Voor veel mensen is een gezin stichten een vanzelfsprekendheid, maar voor koppels met vruchtbaarheidsproblemen is dat een zwaar en soms onmogelijk traject. Na twee vlotte concepties besloot Eline (35) daarom vorig jaar om anoniem haar eicellen te doneren. “Ik besefte wat voor privilege het is om makkelijk zwanger te worden”, vertelt ze. Maar wat houdt zo'n donatie nu precies in en waarom zou je die stap zetten?
Privilege
Het idee om eicellen te doneren ontstond bij Eline na de geboorte van haar tweede kindje. Waar het bij haar twee keer van de eerste keer raak was, zag ze in haar omgeving hoe moeilijk het proces voor anderen kon zijn. “Daardoor besefte ik wat voor privilege het is om makkelijk zwanger te worden, en dat ik er heel dankbaar voor mocht zijn”, legt ze uit.
Toen ze een media-oproep zag van een koppel dat een draagmoeder zocht, begon ze na te denken over hoe zij zelf kon helpen. Hoewel draagmoederschap voor haar een brug te ver was, voelde eiceldonatie als een haalbaar alternatief. Daarnaast speelde een persoonlijke gebeurtenis in haar omgeving mee: het overlijden van een jong kindje met een chronische aandoening. “Dan realiseer je je hoe goed je het hebt met twee gelukkige, gezonde kindjes. En dat je dat niet vanzelfsprekend mag vinden. Als ik iemand anders daarmee kan helpen, waarom niet? Het is voor mij een kleine moeite vergeleken met het grote geluk voor een ander.”
Wat is eiceldonatie precies?
Eiceldonatie is een medische procedure waarbij een vrouw (de donor) eicellen afstaat aan een fertiliteitscentrum. Die kunnen vervolgens gebruikt worden door wensouders die zelf geen (kwalitatieve) eicellen hebben. In België kan dit anoniem of met een bekende donor, zoals een vriendin of familielid.
Daarnaast is er ook een systeem van kruisdonatie waarbij koppels zelf een donor aanbrengen: die doneert dan aan een onbekende, waarna de wensmoeder ook eicellen krijgt van een andere (onbekende) donor. Zo vermijd je de (vaak lange) wachtlijsten.
Eline wist aanvankelijk niet eens of ze zomaar spontaan kon doneren. “Maar dat kan dus gewoon. Het is zelfs heel hard nodig, want er zijn weinig donoren en best veel wensouders.”
Wachttijd van 1 tot 1,5 jaar
Het aantal vrouwen dat zwanger wil worden met eiceldonatie stijgt jaar na jaar, maar het aantal donoren volgt niet. In 2024 moesten witte mensen in het UZ Brussel gemiddeld negen maanden wachten op een donor, in het ZOL in Genk zelfs anderhalf jaar. Het UZ Antwerpen meldde in 2025 een wachttijd van minstens een jaar.
De verklaring voor het gebrek aan eiceldonoren is tweeledig, zeggen de fertiliteitscentra. Enerzijds blijft het traject relatief onbekend. Eiceldonatie mag, net zoals spermadonatie, niet gecommercialiseerd worden. Het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten (FAGG) verbiedt fertiliteitscentra zelfs om posters of flyers te verspreiden om sperma of eicellen te doneren. Anderzijds is het traject om eicellen te doneren best ingrijpend, waardoor vrouwen minder snel geneigd zijn om het te doen.
Het donortraject: hormonen en oogsten
Eerlijk is eerlijk: eicellen doneren is een stuk omslachtiger dan een bezoekje brengen aan de spermabank. Er gaat een heel traject aan vooraf. Zo vindt er eerst een intakegesprek plaats en volgt er daarna een genetisch onderzoek naar belangrijke erfelijke aandoeningen. “Dat vond ik zelf ook wel interessant voor mijn kinderen", zegt Eline.
Als het traject vervolgens wordt opgestart, krijgt de donor een hormoonbehandeling om meerdere eicellen te laten rijpen. Dat gebeurt via spuitjes en een pilletje. Eline liet de spuitjes door haar man zetten: "Ik vond het moeilijk om mezelf te injecteren, maar het deed eigenlijk geen pijn. Het is gewoon een snel prikje in je buik.”
