Kindvriendelijkheid in hoogbouw?

Wie de zorg voor een kindvriendelijke woon- en leefomgeving wil combineren met ambities als ruimtebesparing en verdichting van het stedelijk weefsel moet creatief te werk gaan! Een zekere mate van hoogbouw lijkt dan immers onvermijdelijk en de vraag rijst: is hoogbouw geschikt of zelfs verzoenbaar met de ontplooiingskansen die we voor kinderen vooropzetten?  

Groen-blauw, en wat met grijs?

In een vorige bijdrage over de trefdag Kind in de Stad verwezen wij naar Eric Rombaut, die het model van de ecologische stad als intrinsiek kindvriendelijk bestempelt. Hij toonde daarbij vele illustraties die vooral het kindvriendelijke karakter van groene en waterrijke omgevingen in een stedelijke context benadrukten. Maar daarnaast staat verdichting hoog op de planningsagenda. Verdichting roept echter verstening op, efficiënte ruimtebenutting, terrassen met een balustrade en het risico op spanningen tussen bewoners. Dit lijkt niet echt op een kindvriendelijke woonomgeving. Bovendien sluiten verdichting en hoogbouw niet aan bij de spontane woonwens van veel gezinnen met kinderen. Wanneer de mogelijkheid zich voordoet, kiezen zij vaak voor een verhuis naar een eengezinswoning in de stadsrand. Deze evolutie dreigt dan op termijn de sociale cohesie, de veiligheid en de stedelijke dynamiek aan te tasten. Nochtans is er ontwikkelingspsychologisch onderzoek dat aangeeft dat net een hoge dichtheid aan kinderen bijdraagt aan hun ontwikkeling. Het dilemma van kindvriendelijkheid in hoogbouwwijken vormde één van de kernvragen bij de transformatie van de Poptawijk in Delft, Nederland.

Een oude wijk vervelt.

Hoewel de Poptawijk niet de uitstraling heeft van stadsvernieuwingsprojecten in Scandinavische steden of van de Vaubanwijk in Freiburg, vormt zij een interessant voorbeeld van de zoektocht hoe (traditionele) hoogbouwwijken gezinnen met kinderen kunnen blijven boeien en aantrekken. Midden de jaren zestig moest in een sneltempo een antwoord worden gegeven op de woonbehoeften van duizenden arbeidersgezinnen in Nederland. De Poptahof werd vanaf 1962 in gebruik genomen als een wijk met veel licht, lucht, ruimte en groen...maar wel met een aantal hoogbouwblokken van 8 tot 10 verdiepingen om een duizendtal gezinnen te huisvesten. Intussen is er heel wat veranderd : de technische en comforteisen kwamen hoger te liggen, de wijk werd meer divers en meer multicultureel, er was een uitstroom van gezinnen met kinderen, de beperkte keuze aan woningtypes speelde niet langer in op een meer gevarieerde gezinssamenstelling. Vanaf 2003 werd de globale vernieuwing van de wijk vooropgesteld. Samen met bewoners en kinderen werd nagedacht welke ingrepen de flat, het blok en de omgeving aantrekkelijk en leefbaar konden maken. Zo ontstond een waslijst aan voorstellen, ideeën en dromen die in minder of meerdere mate meegenomen en gerealiseerd werden. Wilde ideeën? Wat dacht je van een speelplek op hoogte : een verbreding van de buitengalerij of de inname van een (deel van een) flat zodat ook kinderen van zes jaar op de eigen verdieping extra speelruimte krijgen? Dat levert voor de ouders bovendien beter toezicht op. Of nog : wanneer je twee verdiepingen met elkaar verbindt ontstaat er plaats voor een heuse glijbaan! En waarom niet een zandbak op het dakterras?

Kindvriendelijk en meer.

Vanaf de leeftijd van tien, twaalf jaar verplaatst de actieradius van kinderen zich naar de omgeving.

De Speelbal ontwikkelde van een container tussen de woonblokken tot een aantrekkelijke uitleenpost voor allerlei speelmateriaal. De basisscholen van de wijk werken samen als brede school en combineren onderwijs met een aanbod aan  buitenschoolse opvang, sport en cultuur. Het succes van deze activiteiten is groot en zij laten ouders toe werk, studie en opvang goed te combineren. Er kwam een Moe'stuin waar jong en oud groenten, fruit en kruiden kunnen kweken, in 2010 uitgebreid met echte kindertuinen. In het Poptapark kunnen kinderen dan weer spelen op het speelplein met waterpartijen, of skaten of picknicken. Op die manier heeft de Poptahof in de voorbije jaren een hele gedaanteverwisseling ondergaan. De wijk behoudt in elk geval een grote aantrekkingskracht op mensen met een laag inkomen en studenten. De bewonerssamenstelling is bijzonder divers en dat vraagt dat het imago van de wijk voldoende breed herkenbaar blijft met multiculturele winkeltjes, met een gezondheidscentrum en verzorgingstehuis, met apotheek, kruidenier en fitness. Veel van de ingrepen zijn er op afgestemd om tegenover een grijs mastodontgevoel, een kleurrijk en gemoedelijker dorpsgevoel te creëren. Het samengaan van kindvriendelijkheid en hoogbouw blijkt dan geen ijdele wensdroom, mits er met belangrijke aandachtspunten rekening gehouden wordt :

  • een divers woonaanbod, afgestemd op de eigenheid van de gezinnen (voorkeur voor gezinswoningen op het gelijkvloers of de onderste verdiepingen);
  • bouwfysische ingrepen die rekening houden met de leefwereld en het activiteitenpatroon van kinderen;
  • nabije voorzieningen qua onderwijs, opvang, recreatie in functie van gezinnen met kinderen;
  • een bewuste integrale benadering die de betrokkenheid van alle bewoners tot zijn recht laat komen.

Is de Poptahof in Delft hiermee het nieuwe succesverhaal?

Neen, er moet zeker rekening mee gehouden worden dat een dergelijk omvangrijk transformatieprogramma ook te lijden krijgt onder de economische terugval. Investeerders aarzelen iets meer om mee op de boot te springen, bewoners worden meer op het eigen overleven teruggeworpen. Maar het blijft een interessante illustratie hoe kindvriendelijkheid zijn plaats kan krijgen binnen een doordachte verdichting, met zelfs hoogbouw.

Meer info: www.poptahof.nl