Wannes Cappelle groeide op zonder auto, met een varken in de tuin en een vader die nooit straf gaf. Vandaag is hij zelf papa van twee tieners, frontman van Het Zesde Metaal en voor het eerst te zien met een eigen solovoorstelling. “Onze jongste kruipt nog tegen mij aan als we samen tv kijken, ik vind dat zo schoon.”
Wannes Cappelle (47)
- Woont in Zwevegem met zijn IJslandse vrouw Alda Berglind Egilsdóttir en hun twee tienerzonen, Krummi (17) en Ulfur (15).
- Het gezin woonde een halfjaar in IJsland.
- Zanger en gitarist van Het Zesde Metaal.
- Nu voor het eerst solo op de planken met ‘Verstaanbaar’, gecoacht door Wouter Deprez.
Hoe was het om op te groeien in Wevelgem?
Wannes Cappelle: “We woonden letterlijk onder de kerktoren. Mijn vader was onderwijzer en een groene jongen met lang haar en dito baard. Een hippie, eigenlijk. Toen ik een jaar of zes was, gaf onze auto de geest, en mijn ouders kozen ervoor om geen nieuwe meer te kopen. We gingen jaren overal met de fiets naartoe. We hadden een grote tuin met schapen en koeien, aten ons eigen vlees en onze eigen groenten. Elk jaar was er een varken dat aan huis geslacht werd. Daar moesten we ook bij helpen. Speciaal, dat wel (lacht).
Centrale verwarming? Hadden we niet. Een grote kachel moest heel het huis verwarmen, ook de badkamer op de eerste verdieping. Wilden we een bad nemen, dan ging het gordijn dat de woonkamer afscheidde van de trap open, en zo kon de warme lucht naar boven. Een kleurentelevisie hadden we pas heel laat in de jaren tachtig en die ging zelden aan, behalve voor de koers en het voetbal (lacht). Mijn vader was echt geen fan van televisie. Absoluut tijdverlies, volgens hem.
Een ietwat aparte opvoeding was het. Zeker als ik het vergelijk met hoe mijn vriendjes opgroeiden. Maar ik heb dat ergens altijd wel leuk gevonden. Ik snapte waarom mijn ouders het zo deden, zag er de waarde van in. Niet altijd, want ’s zomers de hele dag hout sprokkelen om de winter door te komen, daar vloekte ik wel eens op.”
Een ietwat aparte opvoeding was het, maar ik heb dat ergens altijd wel leuk gevonden.
Welke waarden die je meekreeg, herken je nu bij jezelf als vader?
Wannes Cappelle: “Een groot vertrouwen in mensen. Mijn vader was ervan overtuigd dat elke mens het goed voorheeft met de ander, en dat wie fout doet dat niet moedwillig doet. Later heb ik geleerd dat het niet zo zwart-wit is, maar het blijft een goede vertrekbasis. Het zorgt er wel voor dat het soms lang duurt voor ik doorheb dat iemand mijn vertrouwen misbruikt.
Mijn vrouw heeft het tegenovergestelde: ze vertrouwt niet zomaar meteen gelijk wie. Zij is veel nuchterder. Het houdt ons in balans, en geeft onze kinderen een gezonde mix mee. Wantrouwen is nooit de basis, een dosis gezond verstand is dat wel.”
Ben je zelf strenger of losser dan je ouders?
Wannes Cappelle: “Losser, absoluut. Ik heb het nooit erg gevonden wat ik als kind moest doen. Maar onze kinderen moeten veel minder. Ja, de vaatwas vullen en leegmaken is standaard hun taak. En tijdens onze verbouwing moesten ze allebei helpen, zowel met de verbouwing als met het huis poetsen. Onze jongste heeft hier tijdens de vakantie leren voegen. Hij vroeg er niet om, maar was nadien wel trots op zijn werk.
Wat ik wel merk – ook bij vrienden – is dat mijn generatie echt geleerd heeft om tegen de kinderen te zeggen: ik zie je graag. Onze jongste van vijftien kruipt nog tegen mij aan als we samen tv kijken. Ik vind dat zo schoon. Zoiets – en zeker op die leeftijd – was ondenkbaar in mijn eigen jeugd.”
Jullie woonden een halfjaar in IJsland. Wat viel jullie kinderen daar op?
Wannes Cappelle: “De eerste schooldag kwamen ze in shock thuis over hoe onbeleefd de andere kinderen tegen de leerkracht waren (lacht). Ze noemden hen bij de voornaam en gingen gewoon naar het toilet zonder het te vragen. Er was geen enkel gevoel van hiërarchie.
Maar het systeem zelf vond ik geweldig: je gaat er naar de school die het dichtst bij je huis ligt, en de school vormt het hart van de wijk. Om negen uur begint de les, om twee uur ’s middags zit de lesdag er al op en is het tijd voor de hobby’s, op of rond de school zelf. Huiswerk? Is er niet. Als de ouders om vijf uur zelf van het werk thuiskomen, hoeft niemand nog ergens vlug-vlug heen gevoerd. Ik vond dat zelf zeer aangenaam en onze kinderen zijn er echt helemaal opengebloeid.”
De eerste schooldag kwamen ze in shock thuis over hoe onbeleefd de andere kinderen tegen de leerkracht waren.
Hoe kijk je naar de invloed van smartphones, influencers en de zogenaamde manosfeer op je tieners?
Wannes Cappelle: “Ik ben aan de reeks Adolescence begonnen, over precies dat thema, maar de eerste aflevering trok me nog niet genoeg om verder te kijken. Ik hoop dat een kind met een basisvertrouwen en een liefdevolle start minder vatbaar is voor dat soort invloeden. Ik denk dat zo’n complottheorie of extreem gedachtegoed meestal een antwoord is op een gevoel van onveiligheid dat al ergens zit. Het biedt dan een schijnbare houvast. Daarom blijf ik geloven dat liefde en aandacht het fundament zijn waarmee je een kind weerbaarder maakt. Maar ik hou hout vast als ik dat zeg.”
Je staat voor het eerst alleen met een theatervoorstelling op de planken. Komen we in Verstaanbaar ook iets te weten over je jeugd en opvoeding?
Wannes Cappelle: “Jazeker! Mijn kinderen, mijn ouders, mijn echtgenote... Ze passeren allemaal. Daardoor komen er soms dingen naar boven die ik eigenlijk niet van plan was te vertellen, maar goed (lacht). Er zit ook een stukje in over mijn zoon die volgens de orthodontist een beugel nodig heeft, en over hoe we als ouders meegaan in het idee dat iedereen perfecte tanden moet hebben. Alles moet steeds beter, sneller én perfecter. Terwijl ik vaak denk: let’s go with the flow, ook wat opvoeding betreft.”
Hoe mag die flow er dan wel uitzien?
Wannes Cappelle: “Toen mijn vrouw zwanger was van onze eerste zoon, lazen we het boek 'Luie ouders hebben gelijk'. De kern: entertain je kinderen niet, koop niet te veel speelgoed, laat ze doen. Een kind beschikt over voldoende fantasie om iets te maken van gelijk wat. Een kartonnen doos wordt heel snel een vrachtwagen of een burcht. Onze kinderen hebben nooit gezegd: ‘Ik verveel me.’ Ja, mijn oudste één keer, en daar is het bij gebleven. Waar ik zelf helemaal achtersta, is dat je er wél voor honderd procent moet zijn als je je kinderen aandacht geeft. Er echt zijn, dus. Ik merk dat die houding ook voor onze kinderen echt goud waard is.”
Foto's: Joris Casaer