Kort op de bal

4 april 2014

Budget voor mensen met een beperking

Het ontwerpdecreet over zogenaamde persoonsvolgende financiering voert een getrapt ondersteuningssysteem in: een basisondersteuningsbudget (BOB) voor rechtstreeks toegankelijke en een bijkomend budget voor niet rechtstreeks toegankelijke hulp. Veel mensen met ’gematigde’ zorgvragen krijgen een BOB, bij zware zorgnoden is er een ander systeem. Het ontwerpdecreet zorgt echter voor heel wat ongerustheid. Hoe hoog zal het BOB zijn? Wie krijgt het en wanneer? De Gezinsbond vraagt dat de zorgnood de grootte van het budget voor zorg en ondersteuning bepaalt. Mensen met een beperking en hun gezin hebben het recht te kiezen hoe ze dit budget spenderen: assistenten aanwerven, zorg inkopen, gebruikmaken van het bestaande zorgaanbod… Het decreet – waardoor de huidige systemen verdwijnen – moet emancipatie realiseren voor mensen met een beperking. Misschien laat een goedkeuring van dit decreet beter op zich wachten. Op dit moment is het immers onduidelijk of dit ontwerp van decreet een oplossing zal bieden voor de bestaande ondersteuningsnoden en wachtlijsten.

Hervorming van het erfrecht terug naar af?

Senator Martine Taelman, voorzitster van de werkgroep Erfrecht in de commissie voor Justitie, liet zich vorige week in de pers ontvallen dat een hervorming van het erfrecht tijdens deze legislatuur niet meer realistisch is. De reden die zij hiervoor aanhaalt, is dat er geen akkoord kan worden gevonden voor de hervorming van het huwelijksvermogensrecht, onder meer voor de verdeling van de pensioenrechten bij echtscheiding. Na de mooie beloftes komt deze mededeling als een koude douche. Vooral omdat er geen objectieve redenen zijn om de noodzakelijke hervorming van het erfrecht afhankelijk te maken van een akkoord over de verdeling van de pensioenrechten bij echtscheiding. Wij kunnen ons niet van de indruk ontdoen dat het de politieke weegschaal is die deze zaken blokkeert. Een gemiste kans.

Studiedienst

21 maart 2014

Rijopleiding onder vuur?

Het tragische verkeersongeval in Zonhoven doet het debat over de hervorming van de rijopleiding oplaaien. Kunnen we de oververtegenwoordiging van jonge autobestuurders in de ongevalstatistieken laten dalen door een strengere, langere en meer geprofessionaliseerde opleiding? Wat is die belofte van meer veiligheid waard voor ouders?
Nu Vlaanderen de verantwoordelijkheid krijgt om de rijopleiding vorm te geven, moet er grondig nagedacht worden over de verschillende facetten van deze vraag. De toegenomen complexiteit van het verkeer vraagt een veel bewuster verkeersgedrag. Het kennen van de verkeersregels en het technisch correct kunnen besturen van het voertuig zijn de eerste stappen in een leerproces dat juiste reflexen combineert met defensief en alert rijgedrag. Die basisvaardig-heden moeten volgens de Gezinsbond geleidelijk opgebouwd worden tot het reflexen zijn geworden. Goede coaching, geloofwaardig voorbeeldgedrag en verantwoordelijke feedback zijn vereisten voor wie jongeren in dat proces wil begeleiden. Ouders, maar ook andere vertrouwenspersonen, moeten ondersteund worden om die rol in het leerproces van de rijopleiding waar te maken.
Van de overheid verwachten gezinnen dat zij de nodige omkadering en middelen voorziet om de inzet van gemotiveerde begeleiders maximaal te benutten. Alle heil van een professionele opleiding verwachten, zou de troeven van de vrije rijbegeleiding miskennen. De Gezinsbond engageert zich om mee concrete en haalbare voorstellen te doen over hoe de vernieuwde rijopleiding er zou moeten uitzien, om ouders en jongeren te motiveren om hun eigen verantwoordelijkheid op te nemen en om op te roepen tot respectvol en veilig verkeer.

Studiedienst

7 maart 2014

Betaalbare, toegankelijke opvang nog niet gegarandeerd

Op 1 april gaat de hervormde opvang van baby’s en peuters van start. Die hervorming heeft als doelstelling meer, betaalbare, kwaliteitsvolle, toegankelijke en leefbare opvang te creëren. De Gezinsbond staat hier achter. In het decreet kinderopvang van baby’s en peuters staat nu zelfs het recht op opvang ingeschreven. Ook de doelstelling om tegen 2016 een betaalbare, kwaliteitsvolle en toegankelijke opvangplaats te voorzien voor een op de twee baby’s en peuters en tegen 2020 opvang te voorzien voor alle gezinnen die nood hebben aan opvang voor hun baby of peuter, is door ons enthousiast onthaald. Dat er meer voorwaarden worden gesteld aan competenties van de begeleiders, en er pedagogische begeleiding wordt voorzien voor iedereen die in de opvang werkt, daar is de Gezinsbond ook erg blij mee. Die beloften zullen we nauwlettend in de gaten houden in de nieuwe legislatuur. Op andere vlakken haalde de Gezinsbond zijn slag nog niet thuis. Voor ons betekent kwaliteitsvolle opvang dat een begeleider maximaal voor zes kinderen tegelijk moet zorgen, en op termijn zouden er dat zelfs maar vier mogen zijn. Daar staan we momenteel nog ver van af. Maar de Gezinsbond maakt zich ook zorgen over de betaalbaarheid en de toegankelijkheid van de opvang. Ja, het is goed om meer inkomensgerelateerde opvang te voorzien. Maar er zijn nog teveel gezinnen die niet volgens inkomen betalen. En de nieuwe regels in de opvang met inkomenstarief (zie pagina 7) dreigen negatief uit te vallen voor veel gezinnen, die tot nog toe nooit betaalden voor onverwacht verlof en ziektedagen. Een flexibel opvangplan is jammer genoeg ook geen garantie, omwille van de financiële leefbaarheid van de opvang. Dat moet in de toekomst beter. Daarvoor kijkt de Gezinsbond naar de volgende Vlaamse regering. Intussen verwachten we van de opvang dat zij zich zo soepel mogelijk opstelt ten opzichte van de gezinnen bij het opstellen en het wijzigen van het opvangplan. Ook willen we dat zij de ziektedagen van de kinderen en het gezinsverlof nooit aanrekent.

