Tine (44) omschrijft zichzelf als een vrolijke chaoot. Samen met Jeroen heeft ze twee kinderen: een zoon van zes en een dochter van twee. Haar moeder zag die kinderen nog nooit, haar vader zag de oudste één keer.
"Ik vind het jammer dat mijn kinderen geen grootouders hebben", vertelt ze, "het zijn eigenlijk toffe mensen." Jaren geleden ontstond er een breuk. Tine wil haar ouders graag terug in haar leven. Alleen houden zij de deur voorlopig dicht.
Een breuk in het gezin
Op haar 39 werd Tine voor het eerst moeder. Toen had ze al tien jaar geen contact met haar eigen moeder en broer. Ook haar vader hoorde of zag ze amper. “De breuk in ons gezin kwam er in 2010, rond mijn 28. De jaren ervoor maakten mijn moeder, vader, broer en ik deel uit van een spirituele community. Ik besloot eruit te stappen.”
In 2008 belandde de leider van die community in de gevangenis, na klachten over financieel en seksueel misbruik. Toen hij vrijkwam in 2009, volgde het gezin opnieuw zijn gedachtegoed. Tine niet. “Ik wilde dat die man opnieuw werd opgepakt en diende zelf een klacht in, zonder dat thuis te zeggen. Toen mijn moeder dat ontdekte, wilde ze mij niet meer zien. Zij ziet de community als haar pad naar geluk.”
Vaarwel ouderlijk huis
Eind 2010 stapte ze toch nog eens haar ouderlijk huis binnen. Voor de laatste keer, zo bleek. “Ik kwam die dag verhuizen, dus ging ik met mijn moeder door het hele huis. We verdeelden al mijn spullen, van fotoboeken tot dingen uit mijn kamer en donsovertrekken. We stopten alles in de auto. En mijn vader reed mij naar Gent, waar ik toen woonde. ‘Dit kan wel de eens laatste keer zijn dat ik hen zie’, besefte ik toen.”
Geen geboortebezoek
In 2020 was Tine zwanger van haar zoon. “Ik had toen nog af en toe sms-contact met mijn vader, dus mijn moeder en broer wisten het via hem. Toen ik een tweede keer zwanger was, liet ik ook mijn vader niets weten. Ik stuurde wel iedereen een geboortekaartje. Dat voelde dubbel. Ik deed het uit liefde om hen te informeren, maar ook om hen te laten schrikken denk ik.”
Toen Tine haar zoon anderhalf was, zag hij zijn opa voor het eerst. “Dat ging goed. Al bleef het bij die ene keer. Ik probeerde nog af te spreken met mijn vader maar hij annuleerde altijd. Tot hij toegaf dat ook hij mij niet meer wilde zien. Ik gooide al mijn kaarten eerlijk op tafel in een mail, maar kreeg geen antwoord. Dat is heftig.”
‘Ik mis hen’
“Ik vind het lastig dat mijn kinderen hun grootouders niet kennen”, vertelt Tine. “Ik ben zelf vragende partij om hen nog te zien, dat weten ze. Eigenlijk zijn het leuke mensen. Ze zijn grappig, gezellig, creatief, belezen. Het voelt soms absurd dat we elkaar niet meer zien.
Ik mis ook de gezinshumor. Soms denk ik: ‘daar zou mijn broer zeker ook mee gelachen hebben.’ Ik mis samen zijn op zondagen en familiefeesten. Samen herinneringen ophalen. Ik mis het onvoorwaardelijke van grootouders. De hulp ook: eens de kindjes afhalen op woensdag of samen iets leuks doen. Gelukkig heb ik prachtige tantes, de zussen van mijn moeder. Zij nemen de grootouderrol met glans op zich en komen zelfs naar het grootouderfeest op school. Daarvoor ben ik hen elke dag heel dankbaar. En toch is het niet helemaal hetzelfde.”
Onaangekondigd aan de deur
Sinds de dag dat ze het huis uitging, zag Tine haar moeder nog twee keer. “Vijf jaar geleden belde ik onaangekondigd aan haar deur, samen met een vrouw die ook ooit in die community zat. Omdat ik mijn moeder overviel, kreeg ik haar in een kwetsbaar en dus echt moment. ‘Alé’, zei ze, ‘hier sta ik nu in mijn slechte kleren.’”
Tine en haar moeder babbelden toen een paar minuten aan de deur. “Ik zei dat ik haar wilde zien, maar niet alleen durfde te komen. Ze reageerde niet koud. En vertelde dat haar gsm-achtergrond een foto van mijn zoon was. Dat raakte mij diep. Ik voelde een mini-verbinding, die mij blij en kwetsbaar maakte. En tegelijk vond ik het hypocriet en een inbreuk op mijn privacy, dus ik was ook kwaad.”
‘Ik kon niet tot haar doordringen’
De laatste keer zagen ze elkaar zo’n drie jaar geleden, op een begrafenis van een familielid. “We praatten toen één minuut. Ik stelde voor om af te spreken. ‘Nee’, antwoordde ze, ‘want jij wil het belangrijkste in mijn leven teniet doen.’”
“Toen ik zei dat we elkaar konden zien zonder het te hebben over de community, gewoon small talk bij een koffie, sprak ze met een ijskoude blik ‘je weet wat je moet doen om opnieuw contact te hebben.’ Daarmee bedoelt ze de klacht intrekken tegen de leider van die community."
Later op de dag van die begrafenis kreeg Tine paniekaanvallen. “Ik zag steeds weer die ijskoude blik voor me. Een gezicht zonder toegang. Resoluut weigeren om iemand te zien is pijnlijk. Ik beloofde mijn kinderen luidop dat ik hen nooit in de steek zou laten. Dat was een emotioneel moment voor mij.
Het is niet zo dat ik met het gemis van mijn ouders opsta en ga slapen, maar het kan me wel overvallen. Als ik een film zie over ouders en kinderen bijvoorbeeld, dan ween ik een oog uit.”
Voor ze er niet meer is …
Tine weet niet goed wat ze nog kan doen om haar ouders en broer terug in haar leven te hebben. “Ik verwijt mezelf soms dat ik te weinig doe. De dagen vliegen. En ik ben getraind in emoties en verwachtingen afblokken. Het doet mij minder en minder, spijtig genoeg. Dus ga ik af en toe de confrontatie aan om nog eens iets te voelen.
Zo deed ik onlangs een handgeschreven brief naar mijn moeder op de bus. Dat voelde kwetsbaar. Ik deelde over herinneringen, mijn leven en de kinderen. Ik zei opnieuw dat ik haar graag wil terugzien. Sinds kort denk ik erbij ‘dan heb ik dat toch laten weten voor ze er niet meer is’. Want ze wordt ouder, al ziet ze er in mijn hoofd nog steeds uit zoals 15 jaar geleden. Jammer genoeg, kwam er geen antwoord.”
De deur is nooit toe
Mocht haar mama plots voor de deur staan, laat Tine haar zonder twijfel binnen. “Het klinkt misschien raar, maar ik voel niet zoveel kwaadheid. Ik zie mijn moeder ook als een slachtoffer van misbruik.
Als ze bij wijze van spreken onderdak nodig heeft, zou ik haar direct in huis nemen. Niets is voor altijd en herstel heeft tijd nodig. Maar de deur is, voor mij, nooit definitief toe.”