Niet uitgenodigd op een verjaardagsfeestje. Alleen rondhangen op de speelplaats. En thuiskomen met de woorden: “Niemand wil met mij spelen.” Dat kan behoorlijk binnenkomen bij een ouder. Opvoedingsexpert Steven Gielis laat zien wat je kan doen als je kind moeilijk vrienden maakt, zonder meteen alles over te nemen.
Steven Gielis
- Lector Orthopedagogie aan AP Hogeschool.
- Wil kinderen en ouders helpen om emoties, gevoelens en behoeften beter te begrijpen en bespreekbaar te maken.
- Kun je ook kennen van ‘Het grote boek van alle emoties’ (2024) en ‘De grote emotiebus’ (2025). In het najaar verschijnt het vervolg ‘De grote emotieraket’.
- Net nieuw: zijn eerste boekjes uit de reeks ‘Wat jij ziet, is maar een stukje van …’, over ADHD en autismespectrumstoornis. Allemaal uitgegeven bij Lannoo.
Waarom maakt het ene kind makkelijker vrienden dan het andere?
Steven: “Daar spelen heel wat factoren in mee. Sommige kinderen stappen spontaan op anderen af, anderen kijken liever eerst de kat uit de boom. Dat heeft onder meer met temperament te maken. Maar ook eerdere ervaringen, de omgeving en sociale vaardigheden spelen een rol.
Vrienden maken vraagt best veel: initiatief nemen, omgaan met frustratie, je emoties reguleren, maar ook sociale signalen oppikken. Wanneer maakt iemand een grapje? Wanneer heeft iemand ruimte nodig? Wanneer ben ik zelf te dominant? Niet voor ieder kind gaat dat even gemakkelijk. Gelukkig kan je veel van die vaardigheden oefenen.”
Hoe weet je of je kind daar zelf last van heeft?
Steven: “Niet ieder kind heeft evenveel behoefte aan vrienden. Voor het ene kind is één goede vriend genoeg, terwijl het andere graag deel uitmaakt van een grotere groep. Kijk daarom niet zozeer naar het aantal vrienden, maar naar hoe je kind zich voelt.
Verandert zijn gedrag? Buik- of hoofdpijn rond schoolmomenten, plots niet meer naar een hobby willen, zich terugtrekken of negatief over zichzelf praten kunnen signalen zijn dat het moeilijk gaat. Maar gaat je kind graag naar school, is het vrolijk en voelt het zich goed bij familie of tijdens zijn hobby? Dan hoeft een klein sociaal netwerk helemaal geen probleem te zijn. Onze definitie van ‘sociaal succesvol zijn’ is niet noodzakelijk die van ons kind.”
Wat zeg je als je kind thuiskomt met: “Ik heb geen vrienden”?
Steven: “Begin niet meteen oplossingen te bedenken en probeer ook niet te weerleggen wat je kind zegt, maar erken eerst wat je kind voelt: ‘Dat klinkt alsof je je vandaag heel alleen hebt gevoeld.’ Als de emotie wat gezakt is, kan je vragen wat er precies gebeurd is.
Kijk ook naar de momenten waarop het wél goed gaat. In de oplossingsgerichte therapie noemen we dat de uitzonderingsvraag: Wanneer was het anders? Misschien blijkt dat je kind tijdens een bepaalde activiteit wel makkelijk contact maakt. Wie was er toen bij? Wat hielp? Zo kan je bijvoorbeeld ontdekken dat je kind makkelijker op anderen afstapt wanneer er een vertrouwd vriendje in de buurt is.
Vraag ten slotte wat je kind van jou verwacht: ‘Wil je dat ik luister of zullen we samen nadenken over wat je kan proberen?’ Vanaf een jaar of acht kunnen kinderen dat vaak al goed aangeven.”
Gaat je kind graag naar school, is het vrolijk en voelt het zich goed bij familie of tijdens zijn hobby? Dan hoeft een klein sociaal netwerk helemaal geen probleem te zijn.
~ Steven Gielis
We kijken al snel naar het kind. Maar ligt daar altijd het probleem?
Steven: “Nee. Als een kind op school moeilijk zijn plek vindt, vragen we ons al snel af welke sociale vaardigheden het mist. Wat moet het leren? Maar als een kind er structureel niet bij hoort of niet aanvaard wordt, moet je ook naar de groep kijken. Een leerkracht kan dan samen met de hele klas bekijken wat ze kunnen doen. Kinderen kunnen daar zelf verantwoordelijkheid in opnemen. Als volwassenen willen we vaak oplossingen voor hen bedenken, terwijl kinderen veel meer zelf kunnen dan we soms denken.”
Wanneer moet je wél ingrijpen?
Steven: “Je hoeft niet elk sociaal obstakel uit de weg te ruimen. Als ouder ben je een veilige thuisbasis, maar je moet je kind ook ruimte geven om sociale situaties zelf te ervaren. Merk je dat het probleem echt weegt op het welzijn of functioneren van je kind en raken jullie er samen niet uit? Dan kan je hulp zoeken. Dat hoeft geen grote stap te zijn: praat met de leerkracht, een vertrouwenspersoon op school, het CLB of de huisarts. Vergeet je kind daar overigens niet bij te betrekken.
Regel je dingen achter de rug, dan kan je je kind het gevoel geven dat het zélf het probleem is. Het allerbelangrijkste is: geef je kind ruimte om de eigen weg te zoeken en zorg dat het weet dat jij er bent als dat nodig is.”
6X een duwtje in de rug volgens Steven
1. Tel geen vrienden.
Eén goede vriend kan genoeg zijn. Kijk vooral of je kind zelf tevreden is met de contacten die het heeft.
2. Begin klein.
Eén-op-ééncontact is vaak makkelijker dan je plek vinden in een groep. Vraag met wie je kind graag eens zou spelen.
3. Bouw een bruggetje.
Is een nieuwe hobby of groep spannend? Laat je kind indien mogelijk samen met een vriendje starten. Een vertrouwd gezicht kan helpen om daarna zelf contact te leggen.
4. Creëer kleine oefenkansen.
Laat je kind zelf iets bestellen of iemand aanspreken. Laat het ook eens verliezen bij een spel. Initiatief nemen en omgaan met frustratie zijn vaardigheden die ook bij vriendschap horen.
5. Geef vriendschap tijd.
Was een speelafspraak fijn? Spreek nog eens af. Een band ontstaat vaak door elkaar vaker te zien en samen fijne dingen te beleven.
6. Neem niet te snel over.
Geef je kind de kans om zelf te proberen, fouten te maken en bij te leren. Spring bij als het nodig is.