren. Kijk eens wat er allemaal gezegd en geschreven werd over hen in het kader van de gemeentelijke administratieve sancties of GAS-boetes.

”De jeugd van tegenwoordig houdt van luxe. Ze heeft slechte manieren, veracht alle gezag, heeft geen respect en praat als ze zou moeten werken.” Zo verwoordde de Griekse filosoof Socrates het in de jaren 400 vóór Christus. En al die eeuwen erna zijn er volwassenen geweest die vergeten dat ook zij ooit ’de jeugd van tegenwoordig’ waren.
Wie die protagonisten van tegenwoordig kent, wie er van dichtbij mee te maken krijgt, weet dat jongeren niet die ettertjes zijn die beschreven worden door GAS-aanhangers.  

De meerderheid van de jongeren zijn geen ’overlast genererende egotrippers’ die rare dingen doen, zonder respect voor hun omgeving. De meeste jongeren hebben weliswaar andere interesses, andere dislikes en andere lievelings-communicatiekanalen dan het oudere deel van de bevolking. Maar ze hebben mooie waarden en normen, vaak altruïstischer en minder materialistisch. En ze gaan sneller over tot actie, ze doen iets met hun enthousiasme en hun opvattingen.

Een  zomervoorbeeld bij uitstek van zulke positieve jongeren die zich inzetten voor zaken waar de wereld beter van wordt, zijn die duizenden leiders en leidsters van jeugdbewegingen en speelpleinen. Zij bivakken, organiseren speelweken, zetten zich in voor de Gezinssportfederatie, de jeugdsportdienst AFYA of de Vlaamse jeugddienst crefi…
Allemaal jonge mensen die belangeloos hun vrije tijd steken in spelen en sporten met kinderen, knap is dat. En ook wie kritisch staat tegenover een teveel aan sociale media, moet erkennen dat Google, Facebook enzovoort nu mee kanalen zijn bij het zoeken naar spelen, thema’s en onderling communiceren over de best mogelijke speelplanning. Kampen en naar de jeugdbeweging gaan, dat scherpt de creativiteit van kinderen aan, en het maakt hen weerbaarder.  

Als Gezinsbond hebben wij oog en bewondering voor dat jeugdige dynamisme. We wensen onze jonge vrijwilligers een lekker warme zomer toe, eentje om te onthouden, om te bewaren.

En natuurlijk evenveel plezier voor mensen met iets meer zomers op de teller.

Luk De Smet – Algemeen directeur

14 juni 2013

Krediet voor verdriet in de werksituatie

Verlies en verdriet raken elk domein van het menselijk bestaan en de arbeidsplek vormt daar geen uitzondering op. Mensen laten hun verdriet niet achter aan de poort van het bedrijf. En verlies kan zich ook in de werksituatie voordoen. Werkgevers en collega’s op de werkvloer kunnen van de werkplaats een meer humane omgeving maken als ze in staat zijn hun medeleven om te zetten in gepaste reacties die mensen in verdriet helpen om werk en verdriet te combineren.


In België en Nederland verliezen elke dag drieduizend mensen een ouder en vijftig mensen hun partner. Sommigen verliezen een broer of zus en weer anderen een kind. Het ene verlies grijpt dieper in dan het andere. Het doet zich bij momenten voor in een werksituatie, en vaak onverwacht. Managers en personeelschefs zijn zich vaak niet bewust wat dat bij hun werknemers teweegbrengt. Het raakt echter meer dan alleen maar de direct betrokkenen. Collega’s durven soms niet naar iemand toe te gaan, weten niet wat ze kunnen zeggen. Het onderwerp wordt vaak niet aangeraakt.