Studiedienst

21 februari 2014

Pesten is een pest

Het trieste hoogtepunt in een pestverhaal beheerste de afgelopen week de krantenkoppen. Het zoveelste op rij. Machteloosheid troef.
Ondanks de vele waardevolle initiatieven in Vlaanderen, zowel op theoretisch als op praktisch niveau, lijken we niet genoeg vat te krijgen op dit soort situaties. Gie Deboutte, pestexpert en woordvoerder van het netwerk Kies Kleur tegen Pesten, riep in de krant op om werk te maken van een degelijk pestbeleid. De Gezinsbond ondersteunt deze oproep volmondig. Zolang er immers geen coherent beleid wordt gevoerd dat concrete acties op poten zet vanuit een duidelijke, wetenschappelijk onderbouwde visie, blijven al die goedbedoelde initiatieven niet meer dan wat morrelen in de kantlijn.
Wanneer we ons blikveld verruimen naar andere landen, vinden we veel bouwstenen die een dergelijk beleid vorm kunnen geven. De Gezinsbond maakt deel uit van het Europese project ’Delete Cyberbullying’ en krijgt op die manier een inkijk in het beleid van de andere deelnemende landen. Zo is een centraal meldpunt voor (cyber)pesten in veel landen een evidentie. Zo’n meldpunt biedt eerste- en tweedelijns hulp en wordt georganiseerd door de overheid. Vaak wordt gewerkt met een eenduidige meldknop op websites, zodat hulp slechts een muisklik verwijderd is. Op die manier vermijdt men dat mensen eerst de weg moeten vinden in een doolhof van plaatselijke initiatieven, waardoor kostbare tijd verloren gaat.
Bij de uitwerking van een strategie rond de aanpak van pesten hebben diverse buitenlandse initiatieven aangetoond dat de kracht van jongeren waardevol kan worden ingezet. De invloed van leeftijdsgenoten is enorm en kan positief worden aangewend wanneer jongeren inzicht verwerven in pestmechanismen en de verantwoordelijkheid krijgen hier ook mee aan de slag te gaan.
In vergelijking met veel andere Europese landen hebben we op dit moment een achterstand in het pestbeleid. Maar door de bestaande expertise doordacht en gecoördineerd in te zetten vanuit een duidelijke beleidsvisie kan dat snel verbeteren. De Gezinsbond wil graag mee aan de kar trekken!

Studiedienst

 

 

 

7 februari 2014

Het internet, een basisrecht

Verschillende kranten berichten dat zowel Telenet als Belgacom zijn tarieven verhoogt. Test-Aankoop raadt de mensen aan hun telecomfactuur te vergelijken met die bij andere operatoren. Een heel terecht advies, en geen probleem voor de bewuste, kritische en financieel geletterde burger. Maar ligt hier ook geen verantwoordelijkheid bij de operatoren, om internetpakketten op maat te maken en mensen ook effectief de goedkoopste formules aan te bieden? Want wat met diegenen die niet tot dat selecte groepje behoren? Of met wie geen toegang heeft tot het internet en de diverse tarieven voor telefonie dus niet met een paar muisklikken tevoorschijn kan toveren?
Op ons beleidscongres van 25 januari hebben wij net voor deze mensen aandacht gevraagd (zie pag.8). Vanuit de centrale vraag ”Als gezinsbeleid een paraplu is, wie staat er dan in de regen?” gingen we onder meer op zoek naar de competenties waarover mensen moeten beschikken om volledig tot hun recht te komen in onze samenleving. Daarbij kwamen als vanzelf de digitale vaardigheden aan de oppervlakte. Je kind inschrijvingen op school, premies aanvragen, je belastingaangifte invullen, informatie opvragen… Als je niet over de infrastructuur en de vaardigheden beschikt om van het internet gebruik te maken, is dat een handicap.
Daarom pleit de Gezinsbond ervoor de toegang tot het internet als een basisrecht te beschouwen. Dat is een vraag met vele lagen. Het volstaat immers niet om iedere woning van een breedband internetaansluiting te voorzien. Dat is natuurlijk een noodzakelijke eerste stap, en daarom juichen wij het voornemen van minister Lieten om hier werk van te maken ook toe. Maar daarnaast moeten mensen ook over de nodige infrastructuur beschikken in de vorm van performante computers/tablets of andere elektronische dragers, wat dan weer een ondersteunend beleid vergt. En de sluitsteen van een beleid dat aan de vraag om internet als basisrecht te erkennen tegemoetkomt, is de automatische toekenning van sociale tarieven. Alleen op die manier kunnen we verzekeren dat de meest kwetsbare groepen in onze samenleving ook echt van deze tegemoetkomingen kunnen genieten.

