Wat zorgt ervoor dat kinderen vrienden worden? Dat ze eerder baas spelen of net volgen? En dat ze soms liever alleen zijn? Vriendschapsexpert Marie-Anne Vanderhasselt beantwoordt zeven prangende vragen over vriendschap bij kinderen.
Marie-Anne Vanderhasselt is mama van drie kinderen, klinisch psycholoog, professor en hoofdonderzoeker aan het labo Experimentele Psychiatrie van de UGent. Ze schreef de boeken ‘Je bent een vriend van mij’ en ‘Ouders onder hoogspanning’.
Een klik. Elkaar aanvoelen. Op dezelfde golflengte zitten. Vriendschap laat zich niet in een hokje duwen. Al kan je wel lichtjes pushen om diepere of langere vriendschappen uit te bouwen, ook bij je kinderen.
"We worden vooral vrienden met mensen bij wie we onszelf kunnen zijn", weet vriendschapsexpert Marie-Anne Vanderhasselt. "Als het veilig genoeg voelt om te zijn wie je bent. Al zijn er wel een zestal ingrediënten die ervoor kunnen zorgen dat de mayonaise pakt."
1. Heeft een kind vrienden nodig?
"We hebben allemaal vrienden nodig. Om jezelf te leren kennen, om te oefenen met ruzies, om te beseffen wat je leuk vindt … In contact met anderen ontdek je veel over jezelf. De mens is een sociaal wezen, dat verbinding wil. Al is de intensiteit voor iedereen verschillend.
Als kind is vooral je gezin belangrijk. Je wil het gevoel hebben dat je ondersteund wordt en een vertrouwde omgeving hebt. Maak je je zorgen dat je kind niet veel vriendjes heeft? Luister dan hoe het zich daarbij voelt. Als je kind dit oké vindt, is er geen probleem. Wil je kind graag meer vrienden? Nodig dan eens een vriendje uit bij je thuis."
2. Welke ingrediënten zijn belangrijk voor een vriendschap?
"Of je een band krijgt, hangt af van zes basiselementen: gedeelde interesses en activiteiten, sociale ondersteuning, emotionele intimiteit, wederzijdsheid, vertrouwen en eerlijke communicatie.
Dat laatste doen kinderen vaak automatisch, terwijl volwassenen het moeilijker vinden om open en eerlijk te zijn. Die gedeelde interesses zijn ook belangrijk. Op school moet je het doen met de klas waarin je belandt. Je hobby’s kan je wel zelf kiezen. Daar ontmoet je vaak meer gelijkgezinden, die dan vrienden worden."
3. Kan je jouw kind helpen om goede vrienden te maken?
"Samen dingen meemaken schept een band. Een jeugd- of sportvereniging is een goede manier om levenslang vrienden te maken. Je deelt verhalen die je later samen kan ophalen. En je brengt veel tijd door samen, dat helpt om naar elkaar toe te groeien.
Kinderen leren ook veel van modelling. Ze kijken voortdurend hoe volwassenen relaties vormgeven. Hoe jij vrienden ontvangt, luistert, conflicten oplost of interesse toont in anderen, nemen ze mee. Je moet zelf het model zijn waarvan je wilt dat je kinderen het ontwikkelen. Ben jij een warme, veilige, aanwezige ouder of vriend? Leef jij voor hoe je een goede vriendschap uitbouwt? Dan neemt jouw kind dat mee in zijn eigen contacten."
4. Waarom maakt het ene kind makkelijker vrienden dan het andere?
"Als je jezelf niet goed kan of durft zijn in interacties, gaat vrienden maken soms iets moeilijker. Elk kind is ook uniek. De ene is sociaal en praat makkelijk met iedereen. De andere zit liever even apart aan een tafeltje om tot rust te komen.
Voetbal een kind niet graag en de meeste klasgenoten wel? Dat speelt ook mee in vriendschappen op school. Zoek, naast school, naar activiteiten die kinderen écht interesseren. Laat hen dingen proberen die ze leuk vinden, van kunstacademie tot sport of andere hobby’s."
5. Wat als jouw kind vaak ‘de baas’ speelt in een vriendschap? Of net ‘de volger’ is?
"Iedereen heeft zijn karakter en persoonlijkheid. Als iemand altijd de baas speelt, en de andere dat niet leuk vindt, is de vriendschap in onevenwicht. Dat is niet zo gezond. Het volg-vriendje kan dan iets zeggen als 'Ik vind het niet fijn dat jij altijd kiest'. Of je kan er als ouder over praten met je kind.
Kinderen denken, vanuit hun biologie, vooral aan zichzelf. Het vermogen om zich echt in anderen te verplaatsen ontwikkelt zich geleidelijk. Begeleid hen hierin. Geef inzicht en informatie, zoals 'Vrienden houden rekening met elkaar, het is niet oké dat één iemand altijd kiest'. Laat het kind zelf beseffen dat vriendschap soms moeite kost. En stel grenzen wanneer nodig, bijvoorbeeld als er pijn wordt gedaan. Daar moet je altijd kort op zijn, het benoemen en uitleggen."
6. Wat als je kind even alleen wil zijn, wanneer er een vriendje komt spelen?
"Vriendschap bij kinderen is anders. Het is dus niet per se sociaal ongepast als je kind even alleen wil zijn. Kinderen doen gewoon wat ze willen en luisteren naar hun eigen noden, zoals rust opzoeken.
We kunnen een kind wel leren om even te checken bij het vriendje, zoals 'Vind je het oké als ik even een strip lees?' Zo stimuleer je als ouder toch empathie. Je kan ook proberen om eens een ander kindje uit te nodigen en te zien hoe de interactie daar loopt. En eventueel kan je hen kort even begeleiden om samen tot spel te komen, zoals een toren bouwen of buiten ravotten."
7. Hoe ga je ermee om als jouw kind een van zijn goede vrienden verliest?
"Maak duidelijk dat je kind altijd bij jou terecht kan. Luister vooral, bied niet direct oplossingen aan. Neem écht de tijd om er te zijn voor je kind. Zonder andere taakjes te doen. Je kan iets zeggen als 'Dat is jammer hé. Wil je vertellen wat er is gebeurd? Hoe voelt dat voor jou?'
Laat je kind zijn gevoelens en frustraties benoemen. Dat leren ze soms te weinig. Kinderen gebruiken vaak meer emoji’s online dan emoties in real life. Laat hen ondervinden dat het leven niet altijd eenvoudig is. Pijn en frustratie horen erbij. Ze zijn nodig om veerkrachtig te leren omgaan met moeilijkheden in het leven.
Vertrouw erop dat je kind zijn weg wel weer vindt, al heeft het soms tijd nodig. Je kan niet alles controleren. Als je zelf model bent van hoe je dingen aanpakt en je stimuleert je kind in die richting (zonder forceren), dan creëer je een warm en veilig nest. Zo voelt je kind dat het mag zijn wie hij wil en dat hij altijd bij jou terecht kan met wat er speelt. Dat gevoel van verbondenheid en vertrouwen, zowel bij familie als vrienden, zorgt dat we beter met het leven om kunnen gaan."