De stap over de drempel

Op de dag dat een medewerker terugkwam nadat zijn kind was verongelukt, regelde een werkgever een ontmoetingsmoment met een kop koffie. Hij sprak een aantal woorden om het ijs te breken, en nodigde de collega’s uit om in de loop van de voormiddag even bij hun collega langs te gaan. Hij organiseerde de voorbije week voor de collega’s een lunchsessie waarin hij een gemeenschappelijk besef creëerde voor het verdriet van hun collega en een aantal concrete suggesties gaf om het eerste contact mogelijk te maken in de zin van: ‘Stel je niet de vraag wat je moet zeggen, maar luister naar wat de persoon vanuit zijn verdriet te zeggen heeft‘; ‘begin het gesprek niet met “hoe gaat het?”, want het kan nauwelijks goed gaan, maar met “hoe ben je die dagen doorgekomen?” ’.
Die werkgever had de break vooraf afgesproken met de werknemer. Ook had hij geregeld dat een bevriende collega hem de eerste dag zou thuis ophalen zodat hij niet zelf door het drukke verkeer moest rijden en niet alleen in het werk moest binnenkomen. Die eerste stappen zijn immers vaak een drempel te hoog als je in verdriet bent.

Betrokkenheid voorkomt schade

De Gezinsbond ijvert bij de politieke verantwoordelijken voor de toekenning van een rouwkrediet van zeven dagen, aanvullend op de momenteel gangbare wettelijk voorziene afwezigheid. Iedereen die deel uitmaakt van het gezin zou die dagen vrij moeten kunnen nemen in het eerste jaar na een overlijden. Je hebt tijd nodig om allerlei administratieve zaken te regelen. Er zijn echter ook momenten dat je heel moeilijk kunt hebben om je op het werk te concentreren, zoals de verjaardag van je kind dat gestorven is, de dag dat het een maand, een jaar geleden is, de huwelijksverjaardag.
Maar de Gezinsbond ijvert voor meer dan dat wettelijk krediet. We willen overal waar het kan in de samenleving kansen benutten om verbondenheid en maatschappelijke verantwoordelijkheid te stimuleren. Mensen die hun verdriet niet te boven kunnen komen, hebben soms nood aan begeleiding. Op hun werk zijn ze 38 uur per week samen, dus veel meer dan met de counselor. Collega’s kunnen de rouwverwerking hinderen of bevorderen.
Het helpt als iedereen in de werksituatie weet dat intens verdriet je doodmoe kan maken waardoor je niet vanaf de eerste dagen in staat bent om het verwachte werktempo aan te houden, dat gebrekkige concentratie, mentale afwezigheid, prikkelbaarheid en pijn normale reacties zijn in verdriet.
De Gezinsbond wil duidelijk maken dat het niet wijs is over het hoofd te zien dat verdriet en verlies belangrijke zaken zijn in elke werkomgeving. Je kan een hoge prijs betalen, niet alleen in de zin van het falen in het ondersteunen van mensen in verdriet – waardoor je hen dieper naar beneden duwt – maar ook op het vlak van de efficiëntie en de reputatie van het bedrijf.

Manu Keirse - Gezinspolitiek Secretaris

31 mei 2013

De bril van kwetsbare gezinnen

Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie leeft 10 procent van de Europese bevolking met een beperking. Leven met een beperking raakt niet alleen de persoon zelf maar het hele gezin. En dat is een hele uitdaging. Elke dag sta je voor de evenwichtsoefening om verschillende werelden met elkaar te verzoenen: het gezin, de familie, de vrienden, het werk, de school, het ziekenhuis, andere zorgverstrekkers…

Aanvaarden dat je kind anders is dan andere kinderen en een blijvende beperking heeft, is niet gemakkelijk. Je kan je kind wel aanvaarden maar niet zijn handicap. Je moet dat verwerken, zeggen de mensen, maar wat is verwerken als je moet leven met een blijvend verlies. Het is niet alleen een uitdaging voor het kind, ook broers en zussen leven in twee werelden: de gewone wereld van hun vrienden en de school, en de wereld van hun ‘buitengewoon gezin’. “Mijn kindertijd zag er totaal anders uit na de geboorte van mijn broer”, hoor je dan bijvoorbeeld. Of nog: “Ik herinner me dat ik de moeder verloren had die ik voordien kende. Ze kon naar me kijken zonder me te zien. Ze lachte bijna nooit meer. Ze leek permanent bezorgd. Ik wenste mijn andere moeder terug.”
Je moet aan je vriendjes kunnen uitleggen wat er aan de hand is met je broer of zus. Je voelt je comfortabeler als je er meer over weet en het maakt je minder bang om ermee om te gaan. Maar denken hulpverleners er ook aan de andere kinderen te informeren?