Studiedienst

 

 

 

10 januari 2014

Nieuwe GAS-wet van kracht

De Gezinsbond heeft veel werk verzet om de publieke opinie te sensibiliseren over de Gemeentelijke Administratieve Sancties (GAS). Samen met meer dan 200 middenveldorganisaties sloegen we de handen in elkaar tegen de geplande hervorming van de GAS-wet. Er stond dan ook veel op het spel. Het plan om het toepassingsgebied nog maar eens uit te breiden, zonder de rechtsonzekerheid en de willekeur aan te pakken, was de beste garantie voor ontsporingen in de praktijk. Maandenlang heeft de Gezinsbond op dezelfde nagel geklopt. Maar de federale regering dreef toch haar zin door. De nieuwe GAS-wet trad in werking op 1 januari.
Vooral de leeftijdsverlaging voor toepasbaarheid van de GAS naar veertien jaar is voor de Gezinsbond een doorn in het oog. Bovendien werd de procedure van ouderlijke betrokkenheid in het leven geroepen. Of er al dan niet een GAS-boete gegeven wordt, hangt af van het waardeoordeel van de GAS-ambtenaar over de (straf)maatregelen die de ouders voorstellen voor hun kinderen.
Een duidelijke definitie van het begrip ’overlast’ is er ook nog steeds niet. In de aanloop naar 1 januari hebben een aantal gemeentebesturen hun creativiteit al getoond. De verscheidenheid is dermate groot dat wie geïnformeerd wil zijn het politiereglement van iedere gemeente waar hij komt, zou moeten opvragen. Een greep uit de meest absurde GAS-reglementen: verbod om mensen te laten schrikken, verbod om opgeraapte confetti opnieuw in de lucht te gooien, verbod om zonder noodzaak te kloppen op vensters. Het lijkt een flauwe grap, maar is jammer genoeg bittere realiteit.
Eerste minister Di Rupo gaf al aan dat sommige gemeenten de GAS-boetes misbruiken. Minister van Buitenlandse Zaken Joëlle Milquet stuurt een rondzendbrief naar de gemeentebesturen met de oproep om de GAS toe te passen ’in de geest van de wet’. De bezorgdheid van deze politici is mooi, maar helaas wel vijgen na Pasen…

Studiedienst

 

6 december 2013

Volgend jaar van kracht: dezelfde kinderbijslag voor zelfstandigen en hoger inkomensplafond

Vanaf 1 juli 2014 krijgen zelfstandigen dezelfde kinderbijslag als werknemers. De Gezins-bond is tevreden dat deze jarenlange discriminatie wordt opgeheven. Wel vragen we dat gezinnen van zelfstandigen die vandaag al méér kinderbijslag krijgen dan in het werknemersstelsel hun huidige bedrag als verworven recht mogen behouden. De inkomensgrenzen die recht geven op een eenoudertoeslag of een sociale toeslag (bij langdurige werkloosheid of ziekte, invaliditeit of pensionering) verhogen eveneens vanaf 1 juli 2014. De grens voor alleenstaande ouders verhoogt tot 2.309,58 euro bruto per maand, die voor koppels tot 2.385,65 euro. Een goede zaak, want door de hogere plafonds krijgen zo’n zevenduizend extra gezinnen recht op een toeslag.

Grote gezinnen verdienen extra kinderbijslag

Volgend jaar is het na de bevoegdheidsoverdracht aan Vlaanderen en Brussel om de kinderbijslagen gelijk én welvaartsvast te maken. De meeste politieke partijen pleiten net zoals de Gezinsbond voor een hervorming met een gelijke kinderbijslag voor elk kind. We lanceerden ons voorstel met een basiskinderbijslag van 156 euro voor elk kind, met op zes, twaalf en achttien jaar een hogere leeftijdstoeslag dan vandaag. Grote gezinnen mogen echter niet het slachtoffer worden van een uniforme kinderbijslag. Dat verliezen veel politici in hun voorstellen uit het oog. Volgens de Gezinsbond moeten grote gezinnen daarom recht krijgen op een extra toeslag. (zie ook pag. 3)

