De klassieke gas- en mazoutketels zijn verouderd. Je kan ze nog plaatsen, maar weet dat Europa heeft beslist dat verwarmingsketels tegen 2040 geen broeikasgassen meer mogen uitstoten. De kans is dus groot dat je die nieuwe condensatieketel vervroegd zal moeten vervangen. En dan is een warmtepomp een goede keuze. Maar hoe kies je een warmtepomp? Wij helpen je op weg.
Controleer eerst met onze checklist of je woning geschikt is voor een warmtepomp. Een warmtepomp wekt zelf geen warmte op. Ze verplaatst warmte van de ene plaats naar de andere, en gebruikt daarvoor elektriciteit. Een goede warmtepomp gebruikt één kilowattuur elektriciteit om drie tot zes kilowattuur warmte te verplaatsen. Heel zuinig dus.
Keuze: hybride of all-electric?
Naast verwarming heb je ook warm tapwater nodig, bijvoorbeeld voor de douche. Warmtepompen werken efficiënt op lage temperatuur. Om heet water aan te maken hebben ze veel meer energie nodig. Niet elke warmtepomp is daarvoor geschikt.
Hybride warmtepompen leveren enkel lage temperatuur. Voor de hogere temperaturen werken ze samen met een klassieke verwarmingsketel. Is je huis minder goed geïsoleerd en is de winter extra koud, dan springt die klassieke ketel ook even bij. Het geeft meer zekerheid dat je huis altijd snel op temperatuur is, maar eigenlijk heb je twee systemen in huis. Dat maakt het duur en onderhoudsgevoelig.
All-electric warmtepompen kunnen het allemaal: ze verwarmen zowel je huis als je warm tapwater. Dat lukt enkel als je huis voldoende geïsoleerd is. Je moet ook plaats hebben om een voldoende groot boilervat te plaatsen. De warmtepomp zal het tapwater geleidelijk verwarmen en bewaren tot je het nodig hebt. Snel bijverwarmen op het moment zelf kan ze niet. Het grote voordeel van all-electric: je hebt geen gasaansluiting of mazouttank meer nodig, en je bent klaar voor de toekomst.
Is je huis nog niet voldoende geïsoleerd, maar ben je wel van plan dat aan te pakken? Dan kan je kiezen voor een all-electric-ready systeem. Een iets zwaardere warmtepomp die wel tapwater kan verwarmen, maar bij vriesweer hulp krijgt van een klassieke ketel. Die klassieke ketel kan weg zodra je woning beter geïsoleerd is. Dit vraagt wel een goede opvolging door je installateur. Die moet een systeem berekenen dat voldoet aan de toekomstige isolatiegraad van je woning. Kies dus een installateur met de nodige technische kennis.
Keuze: bodem of lucht als bron?
Warmtepompen verplaatsen warmte. Je hebt al een warmtepomp in huis: in je koelkast. Die haalt warmte uit de lucht van de koelkast en geeft ze weer af aan de condensor-grill achteraan de koelkast.
Bodemwarmtepompen halen warmte uit de bodem. Daarvoor is een diepe en dure boring nodig. Dat kan enkel als je tuin vlot bereikbaar is voor zware machines. In een grote tuin kan je ook horizontale buizen ingraven. Diep onder de grond heeft de bodem het hele jaar dezelfde temperatuur. De warmtepomp haalt daardoor altijd een goed rendement.
Een installatie met buitenlucht als bron is goedkoper. Vroeger haalden deze systemen een lager rendement, zeker als het buiten vriest. Maar de laatste jaren is het systeem sterk verbeterd. In een goed geïsoleerd huis is het waarschijnlijk de meest interessante keuze. Heb je geen grote of goed bereikbare tuin, dan kies je dit systeem. Ook bij renovatie zal je waarschijnlijk eerder voor een systeem kiezen dat buitenlucht als bron gebruikt. Heb je een minder goed geïsoleerd huis, dan kan je ze in de tussenseizoenen perfect als efficiënte bijverwarming gebruiken.
Keuze: split-unit of monoblock?
Elk systeem heeft voor- en nadelen. Je kiest het systeem dat het best past bij jouw woning en de plaats van je buitenunit.
Split-units zijn het best gekend. Buiten staat een grote bak met ventilator die de warmte uit de buitenlucht haalt en afgeeft aan de koelvloeistof. Binnen staat de compressor die de koelvloeistof samenperst tot een hogere temperatuur en de warmte afgeeft aan de binneninstallatie. De binnenunit is daardoor groter. Samen met de boiler voor het warm water heb je dus meer plaats nodig in de stookruimte.
Je kiest een split-unit als het buitengedeelte van de warmtepomp ver van de woning moet staan. Afstanden tot 30 meter zijn haalbaar. De koelvloeistof kan immers niet bevriezen, en is niet veel warmer dan de buitenlucht. Er is amper warmteverlies onderweg en het rendement is daarom hoger.