Complex ouderschap

Beperkingen zijn wel verschillend, maar alle maken ze het gezinsleven en de organisatie van het gezin een stuk ingewikkelder. Ook als je partner ernstig ziek is of moet leven met een langdurige psychische ziekte, tast dat de veiligheid van het hele gezin aan. Je blijft noodgedwongen vaker afwezig op het werk. Het is immers niet gemakkelijk de vereisten die gepaard gaan met zorg te combineren met een professionele verantwoordelijkheid.
Als je minder buitenshuis werkt, neemt het gezinsinkomen af. En tezelfdertijd word je geconfronteerd met hogere kosten voor behandeling, verzorging en oppas. Er zijn wel diensten en ondersteuning, maar die bieden vaak niet voldoende continuïteit. Veelal realiseert de school of samenleving zich ook niet hoe ontzettend eenzaam kinderen kunnen zijn die permanent moeten leven met een psychisch zieke ouder. Alles draait om de ziekte en de zieke. Zelf komen ze op de tweede, de derde of de laatste plaats. Als ze pech hebben, blijven ze in de kou staan en is er niemand die hen verwarmt, ook dat moeten ze alleen doen. Ze worden te weinig opgevangen, te weinig gehoord, te weinig gezien. Ze hebben zichzelf weggecijferd in dienst van de anderen. Maar tegelijk zie je soms hoe die kinderen een veerkracht en een bijzondere gevoeligheid ontwikkeld hebben die een sterkte wordt in hun verdere leven.
Ook als je oudere ouders zorgbehoevend worden, sta je voor de opdracht om ‘conflicterende loyaliteiten’ met elkaar te verzoenen: zorg voor je eigen gezin, je beroepsactiviteit en de zorg voor je ouders. Die combinatie is niet op elk moment even vanzelfsprekend.

Een leefbare combinatie

De Gezinsbond ijvert voor een inclusieve samenleving met voldoende en aangepaste voorzieningen en diensten zodat mensen met beperkingen het leven kunnen leiden dat ze zelf verkiezen. De gezinsorganisatie wil dat het systeem van persoonsgebonden budgetten (PGB) en persoonlijke-assistentiebudgetten (PAB) mensen toelaat om die zorg en ondersteuning te organiseren die het best bij het gezin past. Het recente voorstel voor de invoering van een basisondersteuningsbudget voor personen met een handicap lijkt hierop gedeeltelijk in te gaan. Maar mantelzorg moet een vrije keuze blijven en mag niet zodanig als vanzelfsprekend worden beschouwd dat mensen zich schamen om hulp van buitenaf te vragen.
Daarnaast blijven we ijveren voor wettelijke regelingen van o.a. tijdskrediet, financiële ondersteuning, aangepaste woningen voor mensen met beperkingen. De Gezinsbond wil er zijn voor alle gezinnen. Hoe humaan een samenleving is, weerspiegelt zich in de levenskwaliteit die wordt gewaarborgd voor de meest kwetsbare medeburger.

Manu Keirse - Gezinspolitiek Secretaris

17 mei 2013

Vaders en opvoeding

Tijdens deze Week van de Opvoeding zetten we de vaders extra in de kijker. In de afdelingen van de Gezins-bond krijgen duizenden vaders een mooi kaartje om hun dagelijkse inzet te ’liken’ ! Via Facebook roepen we jongeren op om fan te worden van hun vader onder het motto ’I love my papa’. Het grote aanbod van papagerichte afdelingsactiviteiten toont in ieder geval aan dat opvoedingsondersteuning in Vlaanderen leeft.