Studiedienst

8 november 2013

Vlaams huurgarantiefonds uit de startblokken

Het huurgarantiefonds, officieel het fonds ter bestrijding van de uithuiszettingen, moet vanaf 2014 een bijkomend instrument vormen tegen het toenemende aantal uithuiszettingen.
Eigenaars kunnen zich nu al beschermen tegen tijdelijke afbetalingsproblemen (wegens ziekte of werkloosheid) via de verzekering gewaarborgd wonen. Huurders die hun huur niet kunnen betalen, dreigen geconfronteerd te worden met een procedure tot uithuiszetting, met vaak sociale drama’s tot gevolg. In het kader van een door de vrederechter opgelegd afbetalingsplan zal het huurgarantiefonds in de toekomst deze achterstal garanderen ten voordele van de verhuurder. Uiteraard moet de verhuurder zich voor nieuwe geregistreerde huurcontracten aansluiten bij het fonds, tegen een bijdrage van 75 euro per contract. De tussenkomst van het huurgarantiefonds bedraagt maximaal drie maanden huur (tot 2700 euro) en de opvolging van de procedure wordt in handen gelegd van een door het fonds aangestelde gerechtsdeurwaarder. Wanneer de huurder het afbetalingsplan niet volgt en het fonds dus effectief moet tussenkomen, kan het fonds de uitgekeerde bedragen terugvorderen. De terugvordering zou niet gebeuren wanneer de huurder werkloos of arbeidsonbekwaam is of wanneer zijn bestaansmiddelen onder het leefloon liggen. De Gezinsbond stelt vast dat het oorspronkelijk uitgangspunt voor het opzetten van het huurgarantiefonds, namelijk woonzekerheid voor de huurder, nu veel meer verschuift naar het beveiligen van de inkomsten van de verhuurder. De procedure is behoorlijk complex en de inschakeling van een gerechtsdeurwaarder heeft zijn prijs. Het wordt uitkijken of het fonds de beoogde bescherming van de huurder zal kunnen bieden. Daarnaast dringt de Gezinsbond aan op de uitbreiding van de vroegtijdige begeleidingsmogelijkheden van huurders. Vaak is huurachterstal een signaal van complexere problemen of gewoon van een te laag inkomen. Het fonds dreigt dan alleen maar uitstel van executie te betekenen.

Studiedienst

25 oktober 2013

Lagere btw op energie

Minister van Economie en Consumenten-zaken Johan Vande Lanotte wil de btw op gas en elektriciteit verlagen naar 6 procent. Een goed idee, vindt de Gezinsbond. Alleen jammer dat de hele regering hem niet volgt. Voor ons mag een basisbehoefte als energie niet belast worden aan het luxetarief van 21 procent. Daarom pleiten wij voor een verlaagd tarief op een redelijk verbruik aan elektriciteit, gas, stookolie en alle andere verwarmingsbronnen, aangepast aan de samenstelling van het gezin. De Europese Commissie is al akkoord voor gas, elektriciteit en stadsverwarming. Een Europese richtlijn van 2006 voorziet daarvoor een uitzondering. Lidstaten die daarop hun btw-tarief willen verlagen naar het sociale tarief, dat in ons land 6 procent bedraagt, moeten dat aan de Commissie melden. Waarop wacht onze federale regering dan nog? Voor stookolie ligt het moeilijker. Stookolie staat niet in de richtlijn en komt evenmin voor in de bijlage die de goederen en diensten opsomt waarop lidstaten hun btw mogen verlagen. Stookolie op deze lijst krijgen, zal een moeilijk parcours worden, omdat elke Europese lidstaat akkoord moet zijn. Dat geldt ook voor onze vraag naar een sociaal btw-tarief voor noodzakelijke kinderproducten.

Zelfde successierechten voor stiefkinderen

Goed nieuws voor nieuw samengestelde gezinnen! Mede dankzij het lobbywerk van de Gezinsbond bepaalt een Vlaams decreet dat alle stiefkinderen – met terugwerkende kracht vanaf 20 december 2012 – hetzelfde tarief aan successierechten betalen als ze erven van hun stiefouder. Dit geldt zelfs als de stiefouder niet gehuwd was met de biologische ouder. De maatregel geldt ook als de stiefouder pas na de biologische ouder overlijdt. Een goede zaak, want stiefkinderen betaalden vroeger het hoogste tarief van ’vreemden’, dat kan oplopen tot 65 procent. Stiefouders die hun stiefkinderen willen laten erven, moeten dit wel nog altijd met een testament regelen, omdat zij geen wettelijke erfgenamen zijn.

Studiedienst

11 oktober 2013

Verdeling groepsverzekering bij echtscheiding

Minister van Justitie Annemie Turtelboom wil het huwelijksvermogensrecht hervormen. Haar wetsontwerp ligt nu ter discussie in de Kamercommissie Justitie. De minister beschouwt een groepsverzekering als een aanvullend pensioen en niet als een spaarverrichting. Daarom besluit ze dat elke uitkering in kapitaal of rente individueel en exclusief toekomt aan de begunstigde van het contract. Dus moeten de opgebouwde reserves (de gestorte premies en de verworven rente) bij echtscheiding niet verdeeld worden. Om de pil wat te verzachten, worden de regels voor onderhoudsbijdragen aangepast, waardoor rechters voortaan een compensatie kunnen voorzien voor de partner die minder pensioenrechten opbouwde omwille van zorgtaken. Dat is een onhaalbare opdracht voor rechters.

Deze visie bestraft de partner – meestal de vrouw – die zijn of haar beroepscarrière stopzette of verminderde om zorgtaken op te nemen voor kinderen of een hulpbehoevend familielid. Die beslissing maken koppels echter gezamenlijk en die solidariteit moet ook na de scheiding blijven doorlopen. Daarom vraagt de Gezinsbond dat bij een echtscheiding de groepsverzekeraar onmiddellijk een tweede contract opent op naam van de andere partner. Op dat contract moet de verzekeraar de helft storten van de tijdens het huwelijk opgebouwde reserves. De rentevoorwaarden moeten dezelfde blijven als die van het originele contract. Ook de minimumrendementen uit de Wet op de Aanvullende Pensioenen moeten gegarandeerd blijven: 3,25 procent op de werkgevers- en 3,75 procent op de werknemersbijdragen. De werkgever van de partner met de originele groepsverzekering moet ook voor de andere partner eventuele tekorten bijleggen. In principe wordt het nieuwe contract premievrij zodat bijkomende premies betalen een vrije keuze wordt. Alleen zo zal de partner zonder of met een kleine groepsverzekering niet gestraft worden.