De hormoonbehandeling viel goed mee, al was ze daar van tevoren wel bang voor. “Ik zat toen net in een turbulente periode: druk op het werk, slaaptekort door twee jonge kindjes… Ik twijfelde wel een beetje om daar ook nog een hormonale rollercoaster aan toe te voegen. Maar uiteindelijk had ik er niet zoveel last van.”
Als ze gerijpt zijn, worden de eicellen vervolgens vaginaal weggehaald tijdens een zogeheten pick-up: de oogst. “Dat was onaangenaam, maar niet heel pijnlijk of zo", zegt Eline. “Je moet het die week wel wat rustiger aan doen en je lichaam laten herstellen. Je kan wat last hebben van krampen, eigenlijk zoals bij je maandstonden.”
Tijdens de pick-up kon Eline een laborant in de kamer ernaast horen controleren of de eicellen bruikbaar waren. “Dan hoorde ik haar elke keer enthousiast ‘eicel!’ roepen”, lacht ze. Uiteindelijk werden er bij Eline twaalf bruikbare eicellen geoogst.
Na de eiceldonatie: hoe gaat het verder?
Eline besprak haar keuze uitgebreid met haar man. Hij was vooral bezorgd om haar fysieke welzijn, maar steunde haar verder volledig. Ook tegenover haar kinderen (toen 3 en 5,5 jaar) was ze eerlijk, op hun niveau: “Ik heb uitgelegd dat je een eitje en een zaadje nodig hebt om een baby te maken, en dat sommige vrouwen geen eitjes hebben. Omdat ik er veel heb en ze niet meer nodig heb, geef ik ze aan de dokter zodat andere vrouwen een kindje kunnen maken.”
De wetgeving rond eicel- en zaadceldonatie is dit jaar veranderd. Sinds 2026 is anonieme donatie niet meer mogelijk: donorkinderen hebben het recht om op latere leeftijd identificeerbare gegevens op te vragen. Voor mensen die vóór 2026 hebben gedoneerd, bestaat er wel een uitzondering. Zij mogen kiezen of ze door de donorkinderen willen worden gevonden.
Eline is alvast overtuigd: “Ik vind het een goede zaak dat donorkinderen meer rechten krijgen. Het lijkt mij enorm verwarrend om totaal niet te weten waar je vandaan komt, en of bijvoorbeeld je muzikale talent ook met genetische aanleg te maken heeft. "Mocht er uit mijn donatie een kind voortkomen dat over twintig jaar contact zoekt, sta ik daar zeker voor open.”
Met de opvoeding van eventuele kinderen uit de eicellen wil ze, voor alle duidelijkheid, niets te maken hebben. “Ik ben enkel de donor, niets meer dan dat. Maar ik zou het zeker leuk vinden om ze later te ontmoeten, absoluut. Ik ben dan ook een echte familiemens. Voor mijn kinderen vind ik het ook fijn: wie weet hebben ze er ooit een halfbroer of -zus bij.”
Een warme aanrader?
Eiceldonatie is een engagement. Het vraagt tijd - in de rijpingsperiode van 10 tot 14 dagen moet je twee tot drie keer per week naar het ziekenhuis - en er is een fysieke impact. Voor het geld hoef je het ook niet te doen: het is wettelijk verboden om eicellen te verkopen, maar donoren krijgen via het ziekenhuis wel een onkostenvergoeding (tussen 1.000 en 1.500 euro).
Ondanks de medische rompslomp kijkt Eline met een bijzonder warm gevoel terug op het hele proces. “Waar ik echt vrolijk van word, is me proberen in te beelden dat iemand op een wachtlijst dankzij mij dat langverwachte telefoontje krijgt: ‘We hebben een eicel voor u’. De blijdschap die je dan moet voelen... Daar doe ik het echt voor.”
Meer weten?
Wil je meer weten over eiceldonatie of overweeg je zelf om donor te worden? Neem dan contact op met een fertiliteitscentrum in je regio.