Een huishouden runnen, kinderen opvoeden en blijven presteren op het werk? Voor veel gezinnen voelt het als jongleren zonder vangnet. Onze nieuwste Gezinsbarometer toont hoe ouders vandaag overeind blijven: met hulp van familie en vrienden, en steeds vaker ook met betaalde ondersteuning. Maar vlot is dat allerminst.
Wie ooit geprobeerd heeft om tegelijk een boterham te smeren, een peuter te overtuigen dat een broek géén optioneel accessoire is én een baby te verversen, weet het al lang: een gezin draaiende houden is topsport. Eenmaal toegekomen op het werk, heb je er precies al een volledige shift op zitten. En toch doen we vaak alsof het er gewoon bij hoort. Onze Gezinsbarometer toont dat gezinnen in Vlaanderen steeds vaker hulp inschakelen om alles gebolwerkt te krijgen: zowel betaald als onbetaald. Maar vanzelfsprekend is dat allerminst.
Hulp vragen is moeilijk
Onbetaalde hulp blijft voor veel gezinnen de eerste reddingsboei. Twee op de drie ouders in Vlaanderen krijgen wel eens hulp van familie of vrienden. Vooral grootouders springen in, met name voor opvang (52%), vervoer van de kinderen (28%) of een klusje in huis (22%). Maar tegelijk doet 34% van de gezinnen het volledig zonder die onbetaalde hulp. Iets meer dan de helft van hen zegt geen hulp nodig te hebben, maar 38% wil vooral niemand tot last zijn, en 20% geeft aan dat het netwerk simpelweg te ver woont.
Niemand tot last willen zijn: vooral eenoudergezinnen worstelen daarmee. Jill (38) werd bewust alleenstaande mama en houdt intussen al vier jaar alle ballen in haar eentje in de lucht. “Mijn zus woont vlakbij en gaat soms in mijn plaats aan de schoolpoort staan, maar verder doe ik alles alleen. Dat hoort ook zo, vind ik, want ik heb zelf de keuze gemaakt om een eenoudergezin te zijn. Ik loop mezelf vaak voorbij om alles geregeld te krijgen en plof ‘s avonds doodmoe in bed, maar ja… Ik voel toch een pak schroom om hulp te vragen.”
Dan maar betaalde hulp
Zeven op de tien ouders in Vlaanderen doen een beroep op een of andere vorm van betaalde hulp. Met stip bovenaan staan kinderopvang op locatie (48%) en poetshulp (41%), maar er wordt ook regelmatig beroep gedaan op babysits, strijkdiensten of tuinonderhoud.
Voor Lien (32), mama van twee en voltijds aan het werk, was poetshulp geen luxe maar een overlevingsstrategie. “We bleven maar achter de feiten aanlopen. Een modern huishouden is bijna een tweede fulltime job. Elke zondag eindigde bij ons met ruzie over wie wat moest doen. Sinds we poetshulp hebben, winnen we vooral tijd. En rust. Dat is onbetaalbaar, ook al kost het natuurlijk wel geld.”
Maar daar wringt het schoentje. Drie op de tien gezinnen maken géén gebruik van betaalde hulp. En bij eenoudergezinnen of gezinnen met een zorgbehoefte is de reden opvallend vaak dezelfde: het is gewoon te duur. Zes op de tien alleenstaande ouders die geen betaalde hulp inschakelen, zeggen dat ze het zich niet kunnen permitteren.
Wachtlijst voor hulp
Zelfs wie hulp zoekt én kan betalen, botst vaak op andere drempels. Poetshulp is veruit de meest genoemde onbeantwoorde hulpvraag. Wachttijden, hoge kosten of slechte ervaringen zorgen ervoor dat gezinnen afhaken.
Ook opvang buiten de klassieke uren, babysits voor zieke kinderen of hulp bij kleine herstellingen blijken moeilijk te vinden. Tom (30), papa van een zoon met een zorgbehoefte: “We hebben geen probleem om hulp te vragen. We vinden ze gewoon niet. Of pas na maanden wachten. Tegen dan heb je het al zelf opgelost - met veel stress erbij.”
Waar is die village?
Het ironische is: de bereidheid om elkaar te helpen is groot. Ouders in Vlaanderen bieden vooral morele steun - een luisterend oor, ervaringen delen - en willen eigenlijk nog méér doen. Bijna acht op de tien zegt dat ze vaker zouden willen helpen, maar botsen op tijdsgebrek. Het eigen gezin slorpt alles op.
Zo ontstaat er een gekke paradox: mensen die hulp nodig hebben, durven het niet te vragen. Mensen die willen helpen, zien de noden niet. En intussen blijft iedereen een beetje verder ploeteren in zijn eigen bubbel.
“It takes a village to raise a child.” Het klinkt mooi, maar in de praktijk bestaat dat dorp vandaag vaak uit het kerngezin plus wat grootouders, als die beschikbaar zijn (want iedereen moet ook nog eens langer werken). Vooral gezinnen met zorgnoden vallen uit de boot. Daarom is investeren in toegankelijke en betaalbare hulp geen luxe, maar een noodzaak. Voor alle gezinnen, in al hun diversiteit.
Wat kan de Gezinsbond betekenen?
De Gezinsbond blijft zich inzetten voor gezinnen die wat ademruimte kunnen gebruiken. Zo is er de kinderoppasdienst voor leden, handig voor wie even een avondje of een dringende afspraak moet regelen. Daarnaast kunnen leden via DaHome genieten van korting op poetshulp: een kleine duw in de rug die voor veel gezinnen een groot verschil maakt.
Hulp inschakelen staat immers niet gelijk aan falen. Het is een manier om het vol te houden en om ruimte te maken voor wat echt telt: samenleven, zorgen, en af en toe ook gewoon eens op de zetel ploffen zonder eerst een to-dolijst van twintig punten af te werken.
Misschien is dat wel de belangrijkste conclusie van deze Gezinsbarometer: gezinnen doen ongelooflijk veel. Het minste wat we kunnen doen, is hen daarin ondersteunen. Met sociaal beleid, toegankelijke diensten en met de geruststellende boodschap dat hulp vragen helemaal oké is.