Studiedienst

27 september 2013

Meer inclusief onderwijs?

Terwijl het totaal aantal leerlingen in het secundair onderwijs daalt, neemt de groep leerlingen in het buitengewoon secundair onderwijs ook dit jaar weer toe. Die stijging staat haaks op het voornemen van de overheid om meer inclusief onderwijs mogelijk te maken. Opmerkelijk is dat vooral grootouders op zoek gaan naar gespecialiseerd onderwijs voor hun kleinkinderen met leerproblemen. Die vaststelling van scholen sluit aan bij de conclusies uit ons belevingsonderzoek ’Ouders van kinderen met een etiketje’. Ouders vertellen daarin dat ze de zorg die hun kind nodig heeft niet altijd vinden in het gewoon onderwijs, en daarom noodgedwongen de zorgtaken zelf in handen nemen. Dat vraagt naast kennis en tijd ook heel wat middelen, want veelal komen er nog externe hulpverleners en dure therapieën aan te pas. Niet elke ouder kan zoiets aan. Wellicht geldt dat ook voor grootouders. Zij vangen de kleinkinderen vaak op, maar ze kunnen er niet zomaar de organisatie van de extra zorg bij nemen. Uit onderzoek blijkt dat kinderen uit de middenklasse veel meer gebruikmaken van buitenschoolse hulp dan kinderen uit andere gezinnen. Daardoor krijgt een groep kinderen (te) snel externe hulp en andere leerlingen niet, terwijl veel van die aangeboden begeleiding ook gewoon door de school of het CLB kan gebeuren. Voorwaarde is natuurlijk dat ouders met zorgvragen in de eerste plaats de leerkracht aanspreken en dat de school ook bereid is om zoveel mogelijk zelf die begeleiding aan te bieden, of – als dat niet mogelijk is – daarvoor samen te werken met specialisten buiten de school. Een eerste stap om hier werk van te maken is de engagementsverklaring ’Buitenschoolse logopedie voor schoolgerelateerde problemen’. Die overeenkomst werd op 18 september ondertekend door de Vlaamse Vereniging voor Logopedisten en zestien andere partners waaronder de Gezinsbond en de onderwijs-, ouder- en CLB-koepels. Deze afspraken over buitenschoolse logopedie zijn een aanzet tot een gedeelde zorg voor kinderen met leerproblemen, waarvan we hopen dat ook andere sectoren zullen volgen.

Studiedienst

13 september 2013

Met een leefloon naar de huisarts

Een onderzoek van de Christelijke Mutualiteit naar het doktersbezoek van mensen die rondkomen van een leefloon, toont dat die minder naar de huis- en tandarts gaan en vaker naar de spoeddienst. Daar moeten ze immers niet onmiddellijk betalen. Financiële drempels spelen nog steeds een belangrijke rol in het feit dat gezinnen in armoede te weinig gebruik maken van de gezondheidszorg. Naast het lagere aantal doktersbezoeken zijn er ook slechte scores voor andere gezondheidsindicatoren: minder preventie, een ongezondere levensstijl… Je inkomen heeft een invloed op je gezondheid. Er is een sterk verband tussen inkomensniveau en de gemiddelde levensverwachting. De Gezinsbond pleit daarom voor de invoering van een veralgemeende derdebetalersregeling waardoor patiënten alleen nog het remgeld moeten betalen. Daarnaast vragen we ook een automatische toekenning van het Omnio-statuut om het remgeld te beperken – en een betere geografische spreiding van gezondheidscentra die werken met – abonnementsgeneeskunde.

Gezinsbond wil ook aanmoedigingspremie bij onbetaald ouderschapsverlof

Sinds een tiental jaar bestaat er een Vlaamse aanmoedigingspremie, als aanvulling op de RVA-uitkering voor bepaalde vormen van tijdskrediet en loopbaanonderbreking. De bedoeling van deze premie is het verlof voor zorg, opleiding of eindeloopbaan financieel toegankelijker te maken. De belangrijkste voorwaarde om recht te hebben op deze aanmoedigingspremie is dat het verlof vergoed wordt door de RVA. Bij de uitbreiding van het ouderschapsverlof naar vier maanden werd er helaas een onbetaalde vierde maand in het leven geroepen, en dat alleen voor ouders waarvan het kind geboren is vóór 8 maart 2012. Ouders met een kind dat na die datum werd geboren, krijgen wel een vergoeding. De Gezinsbond vond intussen gehoor bij de federale regering, die besliste om deze onbetaalde maand toch gelijk te stellen voor het pensioen. Maar onze herhaaldelijke vraag aan de Vlaamse regering om toch een aanmoedigingspremie toe te kennen voor de niet-vergoede vierde maand viel tot nu toe in dovemansoren. Onlangs werd de weigerachtige houding van de Vlaamse regering in dit dossier jammer genoeg nog eens bevestigd. De recente wijziging van het besluit over de aanmoedigingspremies onderstreept opnieuw dat de onbetaalde vierde maand géén recht geeft op een Vlaamse premie. Een gemiste kans!


