Foto’s nemen was nog nooit zo makkelijk. En dus maken en delen we er meer dan ooit. Samen met onderzoeker Elisabeth Van den Abeele (UGent) en Mama Baas dook de Gezinsbond in het fenomeen ‘sharenting’: het online delen van beelden van je kind. We doen het allemaal. Maar er echt bij stilstaan? Dat gebeurt nog te weinig.
87% van de ouders heeft al eens een foto van zijn of haar kind gepost op sociale media. Dat gaat van een weekendje zee tot de verjaardag van grote broer, of zelfs het eerste plasje op het potje. Ook via WhatsApp worden gretig foto’s gedeeld met vrienden en familie. Over sharenting is de laatste jaren dan ook al heel wat inkt gevloeid. Sharenting? De term is een combinatie van ‘sharen’ en ‘parenting’.
Bijna iedereen doet het
In een grootschalige bevraging deelden 1.307 ouders met minstens één kind jonger dan 13 jaar hoe zij omgaan met sharenting. Weinig verrassend: bijna alle ouders delen beelden van hun kinderen. Waarom? 94% uit trots, 83% omdat ze het leuk vinden. “En eigenlijk zijn dat vrij egoïstische motieven”, zegt dr. Elisabeth Van den Abeele. “Dat klinkt misschien hard, maar het toont wel aan dat we bij dat delen heel weinig stilstaan bij onze kinderen. Voor hen zijn er weinig directe voordelen.”
Dat is dan ook het uitgangspunt van het doctoraat waar dr. Van den Abeele vier jaar aan heeft gewerkt. “De kern van het debat ligt niet bij hoeveel of wat we delen, maar bij het principe zelf. Vanaf het moment dat je één foto of verhaal online deelt, neem je al een risico. Zodra je iets online zet, bouw je mee aan een digitale identiteit van je kind, zonder dat het daar zelf voor kiest. En zonder dat jij weet wat er allemaal met die informatie online gebeurt.”
Mama, moet die foto wel online?
Hoewel het onderzoek naar sharenting nog relatief jong is, tekent zich wel een duidelijke kloof aan in beleving. “Wat ouders grappig vinden, ervaren kinderen vaak als gênant”, legt dr. Van den Abeele uit. “Vooral bij oudere kinderen en tieners kan dat beginnen wringen. Dat leidt zelden tot grote conflicten, maar het kan wel spanningen geven. Kinderen willen hun identiteit vormgeven, terwijl er al een stuk voor hen is ingevuld.”
De impact van sharenting is niet altijd zichtbaar, en net dat maakt het zo complex. “Het blijft allemaal erg abstract”, zegt dr. Van den Abeele. “Je ziet niet meteen wat er mis kan gaan, en dus ga je risico’s automatisch minimaliseren. Ook typische denkpatronen spelen een rol. “We redeneren: ‘Iedereen doet het’, of ‘Er staan miljoenen kinderen op internet, de kans dat het mij overkomt is zo klein’. En zo praten we ons gedrag onbewust goed. Wat heel menselijk is trouwens.”
Bewust sharenten
“Technologie en AI worden ook steeds slimmer”, vult dr. Van den Abeele aan. “Het gezicht online bedekken met een sticker of emoji lijkt een oplossing, maar biedt helaas geen volledige bescherming. Integendeel: ze kunnen voor AI net een extra signaal zijn om beelden te herkennen en te analyseren.
Dat verschillende ouders in het onderzoek aangeven dat ze al bewust maatregelen nemen, is dan ook een mooie evolutie. Ze denken na, beperken hun publiek of kiezen voor minder herkenbare beelden. Maar de echte bescherming blijft de afweging die je maakt voor je een foto deelt. Waarom deel ik dit? En voor wie? Dat bewustzijn maakt écht het verschil.”
Toestemming
En dan is er in het onderzoek nog één opvallende vaststelling: we vragen onze kinderen nog te weinig toestemming. “Het is nochtans zo belangrijk om er al op jonge leeftijd over te praten”, zegt dr. Van den Abeele. “We denken vaak dat kinderen dat allemaal nog niet begrijpen, maar ze hebben wel degelijk een gevoel voor privacy. Kleine vragen maken een groot verschil: Wat vind je van deze foto? Zou je het leuk vinden als ik die naar x stuur? Kleine kinderen zijn zeker nog te jong om alles te begrijpen of een standpunt in te nemen, maar door hen te betrekken groeit dat bewustzijn mee.”
Om dat gesprek te helpen starten, schreef Elisabeth het kinderboek ‘Wie ziet Pixie?’ “Op een luchtige en laagdrempelige manier laat het kinderen nadenken over sociale media, de online wereld en wie hun foto’s daar allemaal kan zien.”
Moeten we dan maar allemaal stoppen met delen? “Neen, dat is zeker niet de boodschap”, besluit Elisabeth Van den Abeele. “Ik ga ouders nooit met de vinger wijzen of zeggen dat ze foto’s van hun kinderen niet meer mogen delen. Wat wel belangrijk is, is dat ouders heel bewust stilstaan bij wat ze delen, waarom, en welke meerwaarde de post heeft voor hun kind.”
De cijfers:
- 87% van de ouders deelt foto’s van hun kind op sociale media.
- 94% doet dat uit trots
- 63% deelt herkenbare beelden
- 99% is zich bewust van mogelijke online risico’s
- 98% zegt na te denken voor ze een foto posten
- 87% zegt dat hun account privé staat
- 79% probeert bewust te beperken hoe vaak ze beelden delen.
- Slechts 25% vraagt regelmatig toestemming voor ze iets over hun kind online posten
Het onderzoek is een initiatief van Mama Baas en kwam tot stand met de steun van Mediawijs, het Vlaams Kenniscentrum Digitale en Mediawijsheid, dat ouders wil ondersteunen in bewuste keuzes rond media en technologie. Ook de Gezinsbond zet zich mee achter dit project en helpt om het thema bij ouders onder de aandacht te brengen.
Meer info en tips vind je via Medianest.
Ontdek samen met Pixie de spannende wereld van sociale media
‘Wie ziet Pixie?’ van dr. Elisabeth Van den Abeele maakt het abstracte thema sharenting verrassend tastbaar voor kinderen en hun (groot)ouders. In het prentenboek delen de ouders van vosje Pixie af en toe foto’s van hem op sociale media. Het is een heel warm en herkenbaar verhaal over zichtbaar zijn in een online wereld. Het boek is vooral een fijne kapstok om thuis of op school hierover in gesprek te gaan.