Al meer dan 40 jaar sleutelen opeenvolgende federale regeringen aan ons pensioenstelsel. Ook de huidige federale regering heeft ingrijpende wijzigingen doorgevoerd. Een belangrijk deel daarvan werd definitief vastgelegd in de pensioenwet van 28 mei 2026. Hierdoor veranderen zowel de voorwaarden voor vervroegd pensioen als de manier waarop sommige pensioenrechten worden opgebouwd.
De Gezinsbond blijft het pensioenbeleid opvolgen vanuit één centrale bekommernis: een pensioenstelsel moet rekening houden met de impact van zorgarbeid en mag bestaande ongelijkheden tussen mannen en vrouwen niet versterken.
Pensioenongelijkheid
Vrouwen ontvangen gemiddeld nog steeds een lager pensioen dan mannen. Dat heeft onder meer te maken met loopbaanonderbrekingen, deeltijds werk en periodes van onbetaalde zorg voor kinderen, partners of andere familieleden.
Voor de Gezinsbond blijft het daarom essentieel dat zorgarbeid voldoende wordt erkend in de pensioenopbouw en dat pensioenhervormingen aandacht hebben voor de gevolgen voor gezinnen.
Het minimumpensioen
Wie een laag pensioen heeft, kan onder bepaalde voorwaarden recht hebben op een gewaarborgd minimumpensioen. De voorwaarde van minstens 5.000 effectief gewerkte dagen blijft behouden. Daarnaast wordt het mogelijk om gewerkte jaren uit verschillende pensioenstelsels samen te tellen. Jaren als werknemer, zelfstandige en ambtenaar kunnen dus gecombineerd worden om te beoordelen of iemand aan de loopbaanvoorwaarden voldoet. Daarmee wordt een gekend knelpunt in het huidige systeem weggewerkt.
Gelijkgestelde periodes
Gelijkgestelde periodes zijn periodes waarin iemand niet werkt maar die toch geheel of gedeeltelijk meetellen voor pensioenrechten.
Zorgverloven zoals moederschapsverlof, geboorteverlof, ouderschapsverlof en bepaalde thematische verloven blijven belangrijk binnen het pensioenstelsel. Tegelijk worden sommige gelijkgestelde periodes minder gunstig behandeld in de pensioenberekening. Vooral periodes van werkloosheid en bepaalde eindeloopbaanregelingen worden sterker beperkt dan vroeger.
De Gezinsbond blijft erop aandringen dat noodzakelijke zorgtaken niet leiden tot lagere pensioenrechten.
Nieuwe voorwaarden voor vervroegd pensioen
De wettelijke pensioenleeftijd bedraagt momenteel 66 jaar en stijgt naar 67 jaar vanaf 2030. Vanaf 2027 veranderen de voorwaarden voor vervroegd pensioen.
Een belangrijk nieuw principe is dat een loopbaanjaar voortaan minstens 156 gewerkte of gelijkgestelde dagen moet bevatten. Vandaag volstaan nog 104 dagen. Voor veel mensen zal dit weinig verschil maken, maar voor werknemers met onvolledige loopbanen kan de vroegst mogelijke pensioendatum later komen te liggen.
Daarnaast wordt een nieuwe mogelijkheid ingevoerd om vanaf 60 jaar met pensioen te gaan na een lange loopbaan van minstens 42 jaar. Daarbij moet elk loopbaanjaar minstens 234 effectief gewerkte dagen bevatten. Gelijkgestelde periodes spelen in deze regeling een veel beperktere rol.
Pensioenmalus vanaf 2027
Vanaf 1 januari 2027 wordt een pensioenmalus ingevoerd.
Wie vervroegd met pensioen gaat en niet voldoet aan de bijkomende werkvoorwaarden (35 loopbaanjaren van minstens 156 dagen én in totaal 7.020 effectief gewerkte dagen), krijgt een lager pensioen. De vermindering bedraagt:
- 2% per jaar vervroeging voor bepaalde leeftijdscohorten;
- 4% per jaar vervroeging voor jongere cohorten;
- 5% per jaar vervroeging voor de jongste cohorten.
De malus geldt niet voor wie pas op de wettelijke pensioenleeftijd met pensioen gaat.
Nieuwe pensioenbonus
De bestaande pensioenbonus werd stopgezet op 31 december 2025.
Vanaf 2027 komt er een nieuw systeem. Wie langer blijft werken dan de wettelijke pensioenleeftijd en voldoet aan de bijkomende werkvoorwaarden, kan een pensioenbonus opbouwen. De opbouw start vanaf 2026 voor pensioenen die ingaan vanaf 2027.
De bedoeling is langer werken financieel aantrekkelijker te maken.
Bijverdienen na pensionering
Wie de wettelijke pensioenleeftijd bereikt heeft of een volledige loopbaan heeft opgebouwd, kan onbeperkt blijven bijverdienen. Ook het systeem van flexi-jobs wordt verder uitgebreid naar bijkomende sectoren. Het exacte toepassingsgebied verschilt per sector en wordt verder uitgewerkt binnen de betrokken paritaire comités.
Gezinspensioen en overlevingspensioen
Het gezinspensioen en het overlevingspensioen blijven een belangrijk aandachtspunt voor de Gezinsbond. In het regeerakkoord werden hervormingen van deze stelsels aangekondigd, maar de concrete uitwerking is nog niet volledig afgerond. Daardoor blijft op dit moment onzeker hoe deze regelingen er op langere termijn precies zullen uitzien.
De Gezinsbond blijft pleiten voor een pensioenstelsel dat rekening houdt met de maatschappelijke waarde van zorgarbeid en dat gezinnen voldoende beschermt tegen armoede bij pensionering of na het overlijden van een partner.
Standpunt van de Gezinsbond
De recent goedgekeurde hervormingen bevatten enkele positieve elementen, zoals het samen tellen van loopbaanjaren uit verschillende statuten en het behoud van verschillende zorggerelateerde gelijkstellingen. Tegelijk bestaat het risico dat strengere loopbaanvoorwaarden en een grotere nadruk op effectieve arbeid nadelig uitvallen voor personen die gedurende hun leven belangrijke zorgtaken opnemen.
Voor de Gezinsbond moet een modern pensioenbeleid niet alleen financiële duurzaamheid nastreven, maar ook oog hebben voor de realiteit van gezinnen. Zorg voor kinderen, ouderen en personen met een handicap is maatschappelijk waardevol werk en verdient een volwaardige plaats in het pensioenstelsel.