Studiedienst

30 augustus 2013

Een uitgestoken zorghand op school?

Schoollopen kost geld, veel geld. Voor de ene leerling al wat meer dan voor de andere. Omdat hij of zij talent heeft voor een duurdere studierichting. Omdat blijkt dat de gezinscomputer niet meer voldoet om schooltaken af te werken en de zwart-witprinter niet de gewenste effecten biedt.  Of omdat de leerling in kwestie worstelt met leerstoornissen, en ouders hiervoor buitenschoolse hulp zoals logopedie en psychotherapie inschakelen. Maar logopedie wordt, onder bepaalde voorwaarden, slechts twee jaar terugbetaald. En bij kinderen die lijden onder faalangst of aandachtsproblemen is de tegemoetkoming voor psychotherapie beperkt tot een aantal sessies.
Een kind is vaak goed geholpen met die buitenschoolse hulp, maar hoe zit het met zijn klasgenoten van wie de ouders dat niet kunnen betalen? Wat als ook zij baat hebben bij die extra zorg? Er zijn al heel wat inspanningen geleverd om onderwijs betaalbaar te maken, maar het kan nog beter! Op het verlanglijstje van de Gezinsbond staan daarom nog een maximumfactuur in de eerste graad secundair onderwijs en studietoelagen aangepast aan de kostprijs van de studierichting. Ook de digitalisering van het onderwijs, die heel wat nieuwe mogelijkheden biedt aan leerkrachten en leerlingen, mag niet tot een meerkost voor ouders leiden. Keuzes die scholen op dat gebied maken, moeten doordacht gebeuren, met aandacht voor de kostprijs en het gebruik van duurzame materialen.   
Om alle leerlingen met leerproblemen de zorg te geven die ze nodig hebben, pleiten we voor een breder zorgaanbod door en binnen de school. Leerkrachten moeten hierin uiteraard ondersteund worden door de pedagogische begeleidingsdiensten en de Centra voor Leerlingenbegeleiding. Ook de expertise vanuit het buitengewoon onderwijs is welkom. Een uitgestoken zorghand op school zal ouders er minder snel toe aanzetten hun toevlucht te zoeken tot buitenschoolse hulp. Als die hulp toch aangewezen is, blijft een goede samenwerking tussen alle partners cruciaal om de zorg ook binnen de school te verankeren.   

Studiedienst



28 juni 2013

 

Oproep tot verontwaardiging

’Een aantal verontwaardigde jongeren’, zo noemen de organisatoren van een manifestatie tegen de gemeentelijke administratieve sancties (GAS) zichzelf. De recente leeftijdsverlaging naar veertien jaar, de manier waarop het middenveld werd genegeerd, de willekeur die zit ingebakken in de GAS-wet; het zijn allemaal redenen om morgen, op 29 juni, op straat te komen. Door met zoveel mogelijk verontwaardigde burgers samen het ongenoegen te uiten in een familievriendelijke en vreedzame betoging hopen de organisatoren om alsnog voldoende druk op de ketel te kunnen zetten om een herziening van deze wet te verkrijgen. De Gezinsbond deelt deze verontwaardiging, en hoopt dat er vele duizenden mensen op 29 juni om 14 uur zullen afzakken naar het Centraal Station in Brussel. Politici zijn vertegenwoordigers van het volk, en misschien kan een grote opkomst hen hieraan herinneren…


Kinderen geen slachtoffer in strijd tegen sociale fraude

De commissie Sociale Zaken van het federaal Parlement keurde een aantal maatregelen goed in de strijd tegen uitkeringsfraude. Zo kan bij een ernstige aanwijzing van fraude de kinderbijslag gedurende tweemaal zes maanden worden ingetrokken. De Gezinsbond vroeg aan de staatssecretaris voor Fraudebestrijding John Crombez om hier niet lichtzinnig mee om te springen. De Gezinsbond vreesde een heksenjacht op gezinnen die door onvoldoende administratieve vaardigheden hun kinderbijslagdossier niet (tijdig) vervolledigen. De staatssecretaris stelde ons echter gerust en verduidelijkte dat de maatregel uitsluitend gericht is op ernstige fraudegevallen waarin onbestaande kinderen of kinderen die niet in ons land verblijven ten onrechte kinderbijslag ontvangen. Als er toch kinderen wonen in gezinnen die betrokken zijn bij fraude, zal het kinderbijslagfonds op zoek gaan naar een ander familielid om het recht op kinderbijslag voor het kind te openen, of een beroep doen op het stelsel van de gewaarborgde kinderbijslag.


Studiedienst

14 juni 2013

Een trieste dag voor de democratie

Op 30 mei keurde het parlement het wetsvoorstel van minister van Binnenlandse Zaken Joëlle Milquet over de gemeentelijke administratieve sancties (GAS) goed. De Gezinsbond heeft zich altijd verzet
tegen deze wetswijziging, die onder meer de leeftijdsverlaging naar veertien jaar doorvoert. De hoorzitting die wij hierover samen met andere organisaties hadden gevraagd, werd zonder meer van de hand gewezen. In een ultieme poging om onze stem toch te laten klinken, hebben we samen met 212 andere organisaties een paar dagen voor de stemming een brief gestuurd naar alle parlementsleden. In deze brief werd opgeroepen goed na te denken over de consequenties van deze wetswijziging. Meer dan de helft van de Vlamingen maakt deel uit van een van de ondertekenende organisaties. Toch werd ook dit signaal genegeerd: 30 mei was een trieste dag voor de democratie.


