Je baby die begint te huilen zodra je de kamer verlaat, je peuter die zich aan jou vastklampt in de crèche. Of je kleuter die plots niet meer naar school wil. Veel ouders krijgen er vroeg of laat mee te maken. Ook lagereschoolkinderen kunnen er nog last van hebben. Maar hoe ga je om met die verlatingsangst? Psychologe Maité Pauwels legt uit wat er speelt en geeft tips.
Verlatingsangst, wat is dat eigenlijk?
Maité: “Verlatingsangst bij kinderen is de angst om niet bij de vaste zorgfiguur te zijn. Alle kinderen hebben er wel eens mee te maken en het begint meestal bij baby’s rond de acht maanden. Op die leeftijd herkennen ze jou als verzorger. De angst op die leeftijd wordt 'vreemdenangst' genoemd.
Daardoor kan die lieve tante of nonkel (waar de baby vroeger heel erg fan van was) plots eng lijken, en kan naar de crèche gaan – wat voorheen vlot verliep – ineens gepaard gaan met een heleboel traantjes. Dat kan verwarrend zijn voor ouders, want ja, ‘het ging toch net zo goed!?’. Maar weet dat het een normaal onderdeel is van de ontwikkeling. Kinderen zijn van nature gericht op veiligheid en stabiliteit en willen dus liefst het klokje rond bij hun veilige ouder(s) zijn.”
Hoe komt het dat peuters en kleuters er ook nog last van hebben?
“Op peuterleeftijd is het tijdsbesef nog niet volledig ontwikkeld”, vertelt Maité. “Een dag opvang van acht tot vier uur kan voor hen eindeloos lijken. Ze begrijpen niet dat jij hen terug komt ophalen.
Rond zes à zeven jaar begrijpen kinderen steeds beter dat je terugkomt, maar tegelijk worden ze zich bewust van de wereld rondom zich. Hun fantasiewereld vol spoken en monsters onder bed laten ze achterwege, maar ze pikken nieuwe angsten op. Ze horen bijvoorbeeld op de radio over oorlog of zien op televisie iemand die overleden is. Ze kunnen zich dan plots afvragen: ‘Wat als mama of papa doodgaat terwijl ik weg ben?’ Daardoor blijven ze vaak nog aanhankelijk aan de ouders of kunnen die angsten heropflakkeren.”
Hoe ga je dan als ouder om met die angsten?
Maité: “Een goed afscheid nemen kan al een groot verschil maken. Kinderen hebben nood aan voorspelbaarheid. Leg bijvoorbeeld duidelijk uit hoe de schooldag eruitziet: ‘Eerst ga je knutselen, dan boterhammen eten, en na het koekje om vier uur kom ik je halen.’ Dat overlopen hoeft niet lang te duren, maar geeft houvast en stelt gerust. Geef je kind ook bewust over aan een begeleider, het handje van de één naar de ander: ‘Nu gaat de juf voor jou zorgen.’ Zo wordt het duidelijk dat iemand anders even de zorg overneemt.
Vraag aan je kind wat het afscheid voor hen gemakkelijker kan maken. Misschien willen ze graag al knuffels krijgen vóór de schoolpoort of willen ze hun knuffel mee. Een leuk idee: teken op elkaars hand een verbindingssymbooltje, zoals een hartje of sterretje. Iets tastbaars om zich verbonden te voelen met mama of papa helpt vaak.
Het is een misvatting dat snel en ongemerkt vertrekken helpt. In dat geval leert je kind dat afscheid onvoorspelbaar is. Neem dus even de tijd en toon dat verdriet er mag zijn. Traantjes horen erbij en tonen net hoeveel jullie van elkaar houden.”
Op tijd ingrijpen
In de meeste gevallen is verlatingsangst normaal en tijdelijk. Dat het op basisschoolleeftijd nog eens voorkomt, kan weleens gebeuren. Maar volgens Pauwels kan je best alert zijn als een kind niet meer naar school, de opvang of activiteiten wil, héél heftig reageert bij afscheid en dagelijkse activiteiten eronder lijden.
Hoe is dat te merken aan een kind?
Maité: “Mogelijke signalen zijn lichamelijke klachten zoals buikpijn, extreem vastklampen of bij sommigen net abnormaal stil gedrag. Bij oudere kinderen kan de angst zich ook uiten in controlerend gedrag bij ouders en vriendjes: ze willen voortdurend weten waar je bent en wanneer je terugkomt, of ze zijn heel bazig in hun vriendengroepje.”
Wat doe je dan best?
Maité: “Op zo’n moment is het belangrijk om te kijken wat er achter die angst zit. Waar komt die onzekerheid vandaan? Vaak is er een duidelijke aanleiding, zoals een ingrijpende verandering of verlieservaring. Misschien is een familielid overleden en is het verlies niet goed verwerkt. Dan kan het helpend zijn om dat samen te bekijken en professionele ondersteuning te zoeken als dat nodig is. Het is belangrijk om het niet te negeren, zodat het kind er niet alleen mee blijft zitten.”
Extra moeilijke momenten
Sommige situaties, vooral wanneer routine verandert, maken verlatingsangst bij kinderen sterker. Denk bijvoorbeeld aan op kamp gaan, een verhuis, de eerste schooldag of een nieuwe broer of zus.
Wanneer is een kind klaar om op kamp te vertrekken?
Maité: “Elk kind is anders, dus het is belangrijk om af te wegen wat jouw kind ziet zitten. Kijkt je kind al lang uit naar het kamp, maar is het afscheid moeilijk? Dat is normaal. Het verdriet verdwijnt vaak snel eens het kind is afgeleid en zich goed voelt bij de begeleiders. Ziet je kind er daarentegen al langere tijd tegenop, dan is het geen goed idee en wacht je best nog even. Een kind dwingen om te vertrekken zal de angst net versterken.
Bereid het kamp samen voor. Welke activiteiten gaan ze doen, hoeveel nachtjes is het slapen, wat gaan ze eten? Maak het concreet (opnieuw, voorspelbaarheid!). Je kan ook vooraf kennismaken met de begeleiders – zo weten ze bij wie ze terecht kunnen. Sommige kinderen hebben baat bij iets tastbaars, zoals een ketting, een T- shirt of een beetje parfum van thuis. Dat kan helpen om zich verbonden te blijven voelen. Een foto kan ook helpen, maar als je weet dat het veel emoties zal opwekken – ook al mag het gemis er zeker zijn – kies je misschien best voor iets anders.
Het kan ook helpen om op voorhand een gesprekje te hebben over groot verdriet. Zoek samen wat kan helpen. Dat kan bijvoorbeeld zijn: even met een vriendje iets apart doen, een vertrouwde begeleider opzoeken of even naar een foto gaan kijken. Verwittig begeleiders tijdig dat verdriet er zal zijn, zodat ze het (misschien wel grote) verdriet, kunnen helpen opvangen.”
Een nieuw kindje op komst!
“Ook veranderingen thuis kunnen moeilijk zijn. Denk aan de komst van een broer of zus. Kinderen kunnen zich dan onzeker voelen en bang zijn dat ze minder belangrijk worden. Blijf daarom benoemen dat je kind even belangrijk blijft en maak bewust tijd voor momenten samen. Probeer je kind(eren) ook te betrekken bij de babyroutine. Maak samen de babyvoeding of laat hen mee broertje of zusje wassen. Ook vertrouwde routines geven een veilig gevoel. Als papa voorheen telkens meeging naar de voetbaltraining, is het vooral belangrijk om dat te blijven doen!”
Met dank aan gastredacteur Fran Vander Bruggen.