Vaders en moeders willen het beste voor hun kinderen. Maar perfectie bestaat niet en is ook helemaal niet nodig, schrijft Martine Borgdorff in haar boek Ruimte voor ouders. Vaders kunnen hier wellicht enig tegengewicht bieden tegen moeders die, zo blijkt uit onderzoek, soms net dat tikkeltje meer overbeschermend zijn. Kinderen die meer kans krijgen om te experimenteren en al eens mogen vallen of fouten maken, staan sterker in hun schoenen bij tegenslagen of pesterijen. Vaders hebben onmiskenbaar hun rol in de opvoeding.

Samen doen
Voor de Gezinsbond is dat niet nieuw. In ’De Bond’, de ’Brieven aan Jonge Ouders’, ’Botsing’ en de ’Brief aan Jonge Grootouders’ komen ook (groot)vaders aan hun trekken.
Maar samen opvoeden is ook samen dingen doen. Misschien wat cliché, maar toch… Vaak zijn mama’s meer praters en papa’s zijn doeners.
Het boekje Samen doen, bedoeld voor onze lokale vrijwilligers, zit vol inspiratie voor activiteiten voor papa’s en hun jonge kind(eren). Samen op stap gaan staat hierin centraal, met de nodige tijd om eens bij te babbelen, te lachen, moppen te tappen, verhalen te vertellen… Een gezonde dosis competitie maakt dat kinderen zich dubbel en dik zullen inzetten, en ook de papa’s zullen er helemaal voor gaan.

Werk/gezin en zorg
Onder het motto ’Ons gezin is een duobaan’ stimuleerden we  jaren geleden al een dialoog rond de keukentafel over de taakverdeling in het gezin. Partners die hierover duidelijke afspraken maken, geven dit signaal aan hun kinderen: als ouders dragen we samen zorg voor jullie. Vandaag blijven de vrouwen immers nog steeds de mannen overklassen in de zorg thuis en ook in het opnemen van ouderschapsverlof.  
Vaders thuis en op de werkvloer stimuleren en meer kansen geven om naast hun job ook tijd te maken voor zorg en opvoeding blijft een belangrijk actiepunt. Ouderschapsverlof en andere zorgmogelijkheden zijn ook voor vaders een recht! Rond Vaderdag laten we vaders daarover aan het woord. We pakken dan uit met de resultaten van onze grootschalige enquête hoe vaders gezin en werk combineren, welke knelpunten ze zien en hoe ze die combinatie in de toekomst nog willen verbeteren.
Coface, de Europese koepel van gezinsorganisaties, zet zich intussen sterk in om 2014 uit te roepen tot Europees jaar voor de combinatie van werk en gezin. We kijken ernaar uit om een  Europese sociale dialoog te lanceren over de gezinsvriendelijke werkvloer, vertrekkend vanuit de zorg van vaders en moeders.

We zijn bijzonder blij dat de Gezinsbond voor zijn aanpak om de vader-kindrelatie te bevorderen, beloond werd met de Hugo van Mierloprijs 2013, een Fonds van de Koning Boudewijnstichting. Deze prijs zet ons aan ook in de toekomst vaders extra in de kijker te plaatsen.
Papa’s en grootvaders, deze ’Bond’ dragen we speciaal aan jullie op. Met een oprecht dankjewel en met enkele versregels uit 100 vaders (aanhef uit Vaderschap, Rudy Kousbroek):  

”Papa, als jij mijn vader niet was, wie zou ik dan zijn? – Een ander kind.”

Afdelingsactiviteiten met speciale aandacht voor papa’s vind je op www.weekvandeopvoeding.be. Meer over de Week van de Opvoeding lees je op pagina 4.