Zicht op secundair onderwijs en studiekeuze verruimen

In het debat over de hervorming van het secundair onderwijs krijgen ouders de zwarte piet toegeschoven: ze duwen hun kinderen naar te zware richtingen of stimuleren hun kroost  te weinig. Uit analyses blijkt inderdaad een sterke invloed van het thuismilieu op de studiekeuze. De eigen schoolervaringen, de honderden mogelijke studierichtingen, de profilering van scholen zelf, de kostprijs van verder studeren, de maatschappelijke waardering van hoofd- en handenarbeid, latere tewerkstellingskansen, het zorgaanbod op school... Diverse elementen kleuren de kijk van ouders op de school- en studiekeuze. Om die blik te verruimen zijn verschillende ingrepen nodig, met aandacht voor kostprijs en zorg. Verder moeten concrete instrumenten ingezet worden die ouders actief betrekken bij het studiekeuzeproces. Deze invalshoek missen we in het masterplan. Veel ouders vinden hun weg niet naar bestaande infobrochures en websites. Of ze hebben alleen zicht op de uitkomst, en niet op het hele proces van oriëntatie. De overheid en het CLB, maar in de eerste plaats de scholen zelf, hebben hier een belangrijke opdracht.


Studiedienst



31 mei 2013

Mini-jobs: ook in België?

Er gaan stemmen op die pleiten voor de invoering van mini-jobs in ons land naar analogie met Duitsland. In het Duitse systeem gaat het om banen waarbij je maximaal 450 euro per maand verdient. De werknemer hoeft daarop geen belastingen te betalen, maar deze jobs bieden weinig sociale bescherming. Volgens de voorstanders laten mini-jobs toe om de arbeidsmarkt flexibeler te maken en mensen vanuit de werkloosheid sneller aan een job te helpen. De mini-jobs kunnen dienen als springplank naar volwaardig werk. De tegenstanders zijn dan weer bang dat het systeem misbruikt zal worden voor sociale-dumpingpraktijken. Zowel de voor- als tegenstanders van de mini-jobs verwijzen uitdrukkelijk naar Duitsland, waar dit systeem al langer bestaat.
De Duitse mini-jobs waren oorspronkelijk bedoeld voor huisvrouwen om een centje bij te verdienen, naast het loon van hun man. Maar intussen wordt het systeem massaal gebruikt in allerlei sectoren en is het voor vele laaggeschoolden de enige manier om nog een job te vinden, omdat er geen andere jobs meer worden aangeboden. Meer dan vijf miljoen Duitsers werken vandaag in zo’n mini-job. Het is belangrijk om uit dit Duitse voorbeeld lessen te trekken en het niet klakkeloos over te nemen. De Gezinsbond pleit voor volwaardige jobs waarmee je sociale rechten opbouwt en die uitbuiting geen kans geven. Als België een systeem van kleine deeltijdse banen wil omarmen, moet dat gepaard gaan met een goede sociale bescherming.

Studiedienst

17 mei 2013

Vlaamse zorgverzekering: aanvragen of niet?
Vanaf 1 juni worden de gegevens van de thuiszorgdiensten via een digitaal platform doorgegeven aan de verschillende zorgkassen. Hierdoor kunnen de zorgkassen, na een controle van de bijdragebetaling, mensen die zwaar zorgbehoevend zijn automatisch het recht op de Vlaamse zorgverzekering toekennen én hun de tussenkomst van 130 euro per maand uitbetalen. Maar opgelet voor wie geen beroep doet op gezinszorg of poetshulp! De gegevens van een grote groep mensen komen immers niet automatisch bij de zorgkassen terecht. Het gaat dan bijvoorbeeld om een zorgbehoevende die alleen thuisverpleging krijgt, een gebruiker die een beroep doet op gehandicaptenzorg, iemand die thuis woont met mantelzorg als enige ondersteuning, of een zorgbehoevende die naar een woonzorgcentrum verhuist. In dergelijke gevallen moet de zorgbehoevende nog altijd zelf een aanvraag indienen voor een tussenkomst van de Vlaamse zorgverzekering. De Gezinsbond wil wie zwaar zorgbehoevend is, waarschuwen zich niet te laten misleiden en niet te aarzelen zelf een aanvraag in te dienen om te krijgen waar hij of zij recht op heeft.

Afbouw gratis rechtsbijstand
Wij leven in een rechtsstaat, wat inhoudt dat iedereen gelijke toegang moet hebben tot de rechtspraak. Om voor minder vermogende mensen de toegang tot justitie te garanderen, voorziet de wet dan ook in een systeem van gratis rechtsbijstand. Overvallen door besparingskoorts plant federaal minister van Justitie Annemie Turtelboom nu een hervorming van deze rechtsbijstand. Een van de elementen van de hervorming is de invoering van een remgeld voor wie een beroep wil doen op de rechtsbijstand. Je moet met andere woorden zelf een vast bedrag betalen, voor je een advocaat krijgt toegewezen. De bedoeling hiervan is duidelijk: ervoor zorgen dat minder mensen gebruikmaken van het systeem. Het volledige principe van gratis rechtsbijstand wordt hierdoor onderuitgehaald. Net mensen voor wie ook maar een klein bedrag een hinderpaal vormt om toegang tot justitie te krijgen, dreigen nu uit de boot te vallen. Daarom heeft de Gezinsbond, samen met partners uit de juridische wereld en het sociaal middenveld, een petitie ondertekend die gericht is aan de federale regering. Deze petitie vraagt respect voor het principe van juridische bijstand voor iedereen.

