Twee vliegen in één klap
Momenteel geldt sociaal verlof enkel voor ‘dwingende’ redenen zoals ziekte van een partner, kind of ouder of een inwonend familielid. Voor kleinkinderen kan het dus niet worden opgenomen.
Eén op drie grootouders zorgt nu al minder voor de kleinkinderen dan ze willen, zo bleek uit de grote grootouderbevraging. Dat zijn meestal grootouders die nog aan het werk zijn. Als grootouders hun tien dagen sociaal verlof ook mogen gebruiken om zieke kleinkinderen op te vangen, sla je twee vliegen in één klap.
Ten eerste geef je de grootouders die dat willen en kunnen de kans om de combinatie werk-gezin van hun kinderen te ondersteunen. Op de tweede plaats maakt het langer werken haalbaarder voor grootouders. Ze zullen immers minder snel de arbeidsmarkt verlaten als ze weten dat ook aan hun ‘opvangwens’ kan voldaan worden.
Soms wat (te) veel
Uit de grootouderbevraging bleek ook dat veel grootouders in veel gezinnen cruciaal zijn voor de opvang van de kleinkinderen. Een op drie haalt en brengt de kleinkinderen regelmatig van en naar school of de opvang. Ongeveer 7 op tien grootouders vangen de kleinkinderen verschillende keren per week tot verschillende keren per maand op. Daarnaast springen ze in bij ziekte en tijdens de schoolvakanties.
Toch is het niet allemaal rozengeur en maneschijn. Hoewel de meeste grootouders met veel plezier en liefde de zorg voor de kleinkinderen opnemen, is het voor 85 procent ook soms wat te veel.
Waar ligt dat dan aan?
Soms is de opvang van de kleinkinderen te druk, soms is het druk door de combinatie met andere zorgtaken, werk of het eigen sociaal leven.
Voor veel grootouders is het dan ook zoeken naar een evenwicht tussen zichzelf, het werk, hun eigen gezin of familie en de kleinkinderen. Sociaal verlof opnemen kan een ontbrekend puzzelstukje zijn voor zij die dat wensen.