Bij een monoblock zit bijna de hele installatie in het buitendeel. Er loopt dus warm water van het buitendeel naar je woning. Dat water mag niet bevriezen. De leidingen zijn daarom dikker: 10 centimeter, inclusief isolatie. De leidingslengte buiten is ook beperkt. Tot 5 meter is haalbaar. Het buitengedeelte van een monoblock staat daarom best vlak tegen een gevel.
Omdat een monoblock maar een heel kleine binnenunit nodig heeft, is het vaak een goede oplossing bij renovatie. Bij vorst moet de installatie altijd draaien. Bij stroomuitval of panne zal het water via een vorstbeveiligingsklep wegstromen. Enkel een installateur kan de installatie dan weer opstarten.
Keuze: koudemiddel
Op termijn zal dit geen keuze meer zijn. Europa heeft beslist dat vanaf 2027 alle koudemiddelen een lage broeikasgaswaarde moeten hebben. Vanaf 2032 zijn enkel natuurlijke koudemiddelen toegestaan in monoblocks, in 2035 geldt dat voor alle types warmtepompen.
Je kan nu al voor een monoblock-warmtepomp kiezen met natuurlijke koudemiddelen, zoals R290 (propaan). Voor split-warmtepompen is het nog even wachten op de alternatieven. In tegenstelling tot monoblocks komt het koelmiddel bij split-systemen ook in de binnenunit. De huidige wetgeving laat niet toe dat een brandbaar koelmiddel als propaan dan gebruikt wordt.
Propaan als koelmiddel is efficiënter dan de klassieke synthetische koelmiddelen. Het werkt op een lager druk, waardoor de warmtepomp langer meegaat. Voor renovaties heeft het ook voordelen: R290 laat hogere afgiftetemperaturen toe. Het rendement is dan tijdelijk wat lager, maar je krijgt een minder goed geïsoleerde woning ook bij vrieskou vlot warm.
Keuze: groot of compact
Een kleine, compacte buitenunit is makkelijk uit het zicht weg te werken. Toch is dat niet altijd een goede keuze. De ventilator in een compacte unit moet sneller draaien om voldoende lucht over de warmtewisselaar te jagen. Dat kan geluidsoverlast opleveren.
Een grote buitenunit heeft een grote, rustig draaiende ventilator en voldoende ruimte voor akoestische isolatie. Een grote unit is dus stiller. Handig als je die dicht bij de perceelsgrens moet plaatsen. Hou ook rekening met ramen en deuren in de buurt van je unit. Zeker als je die ook in de zomer voor koeling wil gebruiken. Misschien slapen de buren dan met het raam open.
Keuze: plaatsing
Voor de buitenunit moet je met een aantal zaken rekening houden:
- Afstand tot de woning. Een monoblock moet dichterbij staan dan een split-unit.
- Leidingtraject: Bij een monoblock kort en dik, bij een split-unit smaller. Je kan leidingen op de gevel verstoppen in een nep-regenpijp.
- Trillingen. Op de grond staat een buitenunit op rubbervoeten. Zet je de buitenunit op een (plat) dak dan is een goede onderstructuur nodig. Met trillingsdempers en voldoende massa kan een geluidsdeskundige de resonantie in je woning vermijden.
- Geluidsdemping. Staat de buitenunit dicht bij de perceelsgrens of ramen, kies dan een stil toestel of plaats een geluidswerende schutting.
- Luchtstroming. De buitenunit blaast lucht uit die 10 graden kouder is dan de buitenlucht. Die koude lucht mag niet terugstromen naar de aanzuigzijde, anders keldert het rendement van je warmtepomp. De uitblaaszijde moet dus helemaal vrij zijn van obstakels. Een haagje is mooi om de warmtepomp te verstoppen, maar zorg dat het aan de aanzuigkant staat, nooit aan de uitblaaskant.
- Condenswater. De afgekoelde buitenlucht zal condenseren in de buitenunit. Dat condenswater moet vlot kunnen weglopen. Ook in de winter als het buiten vriest. Laat je het gewoon op de grond druppelen, dan krijg je een gevaarlijke ijsplaat. Een ontdooicyclus levert al gauw 5 liter water op.
- Sneeuw. Zet de warmtepomp hoog genoeg, zodat ze ook bij sneeuwval vlot lucht kan aanzuigen. Voorzie een sokkel van minstens 25 centimeter.
Ook de binnenunit moet een plaats krijgen
- Kijk verder dan de plaats waar nu de ketel staat. Een binnenunit heeft geen schouw nodig zoals een klassieke condensatieketel.
- Heb je geen vloerverwarming, dan is mogelijk een buffervat nodig. Een vuistregel is 10 liter per kilowatt verwarmingsvermogen. Voor een warmtepomp van 8 kilowatt heb je dus ongeveer 80 liter buffer nodig. Laat de installateur de correcte berekening maken!
- Voor het warme water plaats je een boilervat. Hoewel, boiler? Een warmtepomp werkt liefst op lage temperatuur dus koken zal het water nooit doen. Wil je het hoogste rendement, dan kies je een groot vat. Voor vier personen eerder 300 liter dan 200 liter. Ook hier kan je installateur helpen bij de keuze.