Studiedienst

3 mei 2013

Kinderarmoede blijft stijgen

Unicef, de organisatie voor kinderen en jongeren van de Verenigde Naties, legde negenentwintig geïndustrialiseerde landen op de rooster en onderzocht er het kinderwelzijn. België komt als negende uit de rangschikking van de VN-organisatie. De relatief goede score van ons land verbergt echter een aantal pijnpunten. Volgens Unicef is het ’verontrustend’ dat zoveel Belgische kinderen getroffen worden door armoede. Iets meer dan één kind op tien leeft in een gezin waarvan het beschikbaar inkomen minder dan de helft van het nationaal mediaan inkomen bedraagt. Van de landen in Noordwest-Europa haalt enkel Luxemburg minder goede punten. Ook de recente Vlaamse Armoedebarometer bevat alarmerende cijfers over de kinderarmoede: het aandeel  kinderen dat geboren wordt in een kansarm gezin steeg tussen 2005 en 2011 van 6,5 naar 9,7 procent. Sommige kinderen lopen een veel groter risico op armoede dan andere. Wanneer de ouders laaggeschoold zijn, in een huurwoning
leven, afkomstig zijn van buiten de Europese Unie of alleenstaand zijn, is het risico op kinderarmoede nog veel groter.
De strijd tegen kinderarmoede is een belangrijke doelstelling van de Vlaamse regering: tegen 2020 wil ze het aantal kinderen in arme gezinnen met de helft verminderen. Tot nu toe gaat het echter de verkeerde richting uit. De Gezinsbond ondersteunt de focus op de strijd tegen de stijgende kinderarmoede en benadrukt daarbij sterk dat er structurele maatregelen nodig zijn, zoals de aanpassing van het leefloon al naar gelang de grootte van het gezin, de derdebetalersregel in de gezondheidszorg of de kostenbeperking in het secundair onderwijs.

Studiedienst

19 april 2013

Regeling voor zelfstandige moeders kan beter
Pas bevallen zelfstandige moeders hebben recht op 105 gratis dienstencheques, aan te vragen binnen de vijftien weken na de bevalling. De regeling kwam er als compensatie voor het korte bevallingsverlof van zelfstandige vrouwen. Dat bedraagt maximaal acht weken, terwijl werkneemsters recht hebben op vijftien weken. Unizo zegt dat één derde van de zelfstandige moeders de gratis dienstencheques niet opvraagt. De ondernemersorganisatie wil een betere communicatie tussen de sociale verzekeringsfondsen en de ziekenfondsen, zodat die laatste de pas bevallen zelfstandigen gericht kunnen informeren over de gratis dienstencheques. Ook zou de aanvraagtermijn verlengd moeten worden tot twintig weken. De Gezinsbond steunt deze vraag, maar wil tegelijk dat zelfstandige moeders die dat wensen – net als werkneemsters – vijftien weken bevallingsverlof zouden kunnen nemen in plaats van de regeling met dienstencheques. Zo zou België eindelijk een Europese richtlijn daarover uit 2010 in wetgeving omzetten.

Deadline studietoelagen
Bijna 3.000 gezinnen krijgen geen studie- en/of schooltoelage omdat hun aanvraag te laat werd ingediend. De deadline voor de indiening van die aanvragen werd vorig jaar met een maand vervroegd. Jammer maar helaas, zegt Vlaams onderwijsminister Pascal Smet. Over die timing is er volgens de minister wel degelijk voldoende gecommuniceerd. Misschien is dat zo, maar minister Smet communiceerde zelf ook al meermaals over zijn plannen om de studietoelagen automatisch toe te kennen. Hij liet dat zelfs in het regeerakkoord opnemen. Maar de beloofde deadline voor de automatisering schuift jaar na jaar op. Voor die vertraging worden diverse redenen ingeroepen. Zo is het in ons land om privacyredenen niet gemakkelijk om alle noodzakelijke gegevens te hebben voor de berekening van de juiste toelage en de eventuele automatische toekenning. Excuses aanvaard, maar ook kwetsbare gezinnen krijgen te kampen met allerlei tegenslagen waardoor de administratieve rompslomp al eens achterwege blijft. Onaanvaardbaar voor de Gezinsbond is een verder uitstel om budgettaire redenen. De Gezinsbond ijvert al jaren voor de automatische toekenning omdat juist de meest kwetsbare gezinnen die studietoelagen zo hard nodig hebben. We vragen dan ook dat de toelage voor deze laattijdige aanvragen alsnog wordt toegekend, en dat de automatisering, die pas aangekondigd werd voor het schooljaar 2014-2015, zonder verder uitstel volgend schooljaar wordt doorgevoerd!

Studiedienst

5 april 2013

TegenGAS geven / Een erkenning voor mantelzorgers?

 

Lees meer: 5 april 2013

22 maart 2013

Informatica: een apart vak, of niet?

Lees meer: 22 maart 2013