Sara Vos en Alec Delbar zijn mama en papa van vier: Theo (†), Isaac (5), Cécile (3) en baby Hector. Nu hun jongste vier maanden is, genieten ze bewust van de babytijd. Want ze weten hoe kwetsbaar het leven is. Hun eerste zoontje Theo werd slechts dertien weken oud. Sindsdien beleven ze het ouderschap anders. Meer op hun gevoel, meer in het moment.
Zijn er veel verschillen tussen jullie kinderen als baby?
Sara: Absoluut. Cécile was de rustigste van allemaal. Isaac was ook heel gemakkelijk. Theo had dan weer veel last van krampjes en huilde veel.
Alec: Bij Theo waren we soms één of twee uur aan het wiegen en troosten voor hij in slaap viel. Bij de anderen was dat veel minder.
Sara: Hector lacht ontzettend veel. Isaac deed dat op die leeftijd ook. Rond vier maanden krijg je steeds meer interactie. Zo’n leuke fase!
Beleef je het ouderschap bij een vierde kindje anders?
Sara: Helemaal. Bij Theo luisterde ik nog veel naar wat anderen zeiden. Bij Isaac was er vooral veel angst. Bij Cécile heb ik meer losgelaten en dat doe ik nu bij Hector opnieuw. Hij ligt bijvoorbeeld veel bij ons. Als hij weent, pak ik hem vast. Soms hoor je: je gaat hem verwennen of hij moet alleen leren slapen. Maar ik denk nu: binnen een jaar is dit alweer voorbij. Laat hem nu maar bij mij liggen.
Alec: Als vrienden voor het eerst mama of papa worden, zeggen wij altijd: luister gerust naar iedereen, maar doe vooral waar jij je goed bij voelt.
Hector is jullie laatste baby. Maakt dat deze maanden extra bijzonder?
Sara: Zeker. Daarom blijf ik bewust wat langer thuis. Het is echt afscheid nemen: van maat 56, van hoe zo’n pasgeboren baby zich opkrult als je hem oppakt … Je weet: dit komt nooit meer terug.
Hoe gaan Isaac en Cécile om met hun kleine broer?
Alec: Heel lief. Ze zijn superzorgzaam en vragen vaak meteen: waar is Hector?
Sara: Vanmorgen wilde Cécile voor ze haar tanden ging poetsen Hector eerst nog een knuffel geven. Met twee grotere kinderen in huis proberen we wel goed te kijken naar wat Hector nodig heeft. Onlangs hadden we hier een verjaardagsfeestje met klasgenootjes. Omdat het heel druk zou worden, brachten we Hector even naar de grootouders. Zo kreeg hij niet al die prikkels over zich heen.
Onlangs zei iemand dat Hector heel hard op Theo lijkt en vroeg meteen: “Sorry, mag ik dat wel zeggen?” Natuurlijk. Daar worden we juist blij van. Dan denk ik: oef, je bent hem niet vergeten.
Jullie proberen bewust van deze periode te genieten. Was dat bij Theo ook zo?
Alec: Die eerste weken met Theo waren in mijn ogen de mooiste periode van ons leven. Het was corona, dus er kwam bijna niemand langs. We waren gewoon met ons drieën. Zalig. Tot Theo plots ernstig ziek werd. Hij was nog geen drie maanden toen we te horen kregen dat hij een tumor had. Hij zou niet meer beter worden en werd slechts dertien weken oud.
Sara: Door wat we hebben meegemaakt, is onze zorgeloosheid weg. Als Hector nu lang slaapt, denk ik soms: ademt hij nog? Maar we laten dat angstige stemmetje niet winnen. Onze kinderen groeien niet op onder een glazen stolp. Ze mogen klimmen en ravotten. Echt kind zijn.
Isaac was jullie eerste zoontje na het overlijden van Theo. Hoe heb je die eerste periode beleefd?
Sara: Ik wilde na Theo heel graag opnieuw voor een kindje zorgen. Maar tijdens mijn zwangerschap van Isaac waren mijn hoofd en mijn buik volledig van elkaar gescheiden. Een psycholoog hielp me om hem als een ander kindje, met een eigen verhaal, te zien. Al moet je vooral ook zelf de klik kunnen maken.
Na zijn geboorte durfde ik mij niet meteen te hechten. Ik zorgde voor hem, maar ik was bang. Ergens dacht ik: ik wil Theo terug. Maar toen Isaac rond de vier maanden meer contact begon te maken, dacht ik stilaan: misschien blijf jij wel bij ons. Misschien komt het met jou wel goed. Vanaf toen kwam er weer meer kleur in mijn leven.
Vandaag is Isaac echt het chillste kind dat er is. Mijn mama zegt altijd: “Isaac leeft voor twee. Hij lacht voor twee, hij is boos voor twee.” Dat vind ik heel mooi.
Alec: Bij mij was die angst veel minder. Ik had er ergens wel vertrouwen in dat het goed zou komen.
Welke plaats heeft Theo vandaag in jullie gezin?
Alec: Wij hebben vier kinderen. Punt. En dat zeggen we ook altijd zo. Zelfs op vakantie nemen we vaak een aapje mee dat bij Theo in zijn bedje heeft gelegen. Maar als we dat eens vergeten, is dat niet erg, want Theo is er sowieso bij.
Sara: Isaac en Cécile weten dat ook. Voor het slapengaan zeggen ze slaapwel tegen Theo of geven ze zijn foto een kusje. We zeggen hen: je hebt nog een broer en die zit in ons hartje. Dat zal voor Hector niet anders zijn. Vrienden maakten voor ons ook een heel persoonlijk boekje over Theo. De ene schreef het verhaal, de andere maakte de illustraties. Het vertelt op kindermaat over zijn geboorte, zijn ziekte en zijn overlijden. Een boekje dat we later ook aan Hector zullen voorlezen.
Is het belangrijk dat anderen Theo blijven noemen?
Sara: Heel belangrijk. Mensen zijn soms bang om ons te kwetsen, maar doe niet alsof hij er niet geweest is. Onlangs zei iemand dat Hector heel hard op Theo lijkt en vroeg meteen: “Sorry, mag ik dat wel zeggen?” Natuurlijk. Daar worden we juist blij van. Dan denk ik: oef, je bent hem niet vergeten.
Wat willen jullie jonge ouders meegeven?
Sara: Geniet van het nu. Opvoeden is pittig, maar probeer alle momenten zoveel mogelijk in je hoofd op te slaan. Wij zijn heel dankbaar dat er na Theo nog drie kinderen zijn mogen volgen. Het gemis blijft groot, maar zij maken ons heel gelukkig.
Alec: En weet: alles is een fase. De goede dingen én de moeilijke. Alles gaat voorbij.
Sara: Daarom probeer ik niet te veel bezig te zijn met hoe het hoort. Als Hector dicht bij mij wil zijn, dan mag dat.