3 mei 2013

Behaaglijk

Wikipedia omschrijft veiligheid als ”de mate van afwezigheid van potentiële oorzaken van een gevaarlijke situatie of de mate van aanwezigheid van beschermende maatregelen tegen deze potentiële oorzaken”. Dat is een draak van een definitie, maar er zit wel een zekere waarheid in. De zin erna spreekt me meer aan: ”Veiligheid is een relatief begrip, aangezien niets onder alle omstandigheden volledig zonder gevaar is.”
Wie als ouder of grootouder te veel stilstaat bij het overal loerende gevaar, wordt bevangen door angst. En angst verlamt – daar wordt niemand beter van. Angst zet je ook snel over op je kinderen, wat al helemaal te vermijden is. We worstelen er allemaal mee, met dat soms wankele evenwicht tussen kinderen ruimte geven en hen anderzijds voldoende behoeden voor gevaren, hen veiligheid garanderen.
De enige optie is het gevaar onder ogen durven zien en het voorkomen. Het antwoord van een overheid is regelgeving invoeren om de veiligheid te waarborgen. Het antwoord van ouders en grootouders is informeren en alert zijn, en afspraken maken met hun kinderen of kleinkinderen zodra ze oud genoeg zijn om het te verstaan. Het antwoord van de Gezinsbond is informeren en sensibiliseren, werken met gebruiksklare informatie en tips en vooral niet moraliseren.
Kijk maar naar het Reuzenhuis, het veiligheidsproject van de Gezinsbond  dat de gevaren van een veilige thuisomgeving (waar zich toch tweederde van de ongevallen met medische gevolgen voordoet) aanschouwelijk voorstelt. Door de woonomgeving onder de loep te nemen, in functie van de veiligheid van onze kinderen, kan veel leed voorkomen worden.  
En dat geldt ook voor de tuin waar onze kinderen ravotten. Een kindvriendelijke tuin heeft een goede omheining, geen giftige planten, geen rondslingerende heggenscharen of onkruidverdelgers, geen gevaar voor verdrinking in het zwembadje…
Een ongeluk ligt soms in een klein hoekje: een peuter die speelt op pas besproeid gras, een kleuter die zijn eerste fietslesjes krijgt op kiezelsteentjes enzovoorts. En als de tuin het decor vormt van een gezellig feestje op een zonnige dag, moeten we zorgen dat de kinderen ver van het vuur blijven.
Zoveel om op te letten, zoveel om aan te denken. Het is een veeleisende taak, kinderen groot laten worden. Je raakt er na wat jaren ervaring wel bedreven in, in het anticiperen. Als (groot)ouder hebben we allemaal een radar die de omgeving op gevaren screent, en toch zijn er al die ongevallen.
De Verenigde Verenigingen – een samenwerkingsverband van middenveldorganisaties waaronder de Gezinsbond – maakten een aantal jaren geleden een interessant boekje, waar de Gezinsbond aan meewerkte: ’Een veilig gevoel, laat het in de samenleving groeien.’ De vracht dekt de lading, veiligheid in alle facetten van de samenleving komt erin aan bod. Wat me vooral is bijgebleven, is het beeld van de behaaglijke samenleving als een boom. Een sterke maatschappelijke boom, dat betekent een vaste ondergrond, voldoende en goede voeding en een stevige stam. We moeten op zoek gaan naar de oorzaken van de problemen waarmee we te kampen hebben, als samenleving, en dus ook als gezinnen en als belangenvereniging van die gezinnen. Als verenigingen samenwerken met de overheid kunnen de leefbaarheid en de veiligheid echt bevorderd worden. En zo kan het onbehagen ingedijkt worden. En kunnen onze kinderen spelen onder die behaaglijk veilige boom.  
Behaaglijk, een mooi woord. We zijn ermee bezig.

Frans Schotte - Voorzitter Gezinsbond

19 april 2013

Maak van een mug geen olifant

 

Lees meer: 19 april 2013

5 april 2013

Thuis dat is
…. waar mijn gezin leeft

Lees meer: 5 april 2013

22 maart 2013

Heb je de mens gezien?

Lees meer: 22 maart 2013