Ken jij je planning voor het nieuwe schooljaar al? Wie haal je op aan welke schoolpoort, hoe vroeg moet je op zaterdag uit de veren en hoeveel kleinkinderen komen elke woensdagmiddag eten? In haar boek ‘Hotel oma en opa’ onderzoekt pedagoog Lynn Geerinck hoe grootouders vandaag hun plek zoeken in het leven van gezinnen.
Over de expert
Lynn Geerinck is pedagoog, gezinscoach en spreker. Ze is mama van Tos, Rie en Nim. Ze ziet het als haar missie om geïsoleerd ouderschap de wereld uit te helpen. In haar boek 'Hotel oma en opa' zoomt ze in op wat het nu, op dit moment, betekent om grootouder te zijn.
“Als je terugdenkt aan de rol die grootouders speelden in het leven van de ouders van vandaag, of van de grootouders van vandaag, dan krijg je telkens heel andere verhalen.”
De grootouders van dit moment, dat zijn de babyboomers. En hoewel iedereen anders is, zie jij toch opvallende kenmerken.
Lynn: “Ze zijn geboren in de glorieuze tijd na de Tweede Wereldoorlog. Een periode van herstel, euforie en mogelijkheden, maar met een diep besef van hoe zwaar het was geweest. Ze gaven aan hun kinderen mee dat discipline belangrijk was, en dat ze hard moesten werken. Zelf konden ze relatief snel hun huis afbetalen en genieten van het leven. Dat typeerde hen als ouders, en nu nog steeds als grootouders.”
En dat is niet per se de manier waarop ouders vandaag naar hun gezin kijken?
Lynn: “De generatie van de millennials, waar ik zelf ook bij hoor, heeft het voelen opnieuw omarmd. Wij zijn volop bezig met persoonlijke ontwikkeling, met afgestemd opvoeden … Met therapeuteren, als je wil: we graven in de familiegeschiedenis en stellen patronen in vraag.”
"Een tip voor alle betrokkenen: blijf wel voortdurend afstemmen of het nog goed voelt voor iedereen."
~ Lynn Geerinck
Tot grootouders zeggen: “Ach, het is met jullie toch ook goedgekomen!”
Lynn: “En dan krijg je vuurwerk! Pas op, de meeste mensen zijn heel positief over de relatie met hun ouders, en ook grootouders zijn best gelukkig. Dat weten we uit studies. Maar hier en daar botst het, want iedereen vindt zijn eigen manier van opvoeden eigenlijk wel een goede manier. Mijn boek mag een pleidooi zijn om op zulke momenten de brug te maken en met elkaar te praten. Niet gemakkelijk!”
Wrijving geeft glans, schrijf je in je boek. Mooi!
Lynn: “Tijdens de interviews hoorde ik vaak: ‘Zwijgen is iets dat deze familie goed kan.’ Maar in de communicatie mag het af en toe schuren. Veel hangt natuurlijk af van de manier waarop. Soms is het prima om iets even bij je te houden en pas te bespreken op een rustig moment, zonder de kinderen in de buurt. Slaap er een nachtje over, laat de eerste emotie wegzakken en verbreed de context: ‘Het is een algemeen patroon dat ik opmerk tussen ons.’ Praat ook altijd vanuit een ik-boodschap: ‘Ik heb deze dynamiek opgemerkt en die is soms vervelend.’ Dan komt het niet te hard binnen.”
Wat doe je als je als grootouder ernstige bedenkingen hebt bij de opvoeding?
Lynn: “In het algemeen is mijn visie: als grootouder zit je ouderschapstijd erop. Je kunt er staan met raad en ondersteuning terwijl je toekijkt hoe je kinderen hun eigen parcours afleggen en ook hun eigen fouten maken. Want geef toe, heb je die vroeger zelf niet gemaakt?”
Er wordt vandaag wel wat verwacht van grootouders. Hoe kunnen zij bepalen welke rol ze gaan spelen in het leven van hun kleinkind?
Lynn: “Het is niet vanzelfsprekend om dat op voorhand duidelijk te beslissen. Je kunt wel intenties hebben, maar er is ook altijd het leven. Ben je nog aan het werk? Woon je dichtbij? Is er ook nog de zorg voor je eigen ouders? Hoe groot is jouw draagkracht? Want er komt inderdaad wel iets op je af. Grootouders leveren ontzettend veel hand-en-spandiensten aan de gezinnen van hun kinderen, die vandaag vaak geïsoleerd op hun eiland zitten. Ze hebben geen dorp meer rond zich om alle nodige zorg op te vangen.”
En als er geen grootouders in de buurt zijn?
Lynn: “Dat veroorzaakt een vorm van lijden, zowel bij grootouders als bij het gezin. Een gezin dat niet kan rekenen op grootouders, voelt dat er niemand op de reservebank zit. En voor grootouders is mee zorgen voor je kleinkinderen in feite een natuurlijke reflex. Het doet pijn als dat om gelijk welke reden niet kan.”
Klopt dat? Zit het in de natuur van grootouders om mee te zorgen voor de kleinkinderen?
Lynn: “Ja. De grandmother theory, later uitgebreid naar de grootoudertheorie die ook grootvaders meeneemt in het verhaal, stelt dat grootouders al sinds het tijdperk van de neanderthalers mee zorgen voor hun nakomelingen. Dat werd hun functie, na hun vruchtbare of fysiek sterkste periode. De theorie stelt zelfs dat het de grootouders waren die op die manier het voortbestaan van de mensheid garandeerden. Dat vind ik een mooie gedachte.”
Kan het een valkuil zijn dat prille grootouders te enthousiast beginnen en hun leven inrichten rond hun wonderlijke kleinkind om na een tijdje te voelen dat dit toch niet ideaal is?
Lynn: “Dat zou ik geen valkuil noemen. Eerder integendeel. Vergelijk het met de roze wolk van het ouderschap. Het begint met veel vreugde, tot de pragmatiek binnendringt en je al eens van die wolk af dondert. Maar ik gun het de grootouders. Laat ze blij zijn! Met de tijd kunnen ze landen en op zoek gaan naar hun plekje. In mijn boek noem ik dat familiale herstructurering. Op het moment waarop je grootouder wordt, stap je in een andere rol tegenover je kinderen. Plots word je oma of opa genoemd, ook door hen.”
Als jij de haven bent waar kinderen en kleinkinderen naartoe komen, wat doe je dan als het even te zwaar wordt? En komt dat vaak voor?
Lynn: “In de literatuur wordt er nu inderdaad stilaan ook gepraat over uitputting of burn-out bij grootouders. Je ziet het bij grootouders die instrumenteel meegezogen worden op dat kerngezineiland en onmisbaar zijn om de gaten te dichten. In de naam van de liefde kunnen ze best veel dragen, maar het kan ook te zwaar worden. En dan wordt het ingewikkeld. Dan moeten ze grenzen stellen die ze misschien hun hele leven niet moesten stellen.”
Kunnen de kinderen daarbij helpen?
Lynn: “Ik ben de grootste pleitbezorger van investeren in een uitgebreide village, in een bont gezelschap rond elk gezin. Jonge gezinnen die van bij het begin minder kunnen rekenen op grootouders, zijn vanzelf creatiever, merk ik. Ze hebben een grotere openheid tegenover buitenschoolse opvang of betaalde oppasdiensten, maar ook tegenover: ‘Kom, we gaan het eens aan de buren vragen.’”
Is het eigenlijk wel een goed idee om grootouders in te schakelen als structurele partner voor het gezin?
Lynn: “Als grootouders nog jong en vitaal zijn en ze willen graag structureel iets voor een gezin betekenen, waarom dan niet? Een tip voor alle betrokkenen: blijf wel voortdurend afstemmen of het nog goed voelt voor iedereen. Ik probeer dat te doen met mijn ouders. Zij gaan elke week op donderdag onze kinderen afhalen van school. Elk schooljaar opnieuw vragen we of we hier nog mee doorgaan. Is het nog fijn? Is het nog nodig? Lukt het nog voor hen? Als zij het op een dag niet meer doen, dan passen wij ons aan.”
Dan gaan jullie het eens aan de buren vragen?
Lynn: “Graag! Volgens mij zijn er trouwens ook andere vormen van grootouderschap mogelijk, ook voor niet-biologische kleinkinderen. Er zijn ontzettend veel gezinnen die om de een of andere reden niet op grootouders kunnen rekenen, of die er nog een extra paar bij kunnen gebruiken. Het hoeft niet raar te zijn om buiten je familiestructuur te denken. Mijn eigen ouders zijn fantastisch, maar ze wonen op veertig minuten rijden en mijn schoonouders op een uur. Ik zou het geweldig vinden als hier in de buurt een koppel dat zelf geen kleinkinderen heeft, zou vragen of ze misschien iets voor ons kunnen betekenen. Als ik de kinderen naar hen kan sturen om te spelen of om een vuilzak te vragen wanneer de onze op zijn. Dat kleine, dagelijkse, daar geloof ik echt in.”
Het boek 'Hotel oma en opa' van Lynn Geerinck verscheen in 2026 bij uitgeverij Borgerhoff & Lamberigts. Leden van de Gezinsbond krijgen 5% spaarkorting bij Standaard Boekhandel.