Via het fiscaal co-ouderschap kunnen gescheiden ouders de fiscale voordelen voor kinderen in de personenbelasting gelijk verdelen, als de kinderen afwisselend even lang bij elke ouder verblijven tenminste. Bij die regeling sta je de helft van de belastingvrije sommen voor de kinderen af aan je ex-partner. Dit lijkt een mooi gelijke verdeling van het fiscaal voordeel tussen beide ouders. Maar is het ook financieel het voordeligst?
Niet altijd voordelig
Wij sloegen aan het rekenen, en stelden vast dat het fiscaal co-ouderschap vanaf vijf kinderen hoe dan ook geen voordelige keuze is. Dan is het financieel interessanter dat één ouder de kinderen volledig fiscaal ten laste neemt. De andere ouder kan eventueel zijn of haar financiële bijdrage voor de kinderen fiscaal aftrekken als onderhoudsbijdrage, en krijgt daarop maximum 27 % belastingvoordeel. Duizend euro betalen betekent dus het jaar nadien via de personenbelasting maximum 270 euro terugkrijgen. Hoeveel je effectief kan recupereren, hangt af van hoe hoog je inkomen is, maar het kan dus ook lager zijn dan 27 %. Als het de bedoeling is dat elke ouder een gelijkaardig fiscaal voordeel heeft, moet er ieder jaar een verrekening gebeuren tussen beide ouders.
Dit is geen eenvoudige materie. Als lid van de Gezinsbond kan je met je vragen steeds terecht bij de sociaal-juridische dienst.
Aftrek onderhoudsbijdrage
Met minder dan vijf kinderen is het fiscaal co-ouderschap wel interessant, althans voor fiscaal alleenstaande ouders. (Dit zijn ouders die niet gehuwd of wettelijk samenwonend zijn.) Dit komt omdat beide ouders dan een extra belastingvrije som krijgen. Maar dit is wel zonder de eventuele aftrek van een onderhoudsbijdrage gerekend. Die aftrek kan niet gecombineerd worden met het fiscaal co-ouderschap. Moeten er hoge onderhoudsbijdragen gestort worden omdat er bijvoorbeeld een grote inkomensongelijkheid is, eventueel in combinatie met de kosten van een hogeschoolstudent, dan kan het toch voordeliger zijn om te opteren voor de aftrek van de onderhoudsbijdrage, en dus geen gebruik te maken van het fiscaal co-ouderschap.
Stopzetting fiscaal co-ouderschap
Eigenaardig genoeg kan het fiscaal co-ouderschap ook altijd “doorbroken” worden wanneer de ouder die de kinderen niet ten laste heeft (in de praktijk de ouder bij wie de kinderen niet gedomicilieerd zijn) een onderhoudsbijdrage in mindering brengt. Heb jij de kinderen ten laste, dan kan je het best een bezwaar indienen (binnen het jaar na ontvangst van het aanslagbiljet) om het volledige fiscaal voordeel voor de kinderlast te ontvangen. Je moet dan natuurlijk wel op de hoogte zijn dat je ex-partner die aftrek heeft ingediend.
Groepering bij nieuw samengestelde gezinnen
In de personenbelasting leveren kinderen nog altijd een verschillend belastingvoordeel op. Een tweede kind “levert meer op” dan een eerste, een derde meer dan een tweede, enzovoort. Bij nieuw samengestelde gezinnen die gemeenschappelijk belast worden kan het daarom interessant zijn om van de groepering gebruik te maken. Dit is echter enkel mogelijk wanneer de kinderen fiscaal ten laste zijn van deze ouders, en dus ook weer gedomicilieerd zijn bij hen.
Belastingkrediet
Sinds een paar jaar kan bij het fiscaal co-ouderschap ook aan beide ouders een belastingkrediet toegekend worden. Een belastingkrediet is een belastingteruggave als het inkomen van de ouder te laag is om de belastingvrije sommen voor de kinderen te benutten. Dit was vroeger enkel mogelijk bij de ouder die de kinderen ten laste had. Het belastingkrediet bedraagt maximum 570 euro per kind (inkomsten 2025). Bij fiscaal co-ouderschap moet dit krediet dus gedeeld worden tussen de ouders.
Verplicht fiscaal co-ouderschap
Als een rechter een gelijkmatige verblijfsregeling oplegt — een 50/50-regeling — beseft die vaak niet dat dit ouders verplicht tot fiscaal co-ouderschap. Bij vonnissen die gelijkmatige huisvesting combineren met kinderen die fiscaal ten laste zijn bij één ouder, treedt de fiscus in actie: die eist dan de toepassing van het fiscaal co-ouderschap, wat regelrecht indruist tegen de beslissing van de rechter.
Bij een echtscheiding met onderlinge toestemming (EOT) is het anders. Dan wordt fiscaal co-ouderschap pas toegepast als de gehomologeerde overeenkomst duidelijk vermeldt dat de ouders kiezen voor gelijkmatige huisvesting. Ook moeten ze akkoord gaan om de belastingvrije sommen voor hun kinderen gelijk te verdelen.
Wat nu gekozen?
Het is duidelijk: dit is geen eenvoudige materie. Als lid van de Gezinsbond kan je met je vragen steeds terecht bij onze sociaal-juridische dienst. Desnoods becijfert die de verschillende scenario’s zodat je de juiste keuze kunt maken. Het domicilie-adres speelt trouwens ook een rol voor andere zaken, zoals de schooltoeslag (lager/middelbaar onderwijs) of de studietoelage (hoger onderwijs). Zeker de financiering van hoger onderwijs kan een factor van belang zijn. Naast de studietoelage zelf betaalt een beursstudent immers ook 1020,50 euro minder inschrijvingsgeld.
Wil je graag een beroep doen op het gratis sociaal-juridisch advies van de Gezinsbond? Stuur dan je vraag naar sjd@gezinsbond.be of bel ons op 02-